Elk jaar reikt Arcam de Amsterdamse Architectuurprijs (AAP) uit aan het beste gebouw van het jaar. Uit tien genomineerden bekronen een driekoppige vak- en publieksjury de winnaar. Dit jaar wordt de AAP voor de negentiende keer georganiseerd. Sinds 2015 wordt er ook een prijs uitgereikt door een publieksjury. De AAP is een prijs voor architect én opdrachtgever.
De voorselectie
Uit de circa 110 gebouwen die in 2025 zijn opgeleverd, maakt de Arcam Programmaraad in samenspraak met Arcam een voorselectie van vijfentwintig gebouwen. Hierbij wordt gekeken naar architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit, programma, innovatieve typologie, vooruitstrevende ambities, spreiding over de stad en sociale waarde. Anders dan voorgaande jaren hebben de programmaraad en Arcam de voorselectie van 25 gebouwen gezamenlijk bezocht om tot een top tien te komen.
De publieksjury 2026
Op vrijdag 22 mei 2026 vond de beoordelingsprocedure plaats. De publieksjury is geworven via een open oproep, waarna Arcam de jury samenstelt. Uit meer dan veertig aanmeldingen zijn Mounira Rahou, Rona Mathlener en Stan Putman verkozen tot de publieksjury van 2026.
Mounira Rahou is een geboren en trotse Amsterdamse met een positieve vibe die zij dagelijks laat zien in haar werk en houding. Naast haar werk als operatie-assistente is zij op verschillende vlakken maatschappelijk actief in Amsterdam en ver daarbuiten. Haar inzet reikt verder dan het persoonlijke: zij toont toewijding aan de stad en versterkt met haar betrokkenheid de gemeenschap. Daardoor is zij niet alleen erkend als sterke vrouw in de stad en actieve Amsterdammer, maar ook een inspirerend voorbeeld van hoe zorg, betrokkenheid en betekenis samenkomen en harmonie creëren. Mounira is een bruggenbouwer en verbinder met een verfijnde smaak.
Rona Mathlener is beeldend kunstenaar, kritisch schrijver en mindfulness-trainer. In haar werk vertrekt zij vanuit configuraties: de samenhang tussen vorm, ruimte, materiaal, lichaam en sociale verhoudingen. Ook ontwikkelt en geeft zij cursussen aan groepen, mede gevoed door haar achtergrond in beeldende therapie. Als jurylid kijkt zij naar gebruik, lichamelijke ervaring en sociale werking: wat doet een gebouw met mensen, en wie voelt zich er welkom? Zij brengt een aandachtige en kritische blik mee, geworteld in ervaring, observatie en een lange betrokkenheid bij de stad, haar grote liefde.
Stan Putman is journalist en geboren Amsterdammer. Zijn deelname wordt gedreven door een concrete zorg: is er in deze stad nog plek voor iedereen? En als die plek er is, wat voor plek is het dan? Is dat ook een comfortabele, mooie, prettige, en dus kortom, waardige plek om te wonen of te verblijven? Daarnaast komt zijn betrokkenheid ook voort uit een grote nieuwsgierigheid om binnen te kijken in gebouwen die niet altijd publiek toegankelijk zijn. Ondanks zijn zorgen geniet Stan volop van de stad: als hij door de stad wandelt, kijkt hij altijd omhoog en geniet hij van de diversiteit van deze prachtplek.
Tijdens de jurydag krijgen publiek- en vakjury bij alle tien gebouwen een korte rondleiding van architect en opdrachtgever. De projecten worden door beide jury’s onafhankelijk van elkaar beoordeeld in de volgorde van bezoek. In de busritten tussen de projecten bespreekt de publieksjury de individuele motivaties en stelt zij gezamenlijke criteria op. Na afloop zijn drie definitieve criteria vastgelegd waarlangs de projecten worden beoordeeld.
