Minder technologie = meer intelligentie

Alternatieve AAP 2026

24.06.26 Arcam

Column uitgesproken tijdens de uitreiking van de Amsterdamse Architectuurprijs 2026 vanuit Studio Wieman op 10 juni door onderzoeksjournalist Inge Janse (research: smart city architect Tom van Arman)

Wie hier kent het huis van de toekomst?

Voor wie het niet kent: het huis van de toekomst was een project van futuroloog Chriet Titulair. Het huis, opgeleverd in 1989, wilde laten zien welke zegeningen technologie kon opleveren als het in een huis, kantoor of ander gebouw werd toegepast. Chriet Titulair had daarbij een mooi doel: meer werk laten doen via technologie, dacht hij, betekent meer vrije tijd voor de mensheid.

Het huis van de toekomst mocht maximaal zeven jaar blijven staan. Daarna moesten de door hem verzamelde technologieën zichzelf bewezen hebben en gemeengoed zijn. Oftewel: het huis van de toekomst moest na zeven jaar het huis van nu zijn.

 

Chriet, als altijd zijn tijd ver vooruit, bundelde onder meer zuigrobots die vloeren konden schoonmaken, inbouwapparatuur die je via een computernetwerk op afstand kon besturen, obscure kastjes die via stemcommando’s opdrachten voor je konden uitvoeren, en schermen voor het zelf maken van elektriciteit.

Roomba. Google Nest. Amazon Alexa. Zonnepanelen.

10 uit 10 voor Chriet.

===

Nouja. 9 uit 10 dan. Want in één ding zat hij verkeerd, namelijk dat we door de inzet van technologie meer vrije tijd zouden krijgen. Ja, natuurlijk is het fijn dat we geen dagen meer kwijt zijn aan stofzuigen, de vaat doen, kleding wassen en open haarden aansteken.

Maar net als dat de industriële revolutie op de werkvloer ervoor zorgde dat we gewoon ander werk gingen doen, zorgt de technologische revolutie in onze gebouwen ervoor dat we andere huishoudelijke taken oppakken. Avonden lang struinen we Bol.com en Marktplaats af om slimme gadgets te kopen, kijken we op het verslaafde af beelden uit van onze slimme deurbel, verliezen we uren en uren aan de configuratie-app van onze zonnepanelen, en doomscrollen we onszelf een depressie aan op onze zogenaamde smartphones.

Intelligente technologie is dus geen zaligmakende oplossing.

Sorry Chriet.

===

Gelukkig is die opvatting ook terug te vinden in de tien genomineerde projecten voor de Amsterdamse Architectuurprijs van dit jaar. Technologie, zo zag mijn collega Tom van Arman bij een bezoek aan alle gebouwen, speelt daarin eerder een achteraf ingelaste bijrol met onbedoelde schaduwkanten, dan een cruciale sleutelrol om de gebouwen intelligent te maken.

 

Laten we eerst kijken naar wat de genomineerde projecten wél intelligent maakt. Intelligentie, die vind je terug in prefab materialen voor snellere bouw. Plantenbakken voor waterretentie. Daken als moestuinen. Ingebouwde circulaire afvalstromen. Gemeenschapsvorming via collectieve ruimtes. Kangoeroehuizen voor multigenerationele woningen. Lege parkeerplaatsen die omgekat zijn naar appartementen voor jongeren. Kindvriendelijke architectuur, inclusief glijbanen. En schoollokalen die zich aanpassen aan wat leerlingen nodig hebben.

Intelligentie in architectuur, zo lijkt de rode draad van de tien projecten, is vooral het resultaat van de op elkaar afgestelde combinatie van ruimtelijke ordening, ecologische systemen, collectieve leefomgevingen, oog voor de gebruiker, en pas daarna – heel subtiel, vaak zelfs onzichtbaar verwerkt – technologie.

 

===

Sterker nog: als er al ‘harde’, zichtbare technologie wordt toegepast, dan leidt dat eerder tot achteruitgang dan vooruitgang. Want wie zet er nou een even slimme als lelijke beveiligingscamera pontificaal op een sprookjesachtig gebouw in een dierentuin? Wat doet het met je vertrouwen als een schoolgebouw tjokvol anonieme en non-descripte camera’s zit? En snapt dan niemand dat het leven in de stad al anoniem genoeg is, en dat een digitaal pakket-distributiepunt in een woongebouw voor nóg minder menselijk contact zorgt?

Soms lijkt de toepassing van complexe, intelligente technologie daarom vooral een manier om op een simpele, domme manier een niet voorzien probleem op te lossen.

 

En dan heb ik het nog niet eens over de vele onzichtbare keerzijden van technologie. De milieu-impact van de dataverwerking. De inbreuk op privacy. De gevaren van hacks. De afhankelijkheid van big tech. En het verlies van menselijke kennis en kunde door taken uit te besteden aan machines.

===

Het meest in het oog springend zijn wel de vele, vele camera’s die mijn collega Tom tegenkwam. Als strooigoed lijken zij in en rondom de tien gebouwen geland te zijn.

En dat is niet zonder consequenties. Camera’s verzamelen onbekende data, die in handen komen van onbekende eigenaren, voor onbekende doeleinden, met onbekende gevolgen. En waarom die camera’s daar hangen? Ook dat is vaak onbekend.

 

===

Misschien is het daarom voor mensen die de Amsterdamse Architectuurprijs 2027 ambiëren, wel een mooie opgave om altijd Chriet Titulairs huis van de toekomst in gedachten te houden. Niet als ambitie, maar als geheugensteun om juist zo min mogelijk ‘intelligente’ technologie in te bouwen. Dat technologie geen must of streven is, maar de laatste oplossing als andere toepassingen tekortschieten.

Mijn pleidooi is daarom dit: heb het hier als vakwereld over. Stel jezelf en elkaar de vraag: hoe zorg je ervoor dat gebouwen resistent zijn voor het opportunisme en de verleidingstechnieken van technologie? Hoe kun je aan de voorkant de problemen voorkomen, die anders aan de achterkant alsnog digitaal bestreden worden?

Want echte intelligentie, die volgt niet uit slimme technologie. Echte intelligentie, die ontstaat door mensen, voor mensen.

Website by HOAX Amsterdam