Paviljoen Binnengasthuisterrein

Theo Bosch, 1993-1995

Het Service- & Informatiecentrum voor de Universiteit van Amsterdam is in 1991-1992 ontworpen door architect Theo Bosch (1940-1994) en gebouwd in 1993-1995 door aannemer M.J. de Nijs en Zonen. Dit paviljoenachtige gebouw is een uitbreiding van het Administratiegebouw van het vroegere Binnengasthuis aan de Grimburgwal van architect J.M. van der Meij uit 1914-1916. Op de plaats van het paviljoen stond de Kinderkliniek.  

Sinds het openbaar maken van het Binnengasthuisterrein ten behoeve van de Universiteit van Amsterdam in de jaren 1980 is ernaar gestreefd een plein aan de stad toe te voegen. Daartoe werd een deel van de omringende bebouwing gesloopt en werden loop- en fietsroutes over het terrein aangelegd. Theo Bosch kreeg de opdracht een gebouw te ontwerpen dat de kwaliteit van het plein tussen woon- en universiteitsgebouwen zou versterken. Hij ontwierp daartoe de facilitaire uitbreiding als een min of meer op zichzelf staand paviljoen, een gebouwtype met alleen voorkanten.

Bijzondere vorm

Het door de vorm opvallende, maar door de omvang bescheiden gebouw heeft een ovale plattegrond met glazen gevels die op de bovenste laag uitkragen; de gevelpuien (donker glas in donkere kozijnen) worden horizontaal deels onderbroken door contrasterende houten borstweringspanelen op de eerste en de tweede verdieping. Het paviljoen is geplaatst op een lage betonnen plint waarvan de schuine bovenkant is voorzien van glazen bouwstenen. In het souterrain is een fietsenstalling; de luie fietstrap ligt gebogen aan de buitenzijde van de plint. Het paviljoen is door een glazen tussenlid verbonden met het oude Administratiegebouw; hier is de entree van beide gebouwen gesitueerd. De hoogteverschillen tussen het oude en het nieuwe gebouw worden op speelse wijze door treden en een hellingbaan overbrugd. Het paviljoen heeft een spiltrap in een cilinder van glazen bouwstenen en vrij indeelbare plattegronden.

De architect koos direct voor een min of meer zelfstandig bouwvolume, enigszins los van het oude gebouw, maar zocht naar de juiste vorm voor de plattegrond. Aanvankelijk tekende hij een gebouw op een rond grondvlak en later nog een trapeziumvormig plan dat reageerde op de verschillende rooilijnen op het terrein. Uiteindelijk werd het dus een ovaal waarvan de korte middellijn bewust afwijkt van de as van het Administratiegebouw; de zelfstandige positie van de onderwijsbalie wordt erdoor benadrukt.

Een bijzondere ruimtelijke ervaring

De betonnen vloeren en het dak worden gedragen door ronde betonkolommen. De oorspronkelijke inbouw, die uit zo min mogelijk gesloten wanden bestond, is bij de renovatie in 2022 gesloopt. Op de eerste verdieping zijn langs de gevel twee smalle vides. Op het dak is een lichttrommel van glazen bouwstenen aangebracht. De optimale daglichttoetreding in het gehele gebouw, tot en met de fietsenstalling dankzij de glazen bouwstenen in de plint, en in de verbinding met het oude gebouw zorgen voor een bijzondere ruimtelijke ervaring.

De vorm van het gebouw zet zich door in de detaillering: zo zijn de prefab betonnen dakrand en zowel de kozijnprofielen als de glaslatten afgerond. De voorover hellende beglazing van de bovenste verdieping richt zich naar het terrein en de positionering van het paviljoen laat zoveel mogelijk zicht- en looplijnen intact. ’s Avonds manifesteert het gebouw zich als een lantaarn in de duisternis op een levendig terrein waar zowel gewoond als gewerkt en gestudeerd wordt.

De architectuur van Theo Bosch

De vormgeving en de detaillering van het paviljoen zijn typerend voor de architectuur van Theo Bosch; vergelijk bijvoorbeeld het woongebouw Pentagon in de Nieuwmarktbuurt, het kantoorgebouw Stadhouderskade 55 en het P.C. Hoofthuis aan het Singel. Door het ontbreken van concessies en de trefzekere plaatsing op het Binnengasthuisterrein lijkt dit één van zijn meest geslaagde projecten in Amsterdam.

Herontwikkeling Universiteitskwartier

De Universiteit is bezig met de herontwikkeling van het Universiteitskwartier op het Binnengasthuisterrein, samen met het Roeterseiland en Science Park, een van de drie concentraties van universiteitsgebouwen in Amsterdam. Het eerste gebouw dat gereed zal komen is de nieuwe vestiging van de Universiteitsbibliotheek tegenover het paviljoen door MVSA en Architectenbureau J. van Stigt.

 

Aanvankelijk wilde de Universiteit het paviljoen slopen ten behoeve van meer openbare ruimte, daarna wilde men het vervangen door een nieuwe en grotere onderwijsbalie midden op het pleintje tussen het Administratiegebouw en de bibliotheek. Dit voorstel riep veel weerstand op zowel bij bewoners als erfgoedorganisaties en architecten. Uiteindelijk is besloten om het paviljoen te behouden, althans voorlopig, en is het inmiddels opgeknapt. Zeer terecht gezien het belang van de architectuur en de zorgvuldige plaatsing tegenover de monumentale bibliotheek.

Paul Meijer, Erfgoedvereniging Heemschut 

 

 

Het paviljoen vormt samen met het Administratiegebouw van J.M. van der Meij het rijksmonument Binnengasthuisstraat 9.

Bronnenlijst

– H. de Haan en I. Haagsma, Al de gebouwen van de Universiteit van Amsterdam, Haarlem: Architext, 2000, p. 148-149. 

– M. Teunissen, Theo Bosch. Knokken voor de stad, deel 3 Architectuur en stedenbouw 1981-1994, Rotterdam: BONAS, 2006, p. 116-122. 

– S. Priester, ‘Architectuur als genereus gebaar naar de mens’, in: Ons Amsterdam 58 (2006), p. 385-387.