Safe Spaces Special

Een geschiedenis van de queer-voorzieningen van de LGBTQIA+ gemeenschap in Amsterdam

02.08.21 Isanne Damen 7 minuten lezen

In de tentoonstelling ‘Safe Spaces – recht op ruimte in de stad’ laten we met voorbeelden zien dat in talloze plekken in de stad door diverse groepen wordt gestreden voor zichtbaarheid, acceptatie en bescherming.

In de week van Pride Amsterdam, van 31 juli t/m 8 augustus 2021, gaan we in vogelvlucht langs voorbeelden van queer-voorzieningen voor de L.G.B.T.Q.I.A.+ gemeenschap in Amsterdam vanaf de twintigste eeuw.

Sinds het begin van de 20e eeuw bestaan in Amsterdam openlijke queer-voorzieningen. Het bezoeken van die plekken was niet geheel zonder risico, zo blijkt uit de recent ontdekte ‘homolijsten’ die de gemeente Amsterdam ook na de Tweede Wereldoorlog nog hanteerde. Mensen die op deze lijsten stonden, hadden aanzienlijk minder kans op een baan. Aanvankelijk richtten homo-organisaties zoals het COC (Cultuur- en Ontspannings Centrum, 1946) zich vooral op ‘integratie’, ofwel aanpassing aan een heteroseksuele omgeving.

Vanaf 1970 ontstond meer ruimte voor behoud en ontwikkeling van een eigen identiteit. Als onderdeel daarvan verschenen in de jaren zeventig en tachtig gaybars, -hotels en creatieve hubs in Amsterdam. Deze plekken inspireerden ook ontwerpers en kunstenaars en gaven een boost aan het uitgaansleven.

Tegenwoordig is de reputatie van Amsterdam als LGBTIQA+ vriendelijke stad tanende. Het aantal meldingen van geweldsincidenten stijgt al jaren. Vooral transgenders en biculturele LGBTQIA+ personen hebben te maken met afwijzing of verdrijving uit hun directe omgeving, de samenleving en soms zelfs door de gemeenschap zelf.

Café ‘t Mandje, 1927

Als één van de eerste vrouwen van Amsterdam kwam Bet van Beeren er openlijk voor uit dat ze lesbisch was. Haar Café ’t Mandje werd vanaf 1927 een plek waar de queer community in vrijheid kon samenkomen. ‘t Mandje werd daarmee een belangrijk symbool in de homogeschiedenis en staat in de Canon van Amsterdam als teken van tolerantie door de eeuwen heen.

COC, 1946

Het in 1946 in Amsterdam opgerichte COC (Cultuur- en Ontspannings Centrum) is de oudste nog bestaande LHBTIQA+ organisatie ter wereld. Het zet zich in voor gelijke rechten en acceptatie van LHBTIQA+’s in Nederland en daarbuiten. In de eerste decennia van zijn bestaan richtte het COC zich op het organiseren van opvang en sociale activiteiten voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen en biseksuelen.

In Amsterdam exploiteerde het COC een succesvolle sociëteit en bar-dancing De Schakel. Voorzitter Benno Premsela (van 1962 tot 1971) trad als eerste openlijk homoseksuele activist naar buiten op de Nederlandse televisie.

D.O.K., 1954

Het DOK was een van de eerste en jarenlang de grootste homodisco van het naoorlogse Europa en droeg daarmee bij aan de positie van Amsterdam als homohoofdstad. Na interne ruzie ging DOK zelfstandig verder en opende het COC een andere roemruchte bar-dancing, De Schakel.

Beide zaken domineerden meer dan 20 jaar het nachtleven van gay Amsterdam. DOK stond bekend om een hedonistische reputatie die leidde tot de verbastering van de officiële naam ‘De Odeon Kring’ en later ‘De Odeon Kelder’ tot ‘De Oude Kringspier ‘. Het DOK genoot grote bekendheid bij zowel de lokale als de internationale homoscene tot het in 1989 zijn deuren sloot.

In de jaren zeventig en tachtig schoten bars, hotels en andere voorzieningen voor en door de homogemeenschap als paddenstoelen uit de grond. Vaak gold een apart entreebeleid voor vrouwen en mannen. Andere toegangsbeperkingen omvatten kledingvoorschrifen (leren of fetisj cruisebars) of etnische profilering.

Hoewel dit uitsluitingsbeleid gezien kan worden als slechts een afspiegeling van hun tijd, blijven dergelijke praktijken helaas de relaties tussen verschillende groepen binnen de LGBTQIA+ gemeenschap aantasten. Ondanks dat, boden deze ruimtes veiligheid voor bepaalde groepen in de stad, inspireerden ze grafisch ontwerpers en kunstenaars, en weerspiegelden ze steeds meer de diversiteit van Amsterdam.

IHLIA, 1978

Een geschiedenis van de veiligheid van de LGBTQIA+ gemeenschap in Amsterdam staat bol van activisme, demonstraties en kwesties als burgerschap, discriminatie en strijd voor gelijke rechten. IHLIA, een internationale erfgoedorganisatie opgericht in 1978 vanuit een kamertje van de Universiteit van Amsterdam, heeft een centrale rol gespeeld bij het documenteren, archiveren en tentoonstellen van die geschiedenis. IHLIA bezit tegenwoordig Europa’s grootste archief met informatie over homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen.

Homomonument, 1984

Het Homomonument, ontworpen door Karin Daan, dient ter herdenking van iedereen die vermoord of vervolgd werd (en nog steeds wordt) op basis van seksuele voorkeur en/of identiteit. Maar ook als inspiratie en steun in de strijd voor erkenning, en tegen onderdrukking en discriminatie van de LHBTIQA+ gemeenschap. De roze driehoek verwijst naar het herkenningsteken dat homoseksuelen in de Tweede Wereldoorlog in concentratiekampen moesten dragen. De drie roze granieten driehoeken op de Westermarkt representeren het verleden, heden en toekomst. De ‘toekomst’ is verbeeld in een podium dat plaats biedt aan acties. De punt van het podium wijst naar het COC in de Rozenstraat.

L.A. Rieshuis, 1998

In 1998 is, naar ontwerp van Mecanoo architecten, dit appartementencomplex met zeven zelfstandige seniorenwoningen voor roze ouderen geopend. Deze aanleunwoningen zijn voortgekomen uit een onderzoek uit 1994 over de positie van homoseksuele mannen en vrouwen in verzorgingstehuizen. Hieruit bleek dat roze ouderen vaak niet voor hun geaardheid willen uitkomen in een regulier verzorgingshuis, omdat ze bang zijn niet geaccepteerd te worden. Met het L.A. Rieshuis wil men aandacht vragen voor dit probleem. Het uiteindelijke streven is dat in de toekomst homo’s en hetero’s wel prettig samen in een huis kunnen wonen.

Regenboogtrap Zuidplein, 2021

De luifel van de trap aan het Zuidplein is voorzien van de kleuren van de Progress Pride regenboogvlag. Het doel is het bevorderen van bewustwording, zichtbaarheid en acceptatie van LHBTIQ+ personen. Sinds 2020 hanteert de Gemeente Amsterdam de Progress Pride vlag. De zes bekende kleurenstrepen vertegenwoordigen leven (rood), geneeskracht (oranje), zonlicht (geel), natuur (groen), sereenheid (blauw) en karakter (paars). Hieraan zijn vijf strepen toegevoegd. De kleuren lichtblauw, roze en wit verwijzen naar de transgendervlag, de kleuren bruin en zwart staan voor mensen van kleur en zij die met AIDS leven of aan de ziekte zijn overleden.

Tentoonstelling Safe Spaces

Deze en meer voorbeelden vanuit het perspectief van vrouwen, gelovigen en ethnische groepen, zie je t/m 19 september 2021 in de tentoonstelling Safe Spaces – Recht op ruimte in de stad. De tentoonstelling is gratis te bezoeken bij Arcam aan de Prins Hendrikkade op dinsdag t/m zondag tussen 13-17 uur.

‘Safe Spaces – Recht op Ruimte in de stad’ is samengesteld in samenwerking met architect en curator Ali T. As’ad (Curatorial Research Collective), Cognizant Digital Business, Dutch Design Foundation, Hogeschool van Amsterdam en Studioninedots.