A.ZINExARCAM

De niet-seksistische stad: een haalbare utopie?!

29.03.21 Arcam

Afaina de Jong, oprichter van Amsterdams architectenburo AFARAI, is sinds 4 november 2020 de nieuwe Architect in Residence bij Arcam. Haar zoektocht naar feminisme in (Amsterdamse) architectuur en de daarbij horende vrouwelijke architecten ging afgelopen maand van start met haar eigenste boekenclub: The Feminist Spatial Practice Book Club. In vier sessies bespreekt de boekenclub enkele sleutelwerken over feminisme in architectuur. Charlotte Thomas van A.ZINE sluit elke editie aan en parafraseert de teksten en hersenspinsels van de deelnemers om iedereen die niet kon aansluiten te informeren over de gedeelde kennis.

De feministische stad, bestaat dat?
Dolores Hayden

The Feminist Spatial Practice Book Club #1 stond in het teken van Leslie Kern’s recent verschenen boek ‘Feminist city: claiming space in a Man-made world’ (2020)

De feministische stad, bestaat dat? Dolores Hayden, een Amerikaanse emeritus hoogleraar architectuur, stedenbouw en Amerikaanse studies aan de Yale University, vroeg het zich al 40 jaar geleden af hoe een niet-seksistische stad eruit zou zien. Haar kijk op de stand van zaken voelt heden pijnlijk relevant aan. Dat bemerkte Leslie Kern ook. Kern, een universitair hoofddocent geografie en milieu en directeur van vrouwen- en genderstudies aan de Mount Allison University, herneemt diverse theorethische inzichten over ‘de feministische stad’ van haar voorgangers en combineert het met haar persoonlijke ervaringen als blanke, hoogopgeleide en heteroseksuele vrouw in de Westerse maatschappij. Dit resulteerde in ‘Feminist city: claiming space in a Man-made world’, een boek dat de ‘mannelijke’ stad analyseert vanuit een ‘vrouwelijke’ blik.

De mannelijke stad
Leslie Kern bespreekt, analyseert en identificeert in de vijf hoofdstukken van ‘Feminist city: claming space in a Man-made world’ de ervaringen (en de daaruit voortkomende gevolgen) van vrouwen met de stad. De hoofdstukken belichten de verschillende gebieden waar de vrouwelijke stedeling tegen grenzen aanloopt, variërend van moederschap, vriendschap, persoonlijke ruimte tot protest en angst. Deze lasten bevinden zich, na al die jaren feministisch activisme, nog steeds op de voorgrond in de stedelijke ervaring van vrouwen. Onze eigentijdse steden weerspiegelen de normen van de samenlevingen die ze gebouwd hebben. En seksisme was daarin een diepgewortelde maatstaf. “Our cities are patriarchy written in stone, brick, glass and concrete.” – Jane Darke

Kort gezegd leven we in een stad van mannen. De stad is ontworpen geweest om de traditionele genderrollen van mannen te ondersteunen en faciliteren. Zij waren de norm. De plek van de vrouw was tot enkele tientallen jaren terug nog voornamelijk thuis (en het liefst achter het fornuis). De moderne functionele stad stond ten dienste van de man, de broodwinner van het nucleair gezin. Maar dit gezin is niet meer de maatstaf van de maatschappij, toch vormt het nog steeds de norm van onze ruimtelijke ordening.

Nieuwe gezinsvormen steken de kop. De alleenstaande, werkende vrouw is al ruime tijd een feit maar wordt niet ten volle gehoord. Er is te weinig aandacht voor vrouwen als moeders, werkers of verzorgers in de stad. Vrouwen hebben de stad, zelfs meer dan mannen, nodig. Gerdz Wekerle, professor milieustudies aan de York University, stelt “A women’s place is in the city”. Het biedt zoveel meer opties en kansen op economisch, sociaal, cultureel en persoonlijk vlak dan kleine dorpse gemeenschappen of buitenwijken. Toch ervaren vrouwen de stedelijke straten te vaak als een plaats van bedreiging in plaats van gemeenschap. De mannelijke blik (catcalling), straatintimidatie en de verkrachtingscultuur beperken vrouwen (en mensen uit de LGBTQI+ gemeenschap) in het beleven van de stad in volle vrijheid. De vrouwelijke flâneuse, die zich onzichtbaar door het stedelijke weefsel begeeft en geniet van de moderne stad, is jammer genoeg nog een droombeeld volgens Kern.

