‘Tuinwijck’, Ter Gouwstraat 2-18 / Van der Vijverstraat 2-18

Arend Jan Westerman, 1940

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Erfgoedvereniging Heemschut.

Op een ietwat verscholen terrein direct ten zuiden van Station Muiderpoort staan twee appartementenblokken van vlak voor de Tweede Wereldoorlog, ontworpen door Arend Jan Westerman. Ze behoren tot de weinige werken in Amsterdam Oost van deze zeer productieve architect. De zorgvuldig ontworpen architectuur met een bijzondere vorm van woningstapeling is uitzonderlijk goed bewaard gebleven, een zeldzaamheid voor woningblokken uit deze periode.

Een lang onbenut terrein

De woningen staan op een driehoekig terrein tussen twee spoortaluds. Rondom dit perceel splitst de spoorlijn zich in de richtingen Utrecht en Amersfoort. Op de splitsing opende in 1939 het nieuwe Muiderpoortstation, naar ontwerp van de architecten H.G.J. Schelling en J. Leupen. De sporen kwamen op nieuwe dijklichamen te liggen, waardoor het driehoekige terrein, ten zuiden afgesneden door de Oostergasfabriek en de Ringvaart, enigszins geïsoleerd kwam te liggen.

 

Het tussen de sporen gelegen terrein bleef lange tijd onbenut. In de jaren ’10 werd hier het volkstuinencomplex Tuinwijck aangelegd. In het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP) was er een groengebied met sportterrein voorzien, waaraan in 1936 laagbouwwoningen werden toegevoegd. De wethouder Publieke Werken noemde het destijds een ‘welkom ontspanningsgebied voor de omringende dichtbevolkte woonbuurten’. Het plan hield echter geen stand en nadat er ook een huishoudschool in het gebied moest komen werd het woningbouwplan op verzoek van de wethouder bijgesteld. In 1938 lag er een definitief plan voor 196 woningen in laagbouwstroken, met dicht tegen de spoorlijn twee vrijstaande villa’s (waarvan er voor de oorlog slechts één werd gebouwd, ook naar ontwerp van Westerman).

 

De geplande woningen werden niet gelijktijdig aanbesteed en aanvankelijk werden voor de oorlog (in 1940) slechts twee terreinen in erfpacht uitgegeven voor bebouwing met 28 woningen en 10 bergplaatsjes aan de nieuw aangelegde Ter Gouwstraat en Van der Vijverstraat. Opdrachtgever was waarschijnlijk de bouwkundige Nicolaas Worp (1912-na 1971), zoon van Maarten Worp (1890-1964), ook bouwkundige en aannemer van metselwerken. M. Worp was aannemer van Sumatrastraat 162-164 (1929) van architect A.J. Westerman en N. Worp was aannemer van het ook door Westerman ontworpen Overtoom 141-145 (1960).

 

Na de oorlog werd de rest van de voorziene strokenbouw door stedenbouwkundige Jacoba Mulder aangepast, en uiteindelijk verrezen in Tuinwijck moderne prefabwoningen.

'Overal stop-contacten'

De woningen aan de Ter Gouwstraat en de Van der Vijverstraat bestaan uit twee haaks op elkaar gelegen stroken van drie bouwlagen onder zadeldaken, met brede vierkamerappartementen op de begane grond en tweelaagse vierkamerbovenwoningen op de eerste en tweede verdieping. Beide blokjes hebben aan de linkerzijde een afwijkende smalle hoekwoning (met 3 kamers), die desgewenst was in te richten als buurtwinkel, met een bovenwoning. De bouwhoogte van drie lagen met kap komt in deze periode in Amsterdam niet zo veel voor, vaker zijn het vier woonlagen met een zolder (zie bijvoorbeeld de woningen van Westerman in de Lekstraat 66-190). De zogenaamde twee-op-een-stapeling maakte het mogelijk alle woningen een eigen toegangsdeur aan de straat te geven. Door de trappen in het midden van de plattegrond te leggen (omdat er geen gemeenschappelijk trappenhuis was hoefde dit niet aan de gevel te zijn gelegen) kon aan de voorzijde de gehele breedte als woonkamer en daarboven voor twee slaapkamers naast elkaar worden benut. Aan de achterzijde in de relatief diepe tuinen zijn in de gemetselde tuinmuur schuurtjes voor de beneden- en bovenwoningen geplaatst.

 

De woningen zijn vrij royaal van opzet met (standaard) drie slaapkamers en een grote woonruimte bestaande uit aaneengeschakelde zit- en eetgedeelten (aparte kamers als bij een suite waren door de centrale verwarming niet meer nodig). Ze zijn voor die tijd modern en luxe uitgevoerd, aangesloten op blokverwarming, met ‘overal stop-contacten’, een radioaansluiting en een ligbad met stromend warm water, zoals de wervende verhuurbrochure laat weten. Het ketelhuis werd centraal gesitueerd in een diepe kelder onder de hoekwoning in de Ter Gouwstraat.

