Kom naar de openingsmiddag van Een Optimistisch Rampenplan op vrijdagmiddag 28 november vanaf 15.00 uur bij Arcam. Verwacht een indringende tentoonstelling over de grenzen van de circulaire economie én de verbeeldingskracht die nodig is om een veiligere toekomst te ontwerpen.
Programma
15:00 Start mini-symposium met lezingen en bespiegelingen
– Welkom door Indira van ’t Klooster (directeur Arcam)
– Filosofisch gesprek met Lisa Doeland (filosoof en auteur Apocalypsofie), Dirk Sijmons (Landschapsarchitect) en Sebastian van Berkel (MUST)
– Spoken word door Zeinab Elbouni
– Interview en reflectie met Architects in Residence 2025: New Environments, Taller en BOOM Landscape
– Groene Kliniek, door Gouden Haas en Alistair Sung en René van Munster van het Cello Octet
17:00 Officiële opening met borrel en tentoonstelling bekijken
19.00 Sluit
Fatale belasting van de aarde vindt plaats op wereldschaal. Mondiale systemen kennen hun eigen financiële en economische wetmatigheden en veel ligt buiten de macht van lokale, regionale en soms zelfs landelijke overheden. Economische groei is vooralsnog nog steeds de leidende factor, maar na decennia van groei en welvaart is het feest voorbij. Wereldwijd, en in alle sectoren, groeit het besef dat het roer om moet, dat we fundamentele en pijnlijke keuzes moeten maken om de voorkomen dat de aarde bezwijkt.
Arcam onderzoekt in het programma ‘Een Optimistisch Rampenplan’ wat het zou betekenen als we de realiteit echt en eerlijk onder ogen zouden zien. Wat zien we als we de zichtbare en onzichtbare rampen die de wereld bedreigen (denk aan sociale ongelijkheid, gezondheid, verlies van biodiversiteit, de verzuring van de zee, de opwarming van de aarde) in onze eigen leefomgeving in kaart brengen? Wat als we de impact daarvan proberen te begrijpen en blootleggen? Dan zien we een wereld die zich niet laat redden door technologisch optimisme alleen.
Wie geconfronteerd wordt met een dergelijk somber toekomstbeeld, valt terug op één van de vier basisreacties: ontkenning (het valt allemaal wel mee), eco-modernisme (kapitaal en wetenschap redden de wereld), spiritualiteit (een persoonlijke verbinding met de natuur zoeken) en antropoceen 2.0 (radicale herwaardering van waarden, bereidheid bestaande welvaart te herverdelen en de positie van de mens niet langer centraal te stellen in ecosystemen). In deze primaire reacties bestaat geen goed of fout. Waarschijnlijk hebben we van alle vier de basisemoties iets nodig om een potentiële ramp af te kunnen wenden.
Van veldwerk naar tentoonstelling
Als we proberen alle mogelijke rampen in kaart te brengen en van daaruit op zoek te gaan naar een toekomstbestendiger, bewuster en eerlijker route naar de toekomst, wat kunnen ontwerpers dan bijdragen? Arcam vroeg aan architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten wat hun rol kan zijn in een wereld die zich niet ‘mooi’ laat ontwerpen, waarin keerzijdes niet worden genegeerd. Drie ontwerpbureaus – de Architects in Residence van 2025 – zijn met deze vraag aan de slag gegaan dit jaar. Hun veldwerk met fietstours, boottochten, interviews, leeslijsten, discussies, colleges, lezingen, en ontwerpsessies, resulteert uiteindelijk in een grote tentoonstelling bij Arcam. Hoe kunnen zij bijdragen aan bewustwording van mogelijke rampen en een gevoel van urgentie dat ruimte biedt voor hoop en optimisme? Niks doen is immers geen optie. In deze tentoonstelling tonen we het resultaat van deze vraag.
We hebben de IJmond-zone als werkgebied gekozen, als spiegel van mondiale systemen. Dit gebied is een ruimtelijke puzzel, waarin verschillende ruimteclaims moeten worden ingepast. Ruimte is nodig voor het uitfaseren van fossiele brandstoffen en een transitie naar groene energie. Ruimte is nodig voor de transitie naar een circulaire economie en afvalverwerking. Ook waterberging, natuurontwikkeling, en sinds kort Defensie hebben ruimte nodig. Grenzend aan dit gebied staat Haven-Stad gepland, een energieneutrale en klimaatbestendige stadswijk met circa 70.000 woningen. Overheid en bedrijfsleven werken hard aan innovatie en aan het veilig naast elkaar laten bestaan van al deze ruimtevragers.
Maar leven in tijden van transitie betekent leven met onzekerheden, onduidelijkheid, twijfel over wat de juiste weg is. Dat brengt voor alle betrokkenen vragen met zich mee. Hoe kunnen ontwerpers plannen maken voor gebieden die vaak ondergeschikt zijn aan de macht van de mondiale systemen? Kunnen zij een toekomst verbeelden die zonder mythes is, een eerlijk verhaal vertelt, maar ook hoop biedt, of minstens een handelingsperspectief?
Die vraag ligt ook bij beleidsmakers en bestuurders. Welke tools en vaardigheden hebben zij nodig om slecht nieuws, onzekerheden en risico’s te communiceren? Hoe kunnen zij desondanks helder beleid formuleren waar burgers en bedrijven zekerheid aan kunnen ontlenen? In welke mate kunnen mensen (individuen in alle rollen) dat van elkaar vragen? En als zij dat zouden doen: hebben omwonenden en belanghebbenden dan de kracht om niet te schieten in boosheid en protest, maar – omdat zij voor het eerst echte, eerlijke informatie krijgen, en een oprechte kans krijgen om mee te denken aan een oplossing – om zichzelf effectief te organiseren in daadkrachtige gemeenschappen die constructief de dialoog aangaan?
Zover zijn we nog niet. Met deze vragen gaan we in 2026 verder. Het resultaat van 2025 is een tentoonstelling, waarin ontwerpers een antwoord formuleren op de eerste vraag: hoe kunnen ontwerpers een toekomst verbeelden waarin (toekomstige en huidige) rampen niet worden verzwegen, die je doet beseffen dat je zelf een ‘sacrifize zone’ bent. Zolang we niet weten welke rampen ons bedreigen, en niet nadenken over hoe we daarmee om kunnen gaan, zal de stad nooit gezonder en veiliger worden. Deze tentoonstelling biedt nog weinig ‘optimisme’, maar wel een handelingsperspectief.
Daarbij wijst Arcam nadrukkelijk geen schuldigen aan. Veruit de meeste mensen, overheden en bedrijven zijn zowel dader en slachtoffer in een systeem dat we nauwelijks kunnen beïnvloeden. Werkgebieden in en om Amsterdam verplaatsen is geen oplossing. We hebben werkgelegenheid hard nodig, ook in de nabijheid van de stad. We moeten de stad hier en met elkaar duurzamer maken en dat vraagt andere keuzes van ons allemaal. Voor hoe dat moet, is niet direct een oplossing. Deze tentoonstelling biedt die dan ook niet. We denken dat het belangrijk is om de zwaarte van dit besef even te voelen en te laten bestaan. Onszelf en elkaar de ruimte en tijd te gunnen om hier wat langer over na te denken. Er is immers geen gemakkelijke oplossing door ‘anderen’, in ‘de toekomst’, op basis van ‘een visie’. Maar wat kunnen en willen we doen?
We bieden wel nazorg in de tentoonstelling. We hebben begrip voor alle emoties en proberen de bezoeker daarin bij te staan. De ontwerpers zelf voorop. Ook zij zijn door een heel scala van emoties gegaan. Van boosheid tot machteloosheid, van hechten aan schijnoplossingen tot rouw, van wanhoop tot hoop. In een video vertellen zij over hun proces en delen dat met de bezoeker. Aan de lange tafel, waaruit de tentoonstelling grotendeels bestaat, is ruimte om gesprekken te voeren. Spontaan en georganiseerd. Het ergste wat kan gebeuren, is dat we elkaar kwijtraken en niet meer vertrouwen in elkaar, en op ons gezamenlijk vermogen om een oplossing te zoeken.
In 2026 werken we verder aan dit project. En we beloven dat we aan het eind van volgend jaar, gezamenlijk en in zachtheid, een lichtpuntje kunnen presenteren. Waarover later meer.