De nieuwe grondbeginselen

#12

12.10.21 Indira van 't Klooster 4 minuten lezen

Ontwerpen voor de ondergrond is hot! Eind september werd het boek BiodiverCITY gepresenteerd als onderdeel van de Nederlandse bijdrage Who is We? tijdens de Architectuur Biënnale in Venetië en in Pakhuis de Zwijger. Deze week verschijnt het boek Dig it! Building bound to the ground van Bjarne Mastenbroek en Iwan Baan. Architect in residence Thijs de Zeeuw trekt volop aandacht met zijn natuurinclusieve ontwerpbenadering voor water- en bodemdieren.

De vorige week bij Arcam geopende de tentoonstelling Sub terra – New roots for underground urbanism komt dus precies op tijd om al die nieuwe perspectieven in context te plaatsen. Zo gek is al die belangstelling eigenlijk niet als je bedenkt dat mensen ongeveer 1000 meter hoog kunnen bouwen, maar duizenden meter diep kunnen boren. (Het diepste punt ter wereld waar mensen verblijven is in het Jinping laboratorium in China op min 2500 meter.) Hoog tijd dus dat ontwerpers en beleidsmakers dit thema wat (natuur)inclusiever gaan benaderen. Hoe kunnen bovengrond en ondergrond beter met elkaar worden verbonden? Welke ontwerpvraagstukken horen daarbij?

BiodiverCITY gaat dieper in op de maatregelen en uitwerkingen die nodig zijn voor een vitaal bodemleven. Het is een vervolg op het vorig jaar verschenen –  instant standaardwerk – IOOR, over integraal ontwerpen in de openbare ruimte. Het voorziet in antwoorden op vragen over hoe wortels, dieren en ondergrondse waterlopen letterlijk de ruimte kunnen krijgen. En hoe ontