IJhal

Wiel Arets Architects, 2017

Station Amsterdam Centraal is een van de belangrijkste knooppunten in het openbaar vervoer van Nederland. Je vindt hier alle vormen van vervoer: trein, metro, bus, taxi, pont, fiets, auto en natuurlijk de voetganger. Het stationsontwerp van P.J.H. Cuypers, A.L. van Gendt en L.J. Eijmer stamt uit de negentiende eeuw. Bijzonder is dat Cuypers en Van Gendt tijdens het ontwerpen van het stationsgebouw helemaal geen contact hadden met ingenieur Eijmer, die verantwoordelijk was voor de achterliggende stationskap. Om het grote aantal reizigers optimaal te kunnen bedienen is het station een grootschalige metamorfose ondergaan.

Passage
Onderdeel van deze verandering is de recent opgeleverde IJhal naar ontwerp van Wiel Arets Architects. Aan de noordzijde van het station ligt deze nieuwe voetgangerspassage tussen het verhoogde busstation en de autotunnel in. Wanneer de Noord-Zuidlijn in 2018 gaat rijden is ook de metrohalte te bereiken via deze nieuwe passage. Hier is zowel een horizontale als verticale verbinding geschapen tussen de verschillende vervoersstromen.

Beweging
Alles in het ontwerp van Wiel Arets Architects heeft als doel de constante beweging van de voetganger te laten zien. Verdiepingshoge LED-schermen tonen afwisselend stadsscenes en reclames. De lichtgele terrazzovloer wordt samen met de gebruikers van de passage weerkaatst in het plafond, dat bestaat uit afgeronde vierkante en rechthoekige spiegels, en in de met spiegels bekleedde zuilen die de as van de passage accentueren. Door gebruik te maken van de verschillende formaten spiegels kan de tussenruimte gebruikt worden voor het wegwerken van installaties. Aangename aankleding van trappartijen richting het bovengelegen busstation zijn de wintervaste planten.

Restaurants
In de passage zijn diverse eetgelegenheden te vinden. Terwijl de zuidzijde van het station wordt gedomineerd door winkels, kan de bezoeker van het station aan de noordzijde dineren met uitzicht op het water. Alle logo’s en uitingen van de restaurants zijn in het wit en zwart. Hiermee is een bonte reclame kakofonie voorkomen. Het is duidelijk dat de passage een belangrijke verbinding is en met haar open karakter en het vele gebruik van glas de stad wil verbinden met het IJ.