Eerste indrukken en criteria
De publieksjury van de Amsterdamse Architectuurprijs 2026 is een jury die hoofdzakelijk let op de maatschappelijke waarde die een gebouw toevoegt aan de stad en aan de Amsterdammer. De tien genomineerde projecten worden getoetst aan de hand van drie criteria: stelt het gebouw de mens voorop? Past het gebouw bij Amsterdam/ geeft het een gevoel van trots om Amsterdammer te zijn? En ten slotte: de beleving van het gebouw: voel ik mij fijn in het gebouw? Voelt het veilig en vertrouwd, en is dit een plek voor iedereen?
Mounira Rahou, Rona Mathlener en Stan Putman vormen met zijn drieën een publieksjury met het hart op de tong, die het niet altijd gelijk met elkaar eens is. In de bus werd meermaals flink gediscussieerd, niet alleen over de individuele projecten, maar ook over de bredere vragen die de gebouwen opriepen. Wat is nog een betaalbare koopwoning? Zijn tijdelijke huurcontracten wenselijk? En waar bevindt zich eigenlijk de lift en wat zegt dat over wie het gebouw werkelijk verwelkomt?
Over alle projecten samengenomen viel het de jury positief op dat in bijna alle rondleidingen van de architect en opdrachtgever met name de sociale elementen van het gebouw werden belicht. De jury waardeerde hoe in alle gebouwen met grote zorg is nagedacht over de gemeenschappelijke ruimtes. De gemeenschappelijke daktuinen die ontmoeting stimuleren, brede galerijen en collectieve ruimtes voerden de boventoon van de jurydag. Dat de projecten daarin slaagden werd beaamd door bewoners, medewerkers of gebruikers die bij veel projecten klaarstonden om naast architect en opdrachtgever de jury te ontvangen. Gedurende de dag viel het de jury ook op dat er slechts weinig werd gezegd over de duurzaamheid van de gebouwen. Misschien is duurzaamheid al zo het nieuwe normaal geworden dat het niet meer apart benoemd hoeft te worden? Of is duurzaamheid op dit moment misschien minder in de mode?
De beoordeling van genomineerde projecten (op volgorde van bezoek)
Houtrak
Architect: Marcel Lok_Architect + Workshop Architecten. Opdrachtgever: Vorm Ontwikkeling
Houtrak is een appartementencomplex met 36 koopwoningen op Oostenburgereiland, bestaande uit twee aaneengeschakelde gebouwen: één met een houten gevel, één met een metalen gevel. De houten gevel, opgebouwd uit gerecyclede azobé-planken afkomstig uit het Markkanaal, maakte op de meerderheid van de jury grote indruk. De robuuste uitstraling past goed bij het historische industriekarakter van Oostenburg, een voormalig VOC-werkeiland. Het derde jurylid was juist meer te spreken over de binnenkant van het gebouw, dat door het beton een strakke uitstraling had, wat de andere twee juryleden juist ietwat kil vonden.
De jury was enthousiast over de collectieve daktuin. De daktuin biedt uitzicht over de Oostenburgervaart en nodigt uit tot ontmoeting tussen bewoners. “Als ik daar zou wonen, dan zou ik daar vaak zijn,” aldus een jurylid.
Duivenhuis
Architect: ATELIERFRONT. Opdrachtgever: ARTIS
Het Duivenhuis is een van de oudste gebouwen van ARTIS, gebouwd rond 1730 als tuinkoepel en later verbouwd tot duivenverblijf. Na jaren van verval is het in 2025 getransformeerd tot café, met op de bovenste verdieping een vergaderruimte. Met kleine ingrepen is het volgens de jury toch een gebouw met lef geworden.
De jury waardeert de toevoeging van een houten veranda die het verdwenen houtsnijwerk terugbrengt in een moderne vorm en het huisje veel meer statuur geeft. Het fijne licht en de vriendelijke architectuur maken het een uitnodigende plek om even te gaan zitten. Een jurylid merkte op dat de hoge houten veranda het gebouw doet denken aan traditionele architectuur uit Suriname of Indonesië.
