Rijksmuseum

Cruz y Ortiz arquitectos,, Van Hoogevest Architecten, 2013

Historiserende stijl

Gedurende de 19e eeuw waren velen van mening dat voor monumentale gebouwen met culturele doeleinden de Hollands renaissancistische stijl het meest geschikt was. Het nationale zelfbewustzijn zou ermee gediend zijn, als ook nieuwe gebouwen door de toepassing van die historiserende stijl zouden herinneren aan de Nederlandse bloeiperiode in de zestiende en zeventiende eeuw.

Het Rijksmuseum werd het gebouw bij uitstek waarin dit idee naar voren komt. Aan de bouw van het museum gingen twee prijsvragen vooraf. In 1875 kwam de katholieke bouwmeester P.J.H. Cuypers als winnaar uit de bus. Op basis van neogotische structuren kwam hij inderdaad tot een Hollands renaissancistisch ontwerp. In de van oorsprong symmetrische plattegrond zijn invloeden van Van Campens stadhuis op de Dam waarneembaar.

Stadspoort

Stedenbouwkundig gezien fungeerde het gebouw oorspronkelijk als een gigantische poort aan de toenmalige stadsrand, een doorgang naar de beoogde stadsuitbreiding met ‘luxe kwartieren’ aan de zuidkant van de stad. Het museum is na de oplevering vaak verbouwd en uitgebreid. Toegevoegd werden onder meer een directeurswoning (1885), een bibliotheek (1885), een school voor tekenonderwijs (1892), de Nachtwachtzaal (1906) en het Druckergebouw (1915) voor de 19e eeuwse kunst. Eind 2003 startte een omvangrijke renovatie en herstructurering van het museum, naar ontwerp van het Spaanse architectenduo Cruz & Ortiz. Het vernieuwde gebouw is geopend in april 2013.

Renovatie

Het vernieuwde museum biedt van buitenaf een vertrouwd beeld, waaraan de gerenoveerde gevel, de vernieuwde tuin, het Aziatisch paviljoen en het bescheiden ogende entreegebouw toegevoegd zijn. Deze exterieure vernieuwingen geven slechts een kleine indruk van de enorme transformatie die het museum intern heeft ondergaan. Het herstel van de oorspronkelijke ruimtelijke structuur van het museum was de belangrijkste doelstelling, wat een grote impact heeft gehad op de binnenhoven die in ruim 100 jaar volledig volgebouwd waren. Nu deze ontdaan zijn van later ingebouwde verdiepingen, hebben de atria weer de hoogte en lichtinval die zij ooit hadden. De hoven, waarnaar toe de hoofdingang is verlegd, zijn via een ondergronds plein met elkaar verbonden. Over deze ondergrondse ruimte loopt de beroemde Passage, die het museum doorkruist. Spectaculair element is het vervangen van baksteen in de zijwanden van de Passage door glas, waardoor museumbezoekers zicht hebben op de bedrijvigheid in deze overdekte straat en de veelal fietsende voorbijgangers een blik in het museum kunnen werpen.

Toekomstbestendig

De vernieuwing beperkt zich bij lange na niet tot de binnenhoven. Zo is er onder andere een nieuw auditorium ondergronds aangelegd, zijn de trappenhuizen en zalen teruggebracht naar het oorspronkelijke ontwerp van Cuypers en heeft de Teekenschool zijn functie van educatief centrum weer terug. Met de grondige transformatie die het museum ondergaan heeft is het toegedicht op de éénentwintigste eeuw en de bezoekersstromen die hierbij horen.