Verslag in woord en beeld van De Partijlijnen 2026

18.02.26 Arcam

Hoe zouden de verkiezingsprogramma’s van Amsterdam eruitzien als je ze zou verbeelden? Tijdens De Partijlijnen 2026 brachten architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten de ambities van de partijen visueel tot leven. In dit verslag lees je niet alleen de ideeën, keuzes en toekomstvisies die Amsterdammers raken, van wonen en inclusie tot ecologie, cultuur en mobiliteit, maar ook hoe politici zelf reageerden op deze verbeeldingen.

Het resultaat is een kleurrijk en kritisch panorama van de stad.

 

De eerste beelden en uitspraken zijn hier terug te zien. De kritische noten en verdiepende groepsgesprekken die plaatsvonden, zijn binnenkort terug te bekijken via deze website: het programma is in zijn geheel opgenomen, inclusief gebarentolk. 

Cluster I: Wonen en leefbare buurten I

Time to Access en PvdA

Mira Nekova, Time to Access: De PvdA vormt een stevige, sociale basis voor Amsterdam. Juist op dat fundament is ruimte voor meer ambitie en innovatie, met concrete doelen voor houtbouw, circulair bouwen en wooncoöperaties.

De woningnood is groot, terwijl huidig beleid vaak inzet op sloop-nieuwbouw met beperkte verdichting. Dat raakt bewoners en klimaat. Toekomstgericht bouwen vraagt om substantiële verdichting, circulaire materialen en meetbare duurzaamheidsdoelen. Houtbouw kan hierin een sleutelrol spelen: het slaat CO₂ op, is flexibel toepasbaar en geschikt voor woningen en voorzieningen.

Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen zijn heldere keuzes, fasering en aandacht voor leefkwaliteit essentieel. Wooncoöperaties worden genoemd, maar zonder concrete aantallen of planning. Terwijl zij bewezen betaalbaar en gemeenschapsgericht zijn.

De PvdA staat stevig in de klei, maar moet nu doorpakken met duidelijke doelstellingen richting 2030 en 2040. Zo wordt stedelijke vernieuwing niet alleen sociaal, maar ook innovatief en toekomstbestendig.

Lian Heinhuis, Gemeenteraadslid – fractievoorzitter PvdA: “Allereerst ontzettend bedankt, het is fantastisch om het programma zo visueel te zien. Voor mij verbeeldt het de geschiedenis van Amsterdam en onze sociaaldemocratische traditie, van Jan Schaefer tot Floor Wibaut. Het laat zien hoe we bouwen op wat vroeger goed werkte: strijden voor kwalitatieve, betaalbare woningen, maar ook vooruitkijken naar de toekomst.

Het bordje “sociale huurwoning niet verkopen” sluit daarbij mooi aan: wij willen de stad betaalbaar houden. Wat ik miste, is aandacht voor sociale cohesie. Een wijk is pas compleet als bewoners elkaar kunnen ontmoeten – in een sportclub, buurthuis of bruine kroeg. Dat is iets waar wij ons ook hard voor maken.”

De Architekten Cie. en VVD

Jaap van den Hoogen en Juliette Zegers, De Architekten Cie.: De Architekten Cie. analyseerde het Amsterdamse VVD-verkiezingsprogramma vanuit een ruimtelijk perspectief en constateert ambitie, maar weinig concrete keuzes. De VVD wil het ambtelijk apparaat opschonen, bouwregels vereenvoudigen, cultuursubsidies herzien en de stad schoner en veiliger maken, terwijl economische groei via MKB, techbedrijven en de haven centraal staat. Tegelijkertijd zijn er tegenstrijdige doelen op het gebied van wonen, economie en openbare ruimte.

Het streven naar betaalbare koopwoningen voor middeninkomens, gezinnen, ouderen en studenten roept vragen op: wat is ‘betaalbaar’ in een stad met vierkante meterprijzen van 7.500–12.000 euro? Nieuwbouw in Noord, Oost en de Westelijke Haven laat fundamentele keuzes open: wat moet wijken voor groei? Ook bij mobiliteit en bereikbaarheid botst leefkwaliteit met infrastructuur, zoals ondergrondse parkeergarages en een metroring. Kortom, het programma schetst ambities, maar laat fundamentele politieke keuzes en prioriteiten voor de toekomst van Amsterdam onduidelijk.