Het Duivenhuis vindt de jury lastig te vergelijken met de andere genomineerden. Het is een esthetisch mooi en knap uitgevoerd gebouw, maar is het iets dat Amsterdam nu het hardst nodig heeft? Bovendien kost een bezoek aan ARTIS entree, wat de drempel verhoogt om gebruik te maken van het café.
De Telefoondienst
Architect: Ronald Janssen Architecten. Opdrachtgever: Aham Vastgoed
De jury is zeer te spreken over de transformatie van de Telefooncentrale, een voormalig PTT-schakelstation uit 1923 dat is omgevormd tot een levendige plek met woningen en makerruimtes. De mate waarin het oorspronkelijke karakter is bewaard terwijl het gebouw tegelijkertijd een nieuwe uitstraling heeft gekregen, maakte grote indruk. “Ik kon soms niet goed zien of het nou origineel was of nieuw, echt heel knap.”
De jury prijst de keuze voor graniet bij de optopping, dat aansluit bij de sierstenen uit 1923. “Qua materialen is echt van alles gebruikt. Ik zag beton, natuursteen, glas in lood, graniet, maar het paste allemaal heel erg mooi bij elkaar.”
De jury waardeert ook de bewuste keuze om sociale en middenhuurwoningen op te nemen. Die dag bezocht de jury een vrije sectorwoning. Met twee verdiepingen en een dakterras straalde deze een luxe uit die de sociale en middenhuurwoningen niet hadden. Al was de jury zeer te spreken over de woning, de huur van 2.400 tot 2.700 euro deed sommige juryleden concluderen dat dit toch voor de ‘very few’ is.
Nog een kanttekening: ten tijde van het bezoek waren in de plint nog geen huurders, wat de beoordeling soms bemoeilijkte.
De Vrijheid
Architect: Atelier Kempe Thill. Opdrachtgever: De Alliantie
De jury is onder de indruk van De Vrijheid, een woontoren van zestien bouwlagen met uitsluitend sociale huurwoningen in het Bajeskwartier. De toren deelt dezelfde kavel met woontorens met koop- en duurdere huurappartementen. Wie op het hoge dakterras staat en om zich heen kijkt, ziet eigenlijk geen verschil tussen de torens. Dat de sociale huurtoren zich volledig gelijkwaardig manifesteert naast zijn duurdere buren, waardeert de jury zeer.
Wie De Vrijheid binnenloopt, wordt verwelkomd in een ruimtelijke hal met centraal een boom van wel tien meter hoog. Het gebouw heeft een chique uitstraling, vindt de jury. “Het is bijna een beetje poenerig chique, maar op een goede manier,” aldus een jurylid. Ook de details worden gewaardeerd, zoals de brievenbussen vormgegeven als huisjes.
Over de indeling van de woningen was de jury verdeeld. De ruime balkons worden geprezen, maar de badkamer, die naar verhouding door de jury erg groot werd gevonden, riep vragen op. Wellicht niet zozeer naar de architect en opdrachtgever, maar dan wel naar het Bouwbesluit. Ook de ontsluiting gaf stof tot discussie. De liften zitten meer verscholen, terwijl de trap direct aanwezig is. Een begrijpelijke keuze als architect en opdrachtgever traplopen willen stimuleren, maar de jury plaatste kanttekeningen bij de veiligheidsbeleving voor bewoners die afhankelijk zijn van de lift of hier liever gebruik van maken.
De Nieuwe Meent
Architect: Time to Access i.s.m. Office Raumplan. Opdrachtgever: Vereniging de Nieuwe Meent
Een bijzondere plek in dit rapport is er voor De Nieuwe Meent. “Als je kijkt naar opdrachtgeverschap en doorzettingsvermogen, dan verdient De Nieuwe Meent echt een Oscar.”
Het gebouw is opgetrokken uit een houten constructie en valt direct op door zijn rode bakstenen gevel. De verhouding tussen privé en gemeenschappelijk is bijna ‘fifty-fifty’, een bewuste keuze van de bewoners. De meerderheid van de jury zou zelf niet zo snel kiezen voor deze woonvorm, maar: “De community, het cafeetje erbij en al die deuren die gewoon openstaan, gaf mij echt een familiegevoel.”
