At Arcam – where the twain shall meet…

#10

22.06.21 Indira van 't Klooster 16 minuten lezen

De verkiezing van de nieuwe BNA-voorzitter maakt veel los onder architecten. Arcam nodigde beide kandidaat-voorzitters uit voor een dubbelgesprek en polste een aantal grote bureaus. Wie steunen zij?

Wat hieraan vooraf ging: Op 17 december 2020 plaatste de BNA een vacature voor de opvolger van Francesco Veenstra die per 1 september Rijksbouwmeester wordt. Na diverse gesprekken met potentiële kandidaten kondigde het bestuur op 29 april 2021 aan dat Jolijn Valk (oprichter Urban Echoes) zal worden voorgedragen als nieuwe voorzitter, een voordracht waar de ledenraad over moet beslissen.

Dan komt er een en ander in beweging onder de leden. Bart Mispelblom Beyer protesteert tegen de procedure in een column op Architectenweb. Hij stelt dat gezien ‘de belangrijke thema’s die nu voorliggen [ons] dwingen anders te kijken’. Hij laat in het midden waarom dat dan niet van toepassing was binnen de gestelde termijn, maar wel dat de nieuwe voorzitter iemand moet zijn ‘die zich nergens hoeft voor te stellen, die zowel de ‘oude garde’ als de jonge generatie architecten vertegenwoordigt’.

Het rumoer dat deze column en enkele tweets van Kees van der Hoeven teweeg brengen, is voor de organisatie reden om de termijn te verlengen. Dan meldt Joris Deur (directeur ZZDP Architecten) zich, gesteund door de statutair vereiste tien leden (buiten de ledenraad), waarmee het veld wordt opengebroken. Op 30 juni a.s. zal de ledenraad kiezen uit deze twee kandidaten.

 

De Architect publiceerde van zowel Joris Deur als Jolijn Valk een degelijk profiel, dat hun beider posities goed weergeeft en waarmee in ieder geval is bereikt dat geen van beide zich ooit nog hoeft voor te stellen aan de BNA-leden. Maar (hoe) verschillen beide kandidaten van elkaar? Arcam nodigde beide uit voor een overigens zeer ontspannen gesprek: ‘Het lijkt me heel gezellig met Jolijn’, aldus Joris Deur. ‘Dat maakt dit gesprek zo leuk – je gaat in gesprek, je deelt twijfels en ideeën, we komen er beide rijker uit’, aldus Jolijn Valk.

 

This is what happened. En het is een looooooooong read.

 

De aanloop had misschien charmanter gekund, maar jullie hebben je beide bewust kandidaat gesteld. Waarom?

Joris Deur (JD): ‘Ik had het wel eens eerder overwogen, bijvoorbeeld toen de BNA het Stadsrandenlab organiseerde samen met Arcam. Ik dacht: “Gaat de BNA nou bouwen buiten de Ring promoten?” [Op het ontwerpend onderzoek in Noord is inderdaad van meerdere kanten reactie op gekomen, maar ontwerpers vrij onderzoek laten doen is niet hetzelfde als bebouwing buiten de ring promoten, vinden zowel BNA, Arcam als de wethouder Ruimtelijke Ordening van Amsterdam – red Arcam] Toen heb ik het er wel eens over gehad, maar pas bij de column van Bart werd dat realiteit. Hij wilde zichzelf niet kandidaat stellen, maar ik wel. Dus zo begon het.’

Jolijn Valk (JV): ‘Het past bij de manier waarop ik het vak van architect zie. Ik ben altijd al maatschappelijk betrokken geweest en kende de BNA via Gebouw van het Jaar en het Next Step Program. Ik zit wel eens in Pakhuis de Zwijger, ik wilde maatschappelijk meer gaan betekenen. Ik heb overigens ook zelf aan BNA voorgesteld om de termijn te verlengen.’

Wat is de kracht van de BNA? Wat hebben de leden vooral nodig?

