De Tijdlijn van…Tracy Metz

Dozen

19.10.20 Tracy Metz 9 minuten lezen

Met de komst van de Tijdlijn Amsterdam 2000-2030 nodigt ARCAM diverse specialisten uit om hun kennis en kunde te delen. Tracy Metz, journalist en auteur, duikt in het consumptiegedrag van de Amsterdammer, de bezorgeconomie en de stedenbouwkundige opgave die hiermee gepaard gaat.

Al die busjes die de straten en de stoepen onbegaanbaar maken. Al die bezorgers die te laat of te vroeg komen of helemaal niet komen! En al die volle dozen in de gang en al die lege dozen bij de papierbak! Moeten we daar niet statiegeld voor gaan vragen? vraagt Robin Pascoe zich af in haar blog ‘Out of the box’ voor Stadsleven.

We zijn steeds meer online gaan bestellen, niet alleen diensten (vliegtickets stond lang op nr 1) maar ook spullen. Sinds kort is Amazon ook voor Nederlandse online winkels opengesteld, waarmee het online aanbod nog eens exponentieel is toegenomen. Jurken in vier verschillende kleuren, gereedschap, boeken, zware zakken kattengrint en hondenvoer, #homegym accessoires en toiletpapier, zelfs hele fietsen en ovens, en – zeker in corona-tijd – in toenemende mate ons eten. Tijdens de eerste lockdown zijn de bestellingen bij online supermarkt Picnic verdriedubbeld, die van PostNL met 40% gestegen.

Bijna al die dozen hebben een lange weg afgelegd. Vanaf de fabriek zijn de producten met vrachtwagens naar verzamelpunten gebracht, dan per vrachtwagen of schip naar een haven, dan naar een distributiecentrum in een ander (ver) land, dan weer met vrachtwagens naar verdeelpunten en vandaaruit met bestelbusjes en elektrische bakfietsen tot onze voordeur. Dat is al een gigantische keten, maar de buurtlogistiek op lokaal niveau is – zeker in oude binnensteden – óók enorm complex.

Daar gaat mijn talkshow Stadsleven op maandagavond 19 oktober over, over de impact van de bezorgeconomie op de stad, en en passant op het landschap eromheen.

Bakje met 2-euro munten
Het bezorgen heeft natuurlijk een sociale kant, nl de bezorgers. Dat is een van de weinige goede dingen die je van corona kunt zeggen: we zijn ons ineens bewust geworden van hun rol als essentiële werkers bij het bezorgen van eten, medicijnen – en natuurlijk ook die jurken in vier kleuren. Heb je de aangrijpende film Sorry We Missed You gezien? Regisseur Ken Loach laat heel droog zien hoe het leven als bezorger een race to the bottom wordt voor de hoofdpersoon, een doodgoede vent uit de werkende klasse die heel erg z’n best doet – en dan nog kan hij het systeem niet bijbenen. Sinds ik die film heb gezien heb ik een bakje met 2 euro munten bij de deur zodat ik de bezorgers in ieder geval kan laten merken dat ik ze zie, dat hun werk wordt gewaardeerd.

De groei van de ‘e-tail’ slokt steeds meer ruimte op in Nederland distributieland, in weilanden die we kennelijk als een uit te ponden restruimte zien. In het landschap buiten de stad komen er steeds meer en steeds grotere dozen. In 2018 is er een record aantal mega-distributiecentra opgeleverd, liefst 13. In 2019 waren het er nog eens 19 en werden er 12 aangekondigd, en in 2020 werden er pre-corona nog eens 22 mega-DC’s verwacht. Miljoenen vierkante meter, bevolkt door vele miljoenen dozen en een paar rondzoevende mannen in vorkheftrucks.