Wout Deterink, VVD fractievertegenwoordiger en stadsdeelcommissielid in West: “Mijn eerste keuze gaat uit naar het Amsterdamse gezin. We maken ons zorgen over de exodus van gezinnen, vaak door het tekort aan koopwoningen. Wie klein woont en een gezin wil starten, zoekt elders ruimte om te groeien. Dat is zonde, want gezinnen vormen de ruggengraat van Amsterdam.

De tweede keuze is lastiger. De haven blijft belangrijk, zeker gezien geopolitieke ontwikkelingen. Wij staan open voor sloop-nieuwbouw: oudere corporatiewoningen mogen wijken voor duurzame nieuwe woningen, mits bewoners terug kunnen keren.

De derde keuze is eenvoudig: de Weesperknip gaat er nooit meer komen. Dan gaan we maar 30 km/uur in de stad rijden, gecombineerd met een grote metroring, een belangrijke wens van de VVD.”

Cluster II: Wonen en Leefbare buurten II

Urhahn en SP

Frits Erdmann, Urhahn: Het SP-verkiezingsprogramma komt over als een activistisch manifest met een dubbele boodschap. Enerzijds streeft de SP naar een krachtige, top-down gemeente die grootschalige maatschappelijke opgaven aanpakt. Dit wordt geïllustreerd met een uitgebreide Stopera, waar gemeentelijke diensten, het woonbedrijf met 25.000 betaalbare woningen, servers, een kledingbank en stadsreiniging samenkomen. Het is ambitieus en enthousiasmerend, maar roept vragen op over de draagkracht van de stad en de realistische omvang van gemeentelijke voorzieningen.

Anderzijds benadrukt de SP het belang van een actieve, bottom-up betrokkenheid van Amsterdammers. Illustraties tonen bewoners die coöperaties starten, buurtfeesten organiseren of protesteren en hun mening laten horen, vaak gecombineerd met praktische initiatieven zoals het ophalen van voedsel bij het buurthuis. Het programma probeert zo een balans te vinden tussen overheidskracht en burgerinitiatief, maar laat open hoe om te gaan met bewoners die initiatieven ontplooien buiten de geplande kaders. Het toont de zoektocht naar een evenwichtige balans tussen power to the government en power to the people.

Angelo Delsen, SP bestuurslid en lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026: “Het beeld dat we willen uitdragen is dat socialisme iets moois kan zijn. Maar het gaat ook om harde keuzes: in Amsterdam leven 112.000 mensen in armoede, velen zonder toegang tot OV of betaalbare woningen. Het probleem is niet dat er te weinig woningen zijn, maar dat ze onbetaalbaar zijn. Wij maken de politieke keuze om de draagkrachtigen te laten bijdragen, zodat woningen betaalbaar blijven voor wie minder heeft. Het gaat niet alleen om solidariteit, maar ook om de liefde voor onze kinderen, die moeten kunnen studeren en wonen in de stad. Dat is een bewuste politieke keuze.”

DUTCH Architect en Volt

Ahmed Oueld Hadj, DUTCH Architect: Het eerste beeld (hier te zien) plaatst Amsterdam letterlijk binnen Europa en laat zien hoe de stad deel uitmaakt van een netwerk van steden, initiatieven en kennisuitwisseling. Beleidsideeën, programma’s en innovaties bewegen grensoverschrijdend en landen in Amsterdam, dat op deze manier niet als uitzondering in Nederland, maar als actieve Europese speler verschijnt.

Het tweede beeld verschuift naar de bestaande stad als ruimte voor versnelling. In plaats van nieuwe gebiedsontwikkelingen ligt de focus op bestaande bouwblokken die kunnen worden uitgebreid, opgetopt of aangepast. De stad wordt gelezen als één woningvoorraad, waarin duizenden kleine interventies samen een groot effect hebben.

Het derde beeld benadrukt data-gedreven uitvoering. Een transparante beker symboliseert leegstaande woningen; de mensen die erin worden gegoten functioneren als druppels, terwijl de gietvorm de overheid vertegenwoordigt. Via data, handhaving en digitale infrastructuur kan effectief worden ingegrepen. Transparantie en digitale autonomie vormen de basis voor een beleidsvoering die zowel inzichtelijk als doelgericht is.