JD: ‘De praktische kennis en ondersteuning. Ik ben lid geworden toen ik in 1993 mijn eigen bureau begon. Dan is het heel handig als er een organisatie is die je op weg kan helpen met bijvoorbeeld arbeidscontracten en aansprakelijkheidsverzekeringen. De rol van de BNA als pragmatische club, als vraagbaak, moet je niet onderschatten. Natuurlijk is de inhoud belangrijk, maar de BNA is in eerste instantie een vereniging die haar leden ondersteunt.’

JV: ‘Daar ben ik het zeker mee eens, en dat is wat de BNA heeft gedaan, doet en blijft doen. Maar de BNA moet zich ook inzetten voor de herdefiniëring van ons vak. Alles stijgt: de urgentie van klimaat, woningnood, sociale belangen en energietransitie, maar de opdrachtenportefeuille en het honorarium van architecten daalt. Ook de kennis van en de bekendheid met architecten neemt af. De architect als creatief denker is nauwelijks aanwezig in maatschappelijke debatten, zit niet aan tafel bij tv-programma’s.’

Wat heeft samenleving vooral nodig van BNA?

JD: ‘Op allerlei niveaus wordt politiek bedreven om de politiek heen. Bouwend Nederland sluit een akkoord met 34 partijen, en er zit geen architect aan tafel. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) gooit de discussie over bouwen in het weiland open. maar gaat niet uit van kwaliteit. Het is huizen rammen. Terecht ondertekende de BNA de Actie Agenda Wonen niet. De BNA moet creativiteit bieden en kwaliteit. Als BNA kunnen we beter steun zoeken bij de politiek, niet bij belangenorganisaties.’

JV: ‘Het woord kwaliteit is precies het woord dat ontbrak en het is terecht dat de BNA niet heeft meegetekend. De BNA kan een veelzijdiger geluid laten horen. Er is niet één type architect en niet één type oplossing. Mensen denken dat architecten duur zijn. Als BNA kunnen we ook maatschappelijk een vuist maken en laten zien dat ontwerp ertoe doet, in sociale woningbouw en in grote ruimtelijke ordeningsprocessen.’

JD: ‘Een architect ís duur. Dat is niet erg, daarvoor krijg je kwaliteit. Dat is de boodschap. Een ontwikkelaar doet het ook niet gratis, toch?’

JV: ‘Precies, voor kwaliteit moet je betalen. Maar het gaat om meer dan schoonheid, ook om participatie.’

JD: ‘De architect heeft zijn status verloren. Sommige starchitects hebben nog status, maar de gemiddelde niet. Die status hervind je door de politiek op te zoeken.’

JV: ‘Nee, die status hervind je door de maatschappij op te zoeken. Weten we nog wel voor wie we bouwen? We maken veel te kleine, niet duurzame woningen. Mensen blijven er maar kort, sociale structuren komen niet tot stand, nieuwe huizen verouderen snel. Zo maak je geen stad!’

JD: ‘Maar je kunt niet zomaar tegen ‘de politiek’ zeggen dat de architect meer status moet krijgen. Daarvoor moeten we goede ideeën aandragen. Voor het huisvesten van statushouders bijvoorbeeld. Ik denk dat we dit vraagstuk moeten verbinden aan de logistieke sector. Die neemt verschrikkelijk veel ruimte in, maar de maatschappelijke waarde is nul. Die sector moet gaan meebetalen, in ruimte, geld en maatschappelijke waarde. Zo krijgen architecten ook politieke waarde.’

JV: ‘BNA Onderzoek doet precies dat. Het verbeelden van maatschappelijke opgaven met creativiteit zorgt voor munitie, om gesprekken met politiek, beleidsmakers, burgers, gemeente te kunnen voeren. Onderzoek dat is gekoppeld aan het College van Rijksadviseurs, universiteiten en de bouwwereld.’

 

‘De architect heeft zijn status verloren. Sommige starchitects hebben nog status, maar de gemiddelde niet. Die status hervind je door de politiek op te zoeken.’
Joris Deur
‘Nee, die status hervind je door de maatschappij op te zoeken. Weten we nog wel voor wie we bouwen?'
Jolijn Valk

Maar op BNA Onderzoek is toch juist onlangs zwaar bezuinigd?

