3 vragen aan Andrea Verdecchia door Raumplan

Interview door de Architect in Residence #2 van 2022

18.10.22 Raumplan

De wooncoöperatie is een populair thema. Er worden symposia over gehouden, universiteiten doen er onderzoek naar, er worden boeken over geschreven en in de media wordt het veelvuldig besproken. Alhoewel de aandacht anders doet vermoeden, zijn er op dit moment nog slechts een handjevol wooncoöperaties die daadwerkelijk concrete plannen aan het uitwerken zijn.

Als Architect in Residence van Arcam gaat Raumplan het gesprek aan met betrokkenen van (woon)coöperaties. Daarop vooruitlopend spraken Raumplan’s oprichters Roel van der Zeeuw en David Klinkhamer alvast met Andrea Verdecchia, architect en procesbegeleider van Time to Access.

Andrea Verdecchia runt samen met Mira Nekova Time to Access, een platform gewijd aan ontwikkeling van radicale architectuur dat in participatieve ontwerpprocessen sociale, duurzame én betaalbare gebouwen wil realiseren. Het bureau is medearchitect van de Nieuwe Meent (dNM) en betrokken bij twee andere wooncoöperaties in ontwikkeling en een CPO op Centrumeiland.

 

Wat zijn de grootste voordelen van een wooncoöperatie, zowel in professionele zin als maatschappelijk?

“Persoonlijk vind ik het proces prettiger dan bij een professionele opdrachtgever, omdat je vóór en mét de bewoners ontwerpt. Het zorgt ook voor onverwachtse resultaten: andere woningtypen en manieren van samenwonen. Mensen die coöperaties starten, worstelen op de huizenmarkt en ze doen het ook om ethische redenen: dNM en de Bundel zien het als een post-marktoplossing. Maatschappelijk zie ik de wooncoöperatie als een alternatieve, derde manier om huurwoningen te realiseren, naast woningbouwverenigingen en private ontwikkelaars. Het brengt de nodige variatie in het aanbod en dwingt ook de andere twee sectoren om innovatiever te worden.” 

Coöperaties zijn ook vehikels om een andere maatschappij te maken
Andrea Verdecchia

In welke vraag of behoefte kunnen wooncoöperaties voorzien?  

“Ze bieden huisvesting aan mensen die daar nu geen toegang toe hebben. Het empowert deze intentionele gemeenschappen om zelf de manier waarop ze willen leven vorm te geven. Coöperaties zijn ook vehikels om een andere maatschappij te maken. Ze zijn niet alleen succesvol als ze een gebouw maken, maar vanaf de oprichting zijn ze een maatschappelijke kracht om een nieuwe manier van leven en wonen mogelijk te maken. De coöperatie de Bundel, die de kavel op het August Allebéplein probeert te bemachtigen, is zich bewust van de gentrificatie van deze wijk en is nu al een kracht die diverse belangengroepen samenbrengt. Ze hebben zelfs de vereniging Nieuw-West in Verzet opgericht.” 

 

Wat moet er gebeuren om het aantal wooncoöperaties op te schalen?

“Het beschikbaar stellen van kavels door de gemeente is een goede start, maar de condities zijn niet ideaal. Er moeten meer kavels komen en meer flexibiliteit in de kavelpaspoorten en de programmaverdeling. De kavels zijn rigide en de coöperaties moeten zich aanpassen aan de beperkingen van de kavel, zoals de verplichting om middensegmentwoningen te realiseren terwijl de groep sociale woningen wil maken. De financiering door de gemeente is belangrijk, maar de condities kunnen gunstiger. Banken moeten de coöperaties ook niet als private partij behandelen, maar gunstigere condities bieden. Ook de beheercoöperatie is een goede manier om op te schalen, waarbij private ontwikkelaars en woningbouwverenigingen met een beheercoöperatie kunnen samenwerken. Niet top-down huurwoningen ontwikkelen die daarna op de markt komen, maar in samenwerking komen tot een ontwerp.”

Dit artikel is afkomstig uit de publicatie ‘De kracht van het collectief – Wooncoöperaties in Amsterdam’, ook volledig te downloaden via openresearch.amsterdam