 

De blokjes zijn tamelijk uniek in hun zorgvuldige vormgeving, bouwhoogte en stapeling van woningen, en als zodanig een uitzondering in het omvangrijke oeuvre van Westerman. Vooral de detaillering van het exterieur is bijzonder. In het ontwerp lijkt te worden gerefereerd aan het Muiderpoortstation van architecten H.G.J. Schelling en J. Leupen, onder meer in de geelkleurige baksteen maar ook specifieker in de ronde vensters die de zijgevels van de blokken zijn opgenomen. Ook de woningtoegangsdeuren met kajuitramen zijn wellicht een verwijzing naar het station. De gevels hebben een sterke ritmiek door de erkers over twee lagen en de per twee woningen gekoppelde balkons. Opmerkelijk is het zeer zorgvuldig uitgevoerde metselwerk, met diepliggende lintvoegen en platvolle stootvoegen, die het geheel een fraaie horizontale werking geven. (Door de vervuiling van de bakstenen vallen nu juist de stootvoegen op, waardoor het beoogde effect helaas enigszins verloren is gegaan, maar door voorzichtige gevelreiniging kan dit weer worden hersteld.) Uniek is dat deze kostbare metselwijze zelfs in de schuurtjes is doorgevoerd. De gemetselde bogen van het portiek van de hoekwoningen en boven het getoogde venster in de zijgevel bestaat uit telkens twee koppen boven elkaar (in plaats van afwisselend twee koppen en een strek) zodat ook in de boog een doorgaande lintvoeg zit; een voorbeeld van de subtiele detaillering van de architect. De architectuur doet deels denken aan het werk van architect W. Dudok. In het interieur zijn ook relatief veel oorspronkelijke onderdelen bewaard, onder andere marmeren vensterbanken en marmeren lambriseringen in de entreeportalen, paneeldeuren en granitovloeren.

 

Het complex is gebouwd in een stijl en met de typerende twee-op-een-woningen die in dit stadsdeel, maar ook breder in heel Amsterdam, amper voorkomen. Uniek daarnaast is dat de blokken nooit ‘slachtoffer’ zijn geworden van een opknap- of renovatiebeurt, iets wat bij zeer veel blokken van Westerman wel is gebeurd. De woningen hebben alle hun originele voordeuren, houten kozijnen en ramen met asymmetrisch geplaatste roeden en glas-in-lood, de balkonhekken aan de voorzijde met hun subtiele versiering, de afdekstenen met rib (van waarschijnlijk geglazuurd gres) op de borstweringen van de balkons op de tweede verdieping aan de achterzijde en zelfs de emaillen huisnummerbordjes behouden. Afgezien van de balkonhekken aan de achterzijde zijn de beide blokjes uitwendig nog in geheel authentieke staat.

Een productief architect

De architect Arend Jan Westerman (1884-1966) drukte begin twintigste eeuw een belangrijk stempel op de architectuur in Amsterdam. Als beginnend architect werkte hij gedurende acht jaar (1914-1922) voor de Dienst Publieke Werken, waar hij met zijn ontwerp voor de Vierde Ambachtsschool, thans bekend als ‘Het Sieraad’, veel roem verwierf. Het wordt tegenwoordig gezien als één van de topstukken in de Amsterdamse School-stijl.

 

Naderhand vestigde hij zich zelfstandig. Hij werkte vooral in een strakke, zakelijke stijl, met invloeden van de late Amsterdamse School-stijl, de Nieuwe Zakelijkheid en de Nieuwe Haagse School. Westerman was vooral in Amsterdam en Den Haag actief en ontwierp hoofdzakelijk in een kenmerkende geelkleurige baksteen.

 

In de jaren ’20 en ’30 ontwierp hij vele tientallen appartementenblokken, met name in Amsterdam-Zuid en Amsterdam-West. Zijn stijl is sober, maar zorgvuldig gedetailleerd. De blokken waren hierdoor snel en relatief goedkoop te bouwen. In de wat luxer uitgevoerde blokken paste hij ook natuurstenen decoraties toe. Vooral de expressieve raampartijen en erkeruitbouwen van zijn appartementengebouwen, vaak met asymmetrisch geplaatste roeden en glas-in-lood, zijn kenmerkend. Opmerkelijk is dat Westerman vrijwel uitsluitend voor particuliere opdrachtgevers werkte, en niet voor woningcorporaties. Na de Tweede Wereldoorlog was Westerman minder productief. Meest bekend is zijn naoorlogse ontwerp voor uitgeverij Elsevier aan de Spuistraat.

Een lage waardering

De appartementenblokken aan de Ter Gouwstraat en Van der Vijverstraat zijn, zoals veel gebouwen in stadsdeel Oost, zeer laag gewaardeerd op de Waarderingskaart Stedenbouwkundige en Architectonische Kwaliteit met orde 3. Door de architectonische samenhang met het nabijgelegen Muiderpoortstation zijn de woningen, in het verder grotendeels naoorlogse Tuinwijck, van groot belang voor de beleving van de historie van de wijk. Het zorgvuldige ontwerp en de fijne detaillering van de gevels, die bovendien tot op heden in zeer goede, vrijwel authentieke staat behouden zijn, is tamelijk zeldzaam in de sociale huursector.

 

Vanwege funderingsproblemen in het blokje aan de Ter Gouwstraat is het complex in de jaren ’90 door het Woningbedrijf Amsterdam, thans Ymere, aangekocht. Al ruim tien jaar circuleren plannen voor zowel renovatie, als sloop en nieuwbouw. De verzakking ten gevolge van funderingsproblemen lijkt echter tot stilstand te zijn gekomen en hoeft dus geen reden voor afbraak van deze fraai ontworpen en goed bewaarde appartementenblokken te zijn.

Wouter van Elburg en Paul Meijer, Erfgoedvereniging Heemschut

Website by HOAX Amsterdam