De jury is positief over de woningen, die allemaal sociale huur zijn. De relatief kleine zelfstandige woningen voelden ruim aan, en de gedeelde appartementen voor woongroepen zijn flexibel ingedeeld zodat verschillende gemeenschappen de ruimte naar eigen behoefte kunnen inrichten. De jury had ook veel lof voor de betekenis van het gebouw voor de omgeving: bewoners betrekken de buurt actief bij de programmering en gaan zelf langs bij buurtbewoners. Een bewoner bleek zelfs het noodcontact te zijn van iemand uit de buurt.
Toch leken niet alle onderdelen even af. De daktuin met de tegels voelde bijvoorbeeld nog wat kaal en leek daardoor niet helemaal tot zijn recht te komen, maar dat was voor de jury slechts een kleine kanttekening. Met De Nieuwe Meent is de stad een mooi woonproject rijker voor een nieuwe en activistische generatie Amsterdammers: “Het is een mooi en belangrijk tegengeluid tegen de vastgoedwereld.”
Bakstayn
Architect: Time to Access Opdrachtgever: Coöperatie Bakstayn
De jury is onder de indruk van de manier waarop Bakstayn tot stand is gekomen. Het is een CPO-project waarbij bewoners zelf het heft in handen hebben genomen om betaalbare koopwoningen te realiseren, in een stad waar dat steeds moeilijker wordt. Met een prijs rond de €5.000 per vierkante meter laat het project zien dat collectief opdrachtgeverschap een volwaardig alternatief kan zijn voor de reguliere woningmarkt.
Geïnspireerd op de Amsterdamse School heeft het gebouw zachte lijnen en een rijke detaillering. De jury waardeert de kleine details, zoals de gevelsteen met een olifant en de drie Andreaskruisen van Amsterdam. De brede leefgalerijen, gemeenschappelijke ruimtes en tuin maken het een prettig woongebouw. Een kanttekening plaatst de jury bij de gemeenschappelijke ruimte op de begane grond, die minder uitnodigend overkomt dan je van een project met zo’n sterk sociaal fundament zou verwachten.
Bijzonder enthousiast is de jury over de slimme parkeeroplossing. Door een systeem van beweegbare plateaus kunnen bewoners twee keer zoveel auto’s kwijt op een beperkte ruimte, een creatieve en pragmatische ingreep.
Opportuna
Architect: Office Winhov en Office Haratori. Opdrachtgever: Woonstichting Lieven de Key
De jury is positief over Opportuna, een woontoren van twintig verdiepingen met 174 sociale huurwoningen voor jongeren tussen de 23 en 28 jaar. Het ontwerp verwijst, net als alle gebouwen in die buurt, naar de wederopbouwarchitectuur van de Westelijke Tuinsteden. Daarin vindt de jury het gebouw bijzonder geslaagd. “Het heeft de Westelijke Tuinsteden echt in zich,” aldus een jurylid.
Met woningen tussen de 32 en 45 vierkante meter zijn de appartementen relatief klein, maar de jury prijst de indeling. De brede, ondiepe woningen maken het geheel licht en leefbaar. “Door die brede appartementen kan je er gemakkelijk een goed huisje van maken.” Bijzonder waardevol vond de jury de voorrangsregeling voor jongeren uit de buurt. Wel gaven de vele toegangscodes, bij de gang, de lift en de gemeenschappelijke ruimtes, het gebouw een wat gesloten karakter. Over de tijdelijke huurcontracten van vijf jaar was de jury verdeeld. Enerzijds zorgt het er wellicht voor dat jongeren sneller een woning vinden. Anderzijds vraagt de jury zich af of het inzetten op tijdelijke huurcontracten een koers is die Amsterdam op wil gaan.