De begrensde stad
De deelnemende stemmen bij de eerste editie van De Jong’s Book Club gaven allen bijna unaniem toe een angstige stadsbeleving te hebben ervaren. Er werd onderzoekend besproken hoe vrouwen zich manoeuvreren door een stad als Amsterdam, hoe bepaalde stadsdelen op bepaalde tijdstippen werden ontweken, en hoe zelfs een “vrijere stad” als Amsterdam hier in te kort schiet en veranderingen moet doorvoeren. Persoonlijke angsten kunnen gelden als vitaal element om die broodnodige verandering door te voeren, maar we mogen ons niet enkel laten leiden door die angst, klonk het over ZOOM. We moeten plekken niet veiliger maken maar toegankelijker. De toenemende politie, meer straatverlichting en camera’s in het straatbeeld vormen niet de oplossing. Ze riskeren medeplichtigheid aan gentrificatie, waardoor kwetsbare groepen in een racistische en samenleving worden bestraft. En ze pakken de echte problemen niet aan – zoals Kern het stelt: “no amount of lighting is going abolish the patriarchy”. We moeten leren luisteren naar de ongehoorde stemmen, de spotlight leggen op de blinde spots en contextgebonden interventies ondernemen om de stadsbelevingen op te krikken.

Kern pakt verder in haar boek uiteenlopende onderwerpen aan die de vrouw beperken in haar stadsbeleving; de verdedigende rol van oordopjes in de openbare ruimte, de ‘pink taxes’ van het openbaar vervoer, de politiek van sneeuwploegen en de voetgangerszones, de zwangere vrouw en de stad, en de problematiek rond openbare toiletten. Deze werd tijdens de sessie even uitvergroot. De coronacrisis wijst ons met de vinger op dit probleem, zeker in grootsteden als Amsterdam is het gebrek aan openbare en toegankelijke toiletten voor vrouwen en mindervaliden opvallend.

De kansrijke stad
Leslie Kern brengt de stad vanuit nieuwe gezichtspunten in kaart. Ze legt op academische en persoonlijke wijze een intersectionele feministische benadering van stedelijke geschiedenissen uit en toont de kansen van deze nieuwe stedelijke toekomst. Vrouwen ervaren de stad jammer genoeg nog steeds door een set begrenzingen – fysiek, sociaal, economisch en symbolisch – die hun dagelijkse leven vorm geeft. Onze ruimtelijke planning staat economische gelijkheid en vrouwenemancipatie na al die jaren activisme nog in de weg. Kern stelt dat de tijd is aangebroken om deze begrenzingen in onze steden te ontmantelen, het vanzelfsprekende te doorprikken en ons af te vragen hoe we samen een duurzamere, rechtvaardigere en vrouwvriendelijkere stad kunnen bouwen. Ze reikt geen eenduidig actieplan aan hoe deze feministische stad er dan wel moet uitzien, maar haalt wel voorbeelden aan als de gender mainstreaming aanpak in Wenen om te illustreren hoe steden deze gendergerelateerde problematieken aanpakken. ”The feminist city doesn’t need a blueprint to make it real.”- Leslie Kern

Een kant en klaar plan om de stad inclusiever te maken zou ook niet mogen bestaan luidt het over ZOOM. Steden zoals we ze kennen beschikken over talloze mogelijkheden om op andere manieren aan stadmaken te doen waar zoveel mogelijk stemmen gehoord worden en hun plek krijgen. Leslie Kern voelt de mannelijke stad aan de tand, roept op om door de genderlens te kijken en onze oogkleppen af en doen. Feministische geografie gaat volgens Kern over het kijken naar de ruimtes om ons heen – onze door mensen gemaakte omgevingen, onze natuurlijke omgevingen – en de manieren zien waarop ze zijn gevormd door ideeën over gender- en machtsverhoudingen. Hoe kunnen we een inclusievere stad nastreven als de makers deze toekomstige stad niet representeren? Er moet om te beginnen meer diversiteit komen bij de primaire beslissingsorganen en stadsmakers. Amsterdamse initiatieven als Women Make The City, die de Omgevingsvisie van Amsterdam 2050 helpen vormen, illustreren de potentie hiervan. “Feminist City is an ongoing experiment in living differently, living better, and living more justly in an urban world.” – Leslie Kern

De theoretische en persoonlijke inzichten van Leslie Kern verruimen je blik op de stad, het stadmaken en onze maatschappij. Het boek is een noodzakelijke leestip voor de stadsmakers en/of urbanisten in je omgeving. Het is lees- en denkvoer voor iedere stedeling en roept op tot gesprek.