JD: ‘De focus wordt naar buiten geplaatst, maar er wordt wel bezuinigd ja. We moeten samenwerkingsverbanden zoeken met partijen die het onderzoek kunnen financieren. De BNA initieert dan het onderzoek en zoekt een markt voor de oplossingen.’

JV: Onderzoek krijgt een andere rol, een coördinerende en verbindende rol, waarbij de BNA samenwerkt met andere organisaties. Hopelijk naar Zweeds model, waarin alle resultaten altijd openbaar zijn.’

Jullie willen allebei ook de Aanbestedingencultuur aanpakken. Jullie zijn van mening dat er kansen liggen bij opdrachtgevers die via een cordon van adviseurs en juridische afdelingen experiment of vernieuwing tegenhouden. Wat zou de BNA daaraan bij kunnen dragen?

JV: ‘Een collectief tegengeluid en een solidaire basisopstelling van architecten onderling zou al veel helpen. Grotere bureaus kunnen kleine bureaus ondersteunen. Zo kon ik een school bouwen doordat Studioninedots die kans gaf.’ [Basisschool De Knotwilg – red Arcam] Ook Studio Ard Hoksbergen kreeg zo kansen in basisschool Veerkracht.

 

JD: ‘De drempel ligt te hoog. Er worden teveel referentieprojecten gevraagd. Dat biedt geen gelijk speelveld. Daardoor zie je steeds dezelfde bureaus winnen.’

 

JV: ‘Ook dat is opdrachtgeverschap. Een opdrachtgever kan bepalen dat een referentieproject niet gerealiseerd hoeft te zijn, of dat een vergelijkbaar maatschappelijk project ook volstaat.’

 

JD: ‘En het moet mogelijk zijn dat architecten zich als collectief aanbieden. Grote bureaus zijn vaker risicomijdend, grotere opdrachtgevers ook. Daar liggen kansen die we moeten afdwingen.‘

 

Wat moet de BNA vooral niet opgeven?

JV: ‘BNA Onderzoek, en niet alleen voor BNA-leden. De resultaten moeten ook echt naar buiten. Goede en slechte oplossingen. Architecten hebben namelijk niet op alles het antwoord. Juist niet. Daarom moeten we de straat op. Praten, vragen en luisteren.’

 

JD: ‘Misschien moet de BNA wel alles opgeven….Ik zoek naar een methode waarbij architecten verplicht lid worden van de BNA. Dat kan alleen als de vrijblijvendheid er afgaat, en als de titelregistratie exclusief bij de BNA gelegd wordt. Als elk bureau lid is, ontstaat ook kritische massa. Kijk maar naar buitenlande architectenbonden zoals de American Institute of Architects (AIA). Daar krijg je alleen je titel als je het examen van de AIA met goed gevolg aflegt.’

Maar daar is het Professional Experience Program (PEP) toch voor?

JD: ‘Ja, maar de koppeling van titel aan beroepsopleidingen is wel iets om na te streven. Ik zou pleiten voor een examen waar alle architecten – ongeacht hun opleiding – bij de BNA voor moeten slagen op basis waarvan ze een architectentitel krijgen.’

 

JV: ‘Nou, dat is erg complex. De architectentitel is een publieke zaak. De BNA is een private rechtspersoon. Dan moet er wel een en ander aan de wet veranderd worden. Ik vind de verbinding van het lidmaatscha BNA aan de Architectentitel een interessante, maar pleit niet voor het gelijktrekken van het opleidingssysteem. Juist in de verschillende opzet, ligt ook de kans voor diversiteit. Nu kun je via mbo en hbo een titel krijgen via de Academie, of via universiteit of via staatsexamen. Dat biedt kansen voor mensen met uiteenlopende achtergronden. Verschillen moeten blijven bestaan, studenten hoeven niet door hetzelfde ‘poortje’ voor de titel.

 

JD: ‘Juist wel hetzelfde poortje. Dat maakt de opleidingen en dus de titel vergelijkbaar. Dan weet je wat je krijgt als je een architect inschakelt.’