Cornelis
Architect: FARO, Van Bergen Architectura Opdrachtgever: BuildingforLife, Prosper Vitae, Heutink Groep
De jury is zeer te spreken over Cornelis, een woongebouw aan de Cornelis Lelylaan in Amsterdam Nieuw-West, ontworpen voor jonge gezinnen in de stad. De jury prijst hoe architect en opdrachtgever zich echt hebben verdiept in de leefwereld van kinderen. “Natuurlijk heeft elke architect vandaag een goed praatje voorbereid, maar bij dit project dacht ik: dat is echt een mensenarchitect.”
De glijbanen spraken tot de verbeelding, maar ook kleinere details vielen positief op, zoals de voordeurramen in de galerijwoningen, zo gepositioneerd dat kinderen van buitenaf kunnen zien of er vriendjes of vriendinnetjes thuis zijn. De jury waardeert ook de architectonische rijkdom van het gebouw: elke verdieping heeft een eigen karakter. De eerste verdieping, met ook de lage ramen voor kinderen, bestaat uit een brede galerij in rustige kleuren. “Het had bijna een museale uitstraling.” De bovenste verdieping, met een meer stijgerachtige opbouw had daarentegen “juist iets ruigs.” Ook de groene traptuinen geven het geheel een speelse uitstraling. Grote kritiek had de jury niet, wel vroeg een jurylid zich af of het gebouw niet bijna té uitnodigend is en veilig in gebruik is voor jonge kinderen.
Xplore Agora Amsterdam
Architect: Studio Ard Hoksbergen i.c.m. VDNDP Opdrachtgever: Stichting ZAAM
De jury bezocht Xplore Agora, een nieuwe middelbare school in Amsterdam-Noord die specifiek is ontworpen voor het Agora-onderwijs: een concept waarbij leerlingen van verschillende leeftijden en niveaus samenwerken aan zelfgekozen onderwerpen, zonder standaard klaslokalen. De jury vindt het goed dat onderwijs zich blijft innoveren en waardeerde dat leerlingen actief betrokken zijn geweest bij het ontwerp. Toch vond de jury de beoordeling lastig, omdat het concept veraf staat van het onderwijs dat de juryleden zelf hebben gekregen. “Ik ben waarschijnlijk bevooroordeeld met hoe ik school zelf ken.” Ook stond de rondleiding met name in het teken van het verhaal van de school, waardoor het ook lastig was om concept en architectuur los te koppelen.
De jury prijst de ultieme flexibiliteit van het gebouw: individuele ruimtes zijn met verplaatsbare wanden te verbinden of af te scheiden. Een slimme oplossing ook voor de toekomst, mocht de school ooit kiezen voor meer regulier onderwijs.
Een minpunt voor de jury was het gebrek aan groen buiten. Het buitenterras voelt momenteel wat hard en onbeschermd aan. In de toekomst krijgt de school een groene daktuin, maar die is nog niet gerealiseerd.
Universiteitsbibliotheek UvA
Architect: MVSA Architects i.s.m. Buro van Stigt Opdrachtgever: Universiteit van Amsterdam
De jury is unaniem: de Universiteitsbibliotheek van de UvA op het Binnengasthuisterrein is een bijzonder gebouw, ook al is het appels met peren vergelijken met de andere genomineerden.
Het gebouw is het resultaat van een jarenlange strijd. Buurtbewoners en studenten verzetten zich tegen sloop van de historische panden, en met succes. Wie het getransformeerde gebouw betreedt, kijkt via een hoog atrium uit op het historische complex met bakstenen gevels, balkons en het voormalige telefoontorentje. Het atrium wordt gedragen door een metalen kolom die doet denken aan een boomstam, terwijl de panelen de nerven van een blad nabootsen. Het regenwater dat via een glazen kelk wordt opgevangen, stroomt zichtbaar naar beneden, een detail dat de jury bijzonder waardeerde.