Pim van Burk, VOLT Kandidaat nummer 2 voor de gemeenteraadsverkiezingen: “Het Europese verhaal laat zien dat goede ideeën geen grenzen kennen. In Amsterdam hebben we soms de neiging tot arrogantie; soms terecht, maar het kan ook belemmeren. We kunnen leren van andere steden in Nederland en Europa. Neem leegstand: in Amsterdam staan zo’n 20.000 woningen leeg. Antwerpen laat zien dat een geleidelijke belasting op leegstand mensen stimuleert om hun panden te gebruiken, omdat leegstand financieel niet loont.”

Als intermezzo verzorgde cabaretier Vincent Bijlo een bijdrage over de toegankelijke stad.

“Toegankelijkheid begint bij constatering dat je pas echt onafhankelijk kan zijn als je echt afhankelijk kan zijn. Dan besef je dat niemand onafhankelijk is. Niemand is normaal en daarom is iedereen normaal en dat is de basis van toegankelijkheid. Toegankelijkheid is de norm.”

Cluster III: Inclusie en Mobiliteit

INBO en GroenLinks

Robin Beers, INBO: Het GroenLinks-partijprogramma is verbeeld als een herinterpretatie van het drieluik De tuin der lusten van Jheronimus Bosch. Net als het schilderij is het programma uitgebreid en gelaagd, waardoor het alleen volledig doorleefd kan worden om het te begrijpen. Symboliek, overdrijving en metaforen vatten de complexiteit op één blad.

Het linkerpaneel staat voor protest: een wereld van idealen en collectieve onschuld waarin de stad nog slechts een belofte is: het paradijs. Het middenpaneel toont de vervulde belofte: rechtvaardigheid en verschillen bestaan naast elkaar, terwijl ongewenste elementen met ballonnen de stad verlaten. Het rechterpaneel verbeeldt het tegenprotest, een GroenLinks-hel waarin wensen en idealen botsen met de normen van de partij.

Daarnaast is het overzicht horizontaal verdeeld in vier lagen die de vier hoofdstukken van het programma reflecteren: een rechtvaardige stad (gebouwen en straten), een duurzame stad (groen, dieren, vervoer, verduurzaming), een inclusieve stad (Pride als drager van gelijkwaardigheid) en een zorgzame stad (mensen als leraren, jeugdwerkers en vrijwilligers als engelen).

Anneke Veenhoff, woordvoerder Ruimtelijke Ordening in de gemeenteraad en fractievertegenwoordiger GroenLinks: “Ik heb hier niets aan toe te voegen, wat een geweldig verhaal. Ik sta echt te knipperen met mijn ogen, want alles komt terug van het verkiezingsprogramma. Een soort regenboogliefdesstad, groen. Waar we in de jaren vijftig/zestig plaats hebben gemaakt voor de auto moeten we nu plaatsmaken voor groen. Dus elke steen die er niet hoeft te liggen die moet eruit. En we hebben woningen nodig, betaalbare woningen, fijne en prettige woningen.”

Bureau SLA en D66

Peter van Assche, Bureau SLA: Het D66-programma, zoals verbeeld door Bureau SLA voor Arcam, komt over als een snoepzak vol tegenstrijdig optimisme.

Beeld 1 (hier te zien) – De stad: D66 wil veel woningen bouwen, zes nieuwe stadsparken aanleggen en 25.000 bomen planten. Tegelijkertijd verdwijnen ongemakkelijke bouwregels, maar wordt klimaatadaptief bouwen verplicht. De stad wordt gezond en levendig druk.

Beeld 2 – De wijk: Havenstad wordt de belangrijkste groeilocatie. Slopen van bestaande gebouwen is geen probleem, terwijl CO2-reductie, houtbouw, biodiversiteit en waterbeheer worden doorgevoerd.

Beeld 3 – De straat: Jaarlijks 9.000 woningen, wadi’s in plaats van asfalt, fietsbruggen, huisvesting voor leraren, verzorgers en politie en “changing places”-toiletten. Fatbikes worden geweerd, hittestress wordt bestreden.

Beeld 4 – De stoep: De openbare ruimte wordt ingericht vanuit het perspectief van kinderen, vrouwen en mensen met een beperking. Er is ruimte voor ambacht, nachtleven en experiment, met handhaving die menselijk blijft. Het programma is eco-modernisme: een maakbare, groene samenleving.

Suleyman Aslami, Raadslid D66: “Het was best spannend om te zien wat het resultaat zou worden van dit prachtige werk, en volgens mij klopt het helemaal, althans het beeld ervan. Fantastisch verhaal! Ik denk dat we als D66 inderdaad laten zien dat het kan: dat je ambitieuze plannen voor de stad kunt hebben en tegelijkertijd oog houdt voor de mensen die het wat moeilijker vinden om van A naar B te komen. Denk aan de kinderen die nu met moeite een plek weten te vinden, of de vrouwen die zich onveilig voelen in de openbare ruimte. Vanuit dat perspectief, als je de stad inricht, zorg je ervoor dat Amsterdam toegankelijk en inclusief is voor alle Amsterdammers.”

Civic Architects en BIJ1

Gert Kwekkeboom, Civic Architects: Bij1 zet zich in om uitsluiting van minderheden tegen te gaan en de effecten van historische ongelijkheid te corrigeren, met als doel een fundamenteel eerlijkere maatschappij. In het verkiezingsprogramma voor Amsterdam 2026 richt de partij zich op diverse ruimtelijke thema’s, waarvan de belangrijkste zijn:

  1. het tegengaan van gentrificatie
  2. meer huurwoningen voor gezinnen
  3. een openbaar vervoersnetwerk met nabijgelegen opstapplekken
  4. gelijkwaardiger investeren in cultuurvoorzieningen buiten het centrum

Het vierde thema – culturele gelijkheid – is verbeeld omdat het vaak onderbelicht blijft. Stadsdelen Zuidoost, Noord en Nieuw-West hebben respectievelijk 0,9, 1 en 0,6 m² cultuurgebouw per inwoner, terwijl het centrum op 3,7 m² en Oost op 1,5 m² zit. Bij1 streeft naar minstens 1 m² per inwoner in elk stadsdeel, met hogere doelen voor Zuidoost (1,5) en Nieuw-West (1,2). Dit betekent ruim 100.000 m² extra cultuurruimte in Zuidoost en Nieuw-West. De Nieuwe Meervaart is daarbij slechts een eerste stap; Civic toont met visualisaties hoe de plannen van Bij1 het culturele aanbod in deze wijken structureel zouden versterken.

Tofik Dibi, kandidaat-lijstrekker van BIJ1: “Dankjewel voor je werk en om het scherp te maken. Het is geen toeval dat bepaalde gemeenschappen in Zuidoost of Nieuw-West wonen; dat is beleid geweest. Deze stadsdelen kampen met een extreme achterstand. Kunt u zich voorstellen dat Nijmegen maar één theater heeft? Zo voelt Zuidoost met zijn 165.000 bewoners. Ik ben zelf in Nieuw-West opgegroeid, en daar hadden we alleen de Meervaart, die niet echt een thuis is voor theatergezelschappen. Er is nauwelijks openbaar vervoer; van twee nachtbussen is er nog maar één over.

De inzet van BIJ1 is dat alle Amsterdammers, ongeacht hun buurt, recht hebben op dezelfde voorzieningen: speeltuinen, kunst en cultuur, ondernemersplekken, groen, alles op gelijke norm. Veel mensen in Amsterdam hebben het al die tijd met weinig moeten doen. Ze verdienen hetzelfde als alle andere Amsterdammers.”

Cluster IV: Groen en Gemeenschap

lyongo architecture en Partij voor de Dieren

Lyongo Juliana, lyongo architecture: What’s in a name. Partij voor de Dieren klinkt voor velen beperkend: waarom dieren, als er ook menselijk leed is? Die gedachte had ik ook. Tot ik het ging lezen als Partij voor de Ecologie. De mens ís immers onderdeel van dat ecosysteem. Vanuit dat perspectief moeten architectuur en stedenbouw onlosmakelijk verbonden zijn met natuur. Elke ontwerpopgave vraagt dan om een integrale benadering waarin mens, dier en landschap samenkomen. Toch lijkt onze samenleving steeds meer naar binnen gekeerd. Terwijl juist menging en diversiteit essentieel zijn voor veerkracht.

Klimaatneutraal in 2030 klinkt ambitieus, maar ‘neutraal’ voelt passief. Als klimaatverandering mondiaal is, moeten we verder durven gaan. Ecologisch handelen moet aantrekkelijk, zichtbaar en vanzelfsprekend worden — ook voor wie vooral bezig is met bestaanszekerheid.

Leefbare buurten ontstaan waar wonen geen verdienmodel is, maar een basis. In een stad waar 60% van de inwoners een migratieachtergrond heeft, vraagt dat om diverse woonvormen die recht doen aan verschillende leefwerelden.

Dave de Vos, Fractievertegenwoordiger Partij voor de Dieren: “Als we de ecologie als uitgangspunt nemen, kan dat uiteindelijk goed zijn voor iedereen. Een houdbare samenleving draait niet alleen om een gezonde natuur of een stabiel klimaat, maar ook om een leefbare maatschappij waarin we onze moderne stad kunnen voortzetten. Door te zorgen voor gezonde bodem, schoon drinkwater en schone lucht, maken we de juiste keuzes voor de toekomst. Het partijprogramma presenteert een wereldvisie die afwijkt van veel andere programma’s, maar naar mijn idee juist de richting aangeeft waarin we samen moeten bewegen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat ook over 50, 100 of 200 jaar mensen in een mooi, leefbaar Amsterdam kunnen wonen.”

Bureau B+B en DENK

Hannah Schubert, Bureau B+B: Het partijprogramma van DENK Amsterdam focust op verbinding, gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Centraal staat het ‘Amsterdammerschap’: een inclusieve stad waarin iedereen kan meedoen, met extra aandacht voor historisch achtergestelde groepen. Discriminatie en ongelijkheid, onder meer op de arbeids-, woning- en institutionele markt, moeten actief worden bestreden.

Ruimtelijk kiest DENK voor een polycentrische stad met sterke wijken. Jongeren en ouderen krijgen voorrang in hun eigen buurt en Amsterdammers bij betaalbare woningen. De nadruk verschuift van de binnenstad naar wijkgerichte investeringen, vooral in Zuidoost, Noord en Nieuw-West. Gezinsvriendelijke buurten met voldoende woningen, groen en voorzieningen staan centraal, zonder sterke inzet op hoogbouw of verdichting.

In mobiliteit is de partij kritisch op parkeerbeleid en verkeersknips: eerst investeren in ov en fiets, daarna pas de auto beperken. Parkeren blijft belangrijk, inclusief een gratis wekelijks parkeeruur. Ook taxichauffeurs worden expliciet erkend als essentieel onderdeel van het mobiliteitsnet.

Sheher Khan, Fractievoorzitter Denk: “In een stad met zoveel verschillende groepen, waar iedereen natuurlijk vindt dat hij of zij gelijk heeft, is verbinding cruciaal. Zolang je staat voor de keuze om Amsterdammer te zijn, hoor je erbij. Wie gelooft in gelijkheid in de stad, maakt niet uit welke achtergrond of visie je hebt, hoort erbij. Iedereen die een plek mag hebben in Amsterdam is een Amsterdammer. En zolang we leren het verschil van elkaar te accepteren, blijft Amsterdam de prachtige stad die het is.”

SOME Architects en CDA

Sjuul Cluitmans, SOME architects: Wij vertellen een verhaal over een fatsoenlijk gezin. Een gezin dat leeft in een Amsterdam waar het CDA de grootste partij is.

We volgen zoon Adam. Hij woont met Moeder, Vader en Zus in een nieuwe wolkenkrabber in Amsterdamse School-stijl. We bezoeken oma, die haar eengezinswoning wil vrijmaken voor een vruchtbaar gezin en terechtkomt in een wel heel bijzonder woonconcept. Wanneer het gezin een uitstapje maakt naar het Museumplein, ontdekken ze dat het klimaat aan het veranderen is.

Het is een CDA-sprookje dat werkelijkheid wordt: een Amsterdam waarin het gezin de hoeksteen van de samenleving is. Een Amsterdam waarin de auto uit het centrum wordt geweerd, maar de cruisetoerist met open armen ontvangen wordt. Een Amsterdam waar ‘t om gaat.

Rogier Havelaar, Raadslid en fractievoorzitter CDA: “We moeten duidelijke keuzes maken in onze stad, want op sommige plekken, vooral rond nieuwbouw, ontstaat knel. Bouwen moet altijd in de geest van Amsterdam: mooi én inclusief, zodat het toegankelijk is voor alle doelgroepen. Daarbij geldt het principe: eerst presteren, dan pas afrekenen. De lokale lasten in Amsterdam zijn de afgelopen jaren met 45% gestegen, veel meer dan in de rest van Nederland, terwijl de prestaties van de gemeente juist achterblijven. Financiële misstappen van de gemeente telden vorig jaar op tot meer dan €60 miljoen – dat is €60 per Amsterdammer. Zolang de gemeente dit soort fouten maakt, vinden wij het onacceptabel om de belastingen te verhogen.”

Website by HOAX Amsterdam