 

Jullie zoeken allebei naar manieren om de verschralende rol van de architect opnieuw te boosten, maar waar Jolijn Valk met BNA Onderzoek een veelheid van stemmen wil laten horen, pleit Joris Deur juist voor een adviesraad. Waarom?

JV: Als voorzitter ben je een verbindend boegbeeld, je brengt een verhaal naar buiten namens alle leden, je spreekt niet namens jezelf. Er was kritiek dat mensen mij niet kennen, maar dat is enorm egocentrisch gedacht. Hoe kan je eigen – per definitie beperkte – kennisveld nou een criterium zijn om een ander te beoordelen? Als je mij niet kent, kun je me leren kennen. Zo wil ik ook alle leden leren kennen. Een adviesraad is dan helemaal niet nodig. Daar is een ledenraad voor. Voor specifieke vragen kunnen we met steeds andere leden antwoorden zoeken, dat hoeft geen vast team te zijn.’

 

JD: ‘Ik wil dat juist wel. De BNA is nu eenmaal een branchevereniging, geen ledenvereniging. Dus hebben we geen ledenraad nodig, maar een bureauraad. De ledenraad vertegenwoordigt een te smalle basis. De ledenraad wist niet eens dat Jolijn gekandideerd was, maar diezelfde raad moet wel een positief advies afgeven. Dat is echt absurd. Bureaus moeten de baas zijn, niet individuele leden.’

 

JV: ‘Ja, de verkiezingsprocedure moet evident anders worden aangepakt. Het is goed dat er over gepraat wordt. Ook als ik niet gekozen word, is dat goed, daar leren we van en zo creëren we draagvlak voor de voorzitter die straks aan de slag moet.’

Voelen jullie je protagonisten van een richtingenstrijd?

JD: ‘Als dat zo gevoeld wordt, dan deel ik dat niet. Alle bureaus zijn belangrijk, groot en klein. Kleine bureaus kunnen immers groot worden. Maar ik wil niet dat 25 personen het reilen en zeilen van de BNA bepalen, of eigenlijk 13 leden, want de meerderheid beslist natuurlijk.’

 

JV: ‘Maar ook in de Tweede Kamer of in elke gemeenteraad wordt gewerkt met vertegenwoordigers – dat is een democratisch principe. Je geeft de ledenraad het vertrouwen dat zij in het belang van alle leden kiezen. Feitelijk zeg je: ik vertrouw de procedure niet.

 

JD: ‘Tuurlijk, ik heb niks tegen Jolijn, wel tegen de procedure.’

 

JV: ‘Nou, sommige tegengeluiden zijn wel degelijk tegen mij, of het type zoals ik, gericht. Ik ben een vrouw van 42 met een klein bureau. Jij bent een man van 60 met een groot bureau. Met mijn kandidatuur steun je ook de gedachte dat je als voorzitter niet 50+ en van een groot bureau hoeft te zijn.’

 

JD: ‘Uiteindelijk gaat het om wat de leden nodig hebben.’

 

Met mijn kandidatuur steun je ook de gedachte dat je als voorzitter niet 50+ en van een groot bureau hoeft te zijn.’
Jolijn Valk
‘Nou, ik heb zorgen over het management van de BNA en de transparantie daaromheen'.
Joris Deur

Waarom ben jij nodig?

JD: ‘Nou, ik heb zorgen over het management van de BNA en de transparantie daaromheen. Ter voorbereiding op mijn kandidatuur heb ik gevraagd om ledenaantallen en de Jaarrekening 2020. Maar die mag ik niet zien, want de ledenraad heeft die nog niet goedgekeurd. Ik vind dat onacceptabel.’

 

JV: ‘Ik ben nodig, omdat ik heel veel verschillende leden vertegenwoordig. Ik ben er niet voor mezelf, ik ben benieuwd naar anderen. Ik wil meningen verzamelen en naar buiten brengen, en niet per se mijn eigen mening verkondigen. Ik ben nieuwsgierig en verbindend, ik denk dat dat nu nodig is. En als het moet sta ik zeker op, want zichtbaarheid is zeer belangrijk. Ook in het belang van de diversiteit. Slechts 3% van de architectenbureaus wordt geleid door een vrouw.’

