Telefooncentrale Herengracht

Dienst Publieke Werken, 1957

Te zwaar beladen
In 1954 wordt begonnen met de sloop van het gebouw van de Plaatselijke Telefoondienst, dat vlak na de Eerste Wereldoorlog in 1916 aan de Herengracht is gebouwd. Voor de bouw hiervan zijn indertijd maar liefst zeven 17e-eeuwse grachtenpanden gesloopt. De fundering en constructie van de oude bebouwing was niet meer berekend op het gewicht van de apparatuur van de nieuwe telefooncentrale. Het nieuwe, huidige gebouw is opgetrokken rond een staalskelet, hetgeen te zien is in de gevel. In verband met de functie van het gebouw wordt veel aandacht besteed aan goede isolatie. Dit wordt bereikt door de toepassing van isolerende dakplaten, dubbel glas en celbetonplaten in de gevel. Op de begane grond zijn kantoren en verschillende technische voorzieningen gesitueerd. In de kelder zijn een rijwielstalling en de dienstruimten ondergebracht. De drie bovenverdiepingen bevatten de ‘automatenzalen’, het hart van de centrale. Deze zalen liggen over de gehele breedte van het gebouw; ze meten 42,5 bij 11,5 meter.

Golvende wederopbouwarchitectuur
De telefooncentrale is een van de weinige grote naoorlogse gebouwen in een Amsterdamse grachtenwand en is daarmee een voorbeeld van wederopbouwarchitectuur. De indeling van de gevel is gebaseerd op de systeemmaat van het staalskelet en bestaat uit wel vijftien raamassen. De gevel is bekleed met gele steen en geleed door middel van grijze natuurstenen banden. Drie bronzen erkers en een bronzen ingangspartij zorgen voor de accenten in de 43 meter brede gevel. In het gebouw is een traditionele grachtengevel te herkennen met de indeling van een basement, middengevel en gevelbeëindiging. De daklijst is voorzien van een luifel die tachtig centimeter buiten het gebouw steekt. Deze daklijst golft als het ware mee met de gevel omdat elk van de vijftien raamassen licht in een punt uitloopt. Ondanks de moeite die is gedaan om het gebouw door middel van gevelgeleding in de grachtenwand te integreren, is er altijd veel kritiek geweest op de gemeende eentonigheid en massiviteit van het gebouw: het ritme van de gevelwand zou door het ‘grootschalige en wanstaltige gedrocht’ ernstig zijn verstoord.

Amsterdam verbonden door telefoondraad
Op de gevel van het gebouw is een gevelsteen geplaatst van de hand van stadsbeeldhouwer Hildo Krop. Op de gevelsteen zijn de wijken van Amsterdam verbeeld die door een telefoondraad zigzaggend worden verbonden. Wist je dat 2020 werd uitgeroepen tot Hildo Krop-jaar? Arcam heeft in dat kader een fototentoonstelling gemaakt over de betekenis van het ornament nu en in de toekomst.

Lieke Haan