Maupoleum

Piet Zanstra, 1971

Cityvorming
De bouw van het Maupoleum is verbonden met de Cityvorming in Amsterdam in de tweede helft van de twintigste eeuw. Als onderdeel van een snelle verkeersroute tussen Amstelstation en Centraal Station wordt tijdens de wederopbouw de Lastagesnelweg ontworpen door de Jodenbreestraat. In deze periode staan aan deze straat een groot aantal lege kavels, waardoor de bebouwing open gaten vertoont. Door deportaties van Joden zijn veel panden in de oorlogsjaren leeg komen te staan en tijdens de hongerwinter gesloopt om het brandhout. Het Wederopbouwplan waarvan de snelweg deel uitmaakte wordt in 1953 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor het aanleggen van de weg worden bestaande panden aan de Jodenbreestraat gesloopt. In één van deze panden is echter een textielgroothandel gevestigd, die het pand niet wil verlaten. Op initiatief van projectontwikkelaar Maup Caransa ontstaat er daarom een plan voor een vervangend bedrijfsverzamelgebouw voor textielgrossiers.

Het Maupoleum
Vanwege de grote financiële steun van Maup Caransa voor de realisatie van het bedrijfsverzamelgebouw, officieel het Burgermeester Tellegenhuis gedoopt, krijgt het de bijnaam ‘het Maupoleum’. Een samentrekking van Maup en Mausoleum (graftombe). Piet Zanstra van architectenbureau Zanstra, Gmelig Meyling en De Clercq Zubli ontwerpt een langwerpig gebouw met knik aan de Valkenburgerstraat. Het gebouw heeft vier bouwlagen en een betonnen gevel van meer dan 180 meter. Het volume heeft verschillende ritmes door de herhaling van ramen en de opeenvolging van vier grote dakopbouwen. Langs de Jodenbreestraat plannen de ontwerpers een arcade met verhoogd terras, bedoeld als winkelboulevard. Het grote deel van de winkelruimtes wordt bezet door textielhandelaren. Kort na de oplevering in 1971 worden delen van het gebouw gehuurd door de Universiteit van Amsterdam.

Lelijkste gebouw van Nederland
Het Maupoleum staat voor lange tijd bekend als het lelijkste gebouw van Nederland. Naast kritiek van omwonenden over het uiterlijk, komt er ook veel kritiek vanuit de gebruikers. Het gebouw vertoont technische gebreken en wordt slecht onderhouden. De gebruikers plakken de etalages af tegen pottenkijkers, waardoor de promenade overgenomen wordt door junks en zwervers. Ook vraagt de projectontwikkelaar te hoge huren. Deze factoren zorgen ervoor dat de staat van het gebouw steeds verder afneemt.

Verkeerd gebruikt
De tragiek van het gebouw is dat het werd ontworpen voor een omgeving die, en een gebruik dat er nooit kwam. Na decennialang het onderwerp van kritiek te zijn, wordt het Maupoleum in 1994 afgebroken. De Jodenbreestraat wordt versmald en op de lege kavel worden twee nieuwe gebouwen neergezet. Een met lesruimtes voor de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en een gebouw voor de Gemeente Amsterdam met winkelruimtes in de plint. Beide gebouwen worden ontworpen door Teun Koolhaas. Het kleinschalige karakter van de oude buurt wordt hier echter niet mee teruggewonnen. Alleen de brede brug naar de Sint Antoniesbreestraat herinnert nu nog aan het nooit gerealiseerde plan voor de Lastagesnelweg.

Tekst: Fieke de Groot