JD: ‘Ja, de man-vrouw discussie is interessant, maar voor mij niet relevant. Ik ben de oude, boze, witte man [bulderende lach], die naar de cijfers kijkt. Maar het is waar. Al veertig jaar lang dringen maar weinig vrouwen door tot de top. Maar we hebben al eerder een vrouwelijke BNA-voorzitter gehad. En een goede ook. We zijn al geëmancipeerd. Dus dat gesprek en het belang van de vereniging moet je los van elkaar zien.’

 

JV: ‘Natuurlijk kan de voorzitter ook een man zijn, maar bij gelijke geschiktheid zou ik voor een vrouw kiezen. Als je die schamele 3% wilt doorbreken, is zichtbaarheid het enige antwoord.’

 

JD: ‘Diversiteit moet geen doel op zich worden.’

 

JV: ‘Juist wel! Je hebt diverse teams nodig om goede steden en ontwerpen te maken. Witte Nederlanders kunnen niet zeggen hoe vluchtelingen moeten worden gehuisvest. Je moet daar samen over praten en oplossingen voor zoeken. Er moeten meer vrouwen, etniciteiten, genders en capaciteiten op meer plekken komen.’

 

JD: ‘Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Binnen ons bureau heb ik me ook sterk gemaakt voor meer vrouwen. Ze hebben meer moeite met doorstromen. En nu moeten we ze positioneren. Maar het is voor vrouwen gewoon veel zwaarder om werk en privé te combineren. Mijn vrouw is ook minder gaan werken toen de kinderen kwamen. Pas toen ze groot waren, ging zij ook weer werken. Dat is heel moeilijk te doorbreken.’

 

JV: ‘Die discussie zou je dus juist binnen architectenbureaus moeten voeren. Misschien is de mores niet oké? Waarom kun je werken en kinderen krijgen niet combineren? Klopt het beeld van wat goede werkhouding is nog wel? Voelen mannen zich daar wel prettig bij? Maar natuurlijk is het niemands schuld. Daar moeten we samen aan werken.’

‘Diversiteit moet geen doel op zich worden.’
Joris Deur
‘Juist wel! Je hebt diverse teams nodig om goede steden en ontwerpen te maken.'
Jolijn Valk

En hard ook. Er staat 1 dag per week voor het voorzitterschap. Hebben jullie daar tijd voor?

JV: ‘Zeker, ik heb daar echt voor gekozen. Als dit voorzitterschap het niet wordt, dan ga ik iets anders doen op maatschappelijk-inhoudelijk niveau – de politiek, het onderwijs. Ik wil me meer bezighouden met het maatschappelijk draagvlak voor ons vak.’

 

JD: ‘Nou, ik moet die tijd dan gaan maken. Maar eerst moet de organisatie gezond zijn en moeten we leden werven. Er is een tegenstrijdigheid. De BNA is heel inhoudelijk bezig, en dat mag wel iets meer naar buiten komen – en dan ook wat meer pragmatiek naar binnen!

 

JV: ‘En je doet het niet alleen. Er is een organisatie, een bestuur, een ledenraad, er liggen al veel beleidsstukken en plannen, dan maak je zelf nieuw plannen. Je doet het met elkaar.’

Is een duovoorzitterschap misschien een idee?

JD: ‘Geweldig plan. Ik sta overal voor open! Het gaat erom, wat is het belang van de vereniging? Er moet zoveel gebeuren, misschien helpt dat wel.’

 

JV: ‘Nee, dat denk ik niet. Er is al een uitgebalanceerde structuur met een bestuur, organisatie, ledenraad. Vandaag hebben we elkaar ontmoet. Al bedienen we samen wel het complete palet van leden.’

 

JD: ‘Lijkt me heel gezellig met Jolijn.’

 

JV: ‘‘Dat maakt dit gesprek zo leuk – je gaat in gesprek, je deelt twijfels en ideeën, we komen er beiden rijker uit. Misschien niet per se twee voorzitters, maar zeker niet stoppen met praten!’