De jury beschouwt het gebouw als een geschenk aan Amsterdam en aan toekomstige generaties studenten. De geschiedenis wordt er in ere gehouden, en dat vindt de jury belangrijk voor de stad. “Als ik internationale vrienden over de vloer heb, zou ik ze dit gebouw graag willen laten zien. En dat is gelijk ook het enige kritiekpunt dat ik heb, dat dat niet kan zonder studentenpas.”
Het juryoordeel
Na een lange dag vol indrukken en discussies loopt de jury alle projecten nog een keer langs aan de hand van drie criteria: stelt het gebouw de mens voorop? Past het bij Amsterdam, en geeft het een gevoel van trots om Amsterdammer te zijn? En ten slotte: de beleving: voel ik mij fijn in het gebouw, voelt het veilig en vertrouwd, en is het een plek voor iedereen? Zo brengt de jury het terug naar drie kanshebbers.
Cornelis staat bij alle drie de juryleden in de top drie. De jury prijst hoe in het ontwerp het kind voorop is gesteld. Zo waardeert de jury hoe door de plaatsing van de balkons, brede galerijen en voordeurramen op ooghoogte van het kind actief is nagedacht over het bevorderen van de sociale interactie. De jury noemt het dan ook het werk van “echt een mensenarchitect.” Daarnaast waardeert de jury de architectonische rijkdom van het gebouw: elke verdieping heeft een eigen karakter en vormt een eigen mini-gemeenschap. Een mooi uitgevoerd gebouw om trots op te zijn. De jury vindt het van groot belang dat de winnaar een gebouw is met een uitdrukkelijk sociaal en toegankelijk karakter. Ondanks de vele kwaliteiten van Cornelis, bestaat het gebouw uit koopwoningen en vrijsectorhuurwoningen en valt het daarom voor de jury af.
De Universiteitsbibliotheek UvA verdient volgens de jury ook alle lof. Op een vakkundige manier hebben architect en opdrachtgever een historisch complex gered van de sloop en met moderne elementen, zoals de atriumoverkapping op de ‘boomstam’, een nieuw leven ingeblazen. De jury vindt het gebouw daarin ontzettend geslaagd en noemt het een transformatieproject van ‘internationale allure’. Wel merkt de jury op dat de enorme omvang van het project het lastig maakt om het te vergelijken met de andere projecten.
De jury ziet in de Universiteitsbibliotheek een prachtige studieplek die nog generaties mee zal gaan, maar ook een project dat niet voor iedereen toegankelijk is: je hebt namelijk een UvA- of HvA-pas nodig, waardoor ook dit project afvalt.
Voor de publieksjury van de Amsterdamse Architectuurprijs 2026 is er maar één project dat op alle criteria heeft overtuigd en de jury zelfs heeft weten te ontroeren: De Nieuwe Meent. De manier waarop architect en opdrachtgever tijdens de jurydag vertellen over de totstandkoming van het project overtuigt de jury dat er met grote zorg is gekeken naar de gemeenschap, het gebouw en de buurt. De jury ziet in De Nieuwe Meent een antwoord op een stad die harder en duurder wordt: een antwoord dat schuilt in een activistische, pionierende gemeenschap die bewijst dat het ook anders kan. Het project geeft hoop, juist omdat het laat zien dat wonen ook anders georganiseerd kan worden. “Het is een tegengeluid tegen het grote vastgoed,” benoemt een jurylid.
Ook op het laatste criterium, de beleving van het gebouw, scoort De Nieuwe Meent hoog. In dit gebouw voelt de jury dat het daadwerkelijk een inclusieve plek is voor iedereen, voor een diversiteit aan mensen. De jury is bovendien zeer te spreken over hoe de architect door flexibel te ontwerpen vorm heeft gegeven aan een ruimte waar iedereen zich prettig voelt.
De publieksjury ziet een geslaagd initiatief waarvan de jury hoopt dat het de zaadjes plant voor een andere manier van wonen in Amsterdam. De publieksjury verkiest daarom unaniem De Nieuwe Meent als winnaar van de Amsterdamse Architectuurprijs 2026.