Peper en Zout

Oyevaar Van Gool De Bruijn Architecten, 1979

Aanstootgevende kantoorvilla’s

Het ‘peper- en zoutstel’ aan de Weteringschans, naar ontwerp van Van Gool, heeft – al voor de oplevering in 1979 – veel stof doen opwaaien door het afwijkende exterieur. De twee hoekige gebouwen met hun uitkragende delen, grafische bakstenen gevelvlakken met daarin vensters van gekleurd glas gevat in minimale kozijnen, blijken voor veel mensen aanstootgevend. In de vlakke gevels, opgetrokken uit geglazuurde baksteen, zijn maar liefst 312 vierkante ramen geplaatst. In het voortraject geeft de gemeente aan dat het geen invulling met standaard kantoren wenst. Een villa-achtige bebouwing is hier meer op zijn plaats. De twee kantoorvilla’s komen in schaal, contour en volume overeen met de vroegere villabebouwing op deze locatie aan de Weteringschans. Van Gool werkte om de limiet van het bebouwde grondoppervlak heen door overstekken toe te passen. Deze delen die buiten het ‘voetstuk’ uitsteken zorgen voor extra vierkante meters kantooroppervlak.

Een breuk met de omgeving
Van Gool zocht bewust een contrast tussen de villa’s langs de Weteringschans en de aanwezigheid van de nationale cultuurtempel, het Rijksmuseum. Dit heeft bijgedragen aan de discussie waarin de gebouwen onder meer werden gerangschikt binnen een nieuwe stroming in de architectuur: de Nieuwe Lelijkheid. Feit is dat de gebouwen, ondanks de stedenbouwkundige situering in de reeks villa’s en de zorgvuldige ‘landscaping’, geen enkel visueel verband leggen met de negentiende-eeuwse architectuur langs de Singelgracht. Dit komt overeen met de gedachte van Van Gool om door middel van hedendaagse architectuur een nieuwe identiteit aan een plek te geven.

Anonieme architectuur
In de ogen van architect Van Gool moet architectuur een grote mate van autonomie hebben. Een gebouw is een vrij kunstwerk, dat niets met zijn context te maken heeft. Bij de gebouwen aan de Weteringschans is dit aspect nog versterkt doordat het kantoren ‘voor de verhuur’ zijn. Niet de gebruiker maar de ontwikkelaar is hier de opdrachtgever. Op het moment dat het gebouw wordt ontworpen weet de architect niet voor wie het gebouw bedoeld is. Zo ontstaat een letterlijk anonieme architectuur.

Lieke Haan