Het College van Rijksadviseurs is hierover bezorgd en bracht vorig jaar het advies (X)XL Verdozing uit. Ik schreef een blog voor Stadsleven over hun dringende aaanbevelingen: het moet minder, compacter, geconcentreerder, multifunctioneler. Is het College dan tegen de webwinkels? ,,Nee, dat niet,” zegt Rijksadviseur voor de infrastructuur Daan Zandbelt, ,,maar Nederland biedt wel heel veel ruimte aan de internationale ketens. Zij worden bevoordeeld ten koste van het lokale – en dat gaat ook ten koste van de schaarse ruimte hier.”

Meer bestellen is meer bezorgen
Meer bestellen is meer bezorgen. En de impact op de stad is groot. Neem New York, waar per dag ruim anderhalf miljoen pakjes worden bezorgd – een verdrievoudiging in acht jaar tijd, volgens The New York Times. De bezorgers nemen parkeerplaatsen en stoepen in beslag als tijdelijke overslag om de pakjes te sorteren. In Amsterdam komen er over 5 jaar 250.000 pakketten per dag de stad in, voorspelt Walther Ploos van Amstel, lector stadslogistiek aan de HvA en een van de sprekers in Stadsleven.

Hoe pas je die dozenstroom in het stedelijk weefsel? Het is behartenswaardig dat de fietskoeriers er goede zaken mee doen. De pakkettenstroom is ook dankbare materie voor allerlei nieuwe bedrijven, zoals MyPUP (My Pick Up Point). Die ontlast recepties en postkamers op werkplekken door er kluiswanden te plaatsen waar werknemers hun pakket kunnen ophalen.

Het bedrijf Hurby zoekt de oplossing in het lokale: winkels kunnen aankopen laten bezorgen via een netwerk van busjes die toch al door die stad of gebied rondrijden. Homerr doet het net even anders: die laat pakjes bezorgen bij ‘servicepunten’, dat wil zeggen winkels, of bij ‘buurtpunten’. Dat zijn bewoners die een tijdsblok kunnen aangeven waarin pakjes afgegeven en opgehaald kunnen worden – én ze verdienen er wat bij. De Homerr-pakjes gaan mee met busjes die toch al rijden met kranten en tijdschriften.

Nieuwe wijken bieden natuurlijk meer kans om de pakjeslogistiek soepel in het ontwerp te vervlechten. De Utrechtse wijk Merwede bijvoorbeeld moet grotendeels autovrij zijn, vertelt ontwerper Marco Broekman van BURA Urbanism. ,,Allerlei diensten als vuilophaal, pakketbezorging en  fietsparkeren gaan er ondergronds,” zegt hij. “We vangen we bijna 70 procent af in ‘logistieke hubs’. Daar worden de pakketten opgeslagen in of verdeeld door Light Electric Vehicles die bijna het hele gebied bestrijken.”

Het moet toch mogelijk zijn een logistiek te bedenken die maatschappelijke en economische meerwaarde voor de wijk heeft, schrijven Peter Hermsen van Werklandschap en Thijs van Spaandonk van Bright in hun Stadsleven-blog Package to the People! “Innovaties in de logistiek moeten we inzetten voor een economie waarin de wijk niet alleen de afzetmarkt is, maar ook het herkomstgebied van goederen en producten,” vinden zij. “De wijklogistiek vraagt niet om grote dozen in het landschap, maar om een nieuw type productieve plekken in de wijken.” Zo bezien kan de bezorgeconomie in plaats van een last, een bron van inkomsten, werk en nieuwe typen gebouwen worden. Package to the People!

Als je erover nadenkt heeft het hele pakjesgebeuren veel gemeen met AirBNB: we kankeren er graag op, maar tenslotte we doen het onszelf aan. In de discussie over ons voedsel daarentegen staan we veel meer stil bij de vraag waar ons eten vandaan komt, hoeveel VMT (Vehicle Miles Travelled) ervoor nodig was, en of we per se frambozen in januari moeten willen weten. Maar de stroom pakjes zwelt voorlopig alleen maar verder aan – en dat brengt gelukkig ook een nieuwe vindingrijkheid met zich mee.