Het stadsranden-lab

Nieuwe typologieën voor de kreukelzones van de stad

01.02.21 Kris Borgerink

De stadsranden zijn weer in the picture. In een tijdsgewricht waarin het bouwen binnenstedelijk moet gebeuren om de landschappen te sparen, is het belangrijk om te kijken naar de randen van onze alsmaar verdichtende steden. In de stadsrand ontmoeten stad en land elkaar, en is er naast wonen en bedrijvigheid ook ruimte voor onder andere volkstuincomplexen, recreatiegebieden en rommelzones.

Per stadsrand is de samenstelling en het krachtenveld tussen deze verschillende functies anders. Maar alle randen hebben gemeen, dat zij als een ‘kreukelzone’ werken: een gebied dat de botsing tussen het hoogstedelijke rood en het landschappelijke groen absorbeert.

Het stadsranden-lab, een initiatief van ARCAM en BNA Onderzoek, gaat in de eerste helft van 2020 op zoek naar nieuwe typologieën voor de stadsranden, waarbij Amsterdam als testcase dient. Hierbij is het vertrekpunt het omringende landschap, dat in 2019 door ARCAM is geanalyseerd in het kader van het ‘Parlement van de scheggen’. De vraag is hoe we de kwaliteiten van het landschap kunnen gebruiken om de stadsranden te versterken in ruimtelijk en sociaal opzicht. Kan de stadsrand meer dan nu een gradiënt worden tussen stad en ommeland? En welke nieuwe kwaliteiten kunnen hierdoor ontstaan in de al dan niet verdichtende stadsranden?

Vijf Stadsranden

Vijf testlocaties in de Amsterdamse stadsrand staan model voor deze opgave. Samen met alle betrokkenen worden voor de zomer van 2020 nieuwe typologieën ontwikkeld, waarin verschillende rood-groen verhoudingen worden uitgewerkt. De studie start vanuit de grotere schaal van de stadsrand en koerst gedurende het proces af op stedenbouwkundige en architectonische oplossingen op de schaal van het bouwblok.

 

Kronieken van Het Stadsranden-lab

Lees mee met de grensverkenningen en eerste bevindingen, opgepend in vier kronieken door auteur en landschapsarchitect Lotte Dijkstra.

De ontwerpstudie is een gezamenlijk initiatief van Arcam en BNA Onderzoek en wordt ondersteund door de gemeente Amsterdam en mede gefinancierd uit de Toeslag voor Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) van het ministerie van Economische Zaken. De Hogeschool van Amsterdam, de Academie van Bouwkunst Amsterdam en de Hogeschool Utrecht werken mee als kennispartners.

Header afbeelding: ‘De donkere stad’, tekening door Jan Cleijne 2019 voor Studio Monnik als onderdeel onderdeel van het programma rondom de tentoonstelling I See That I See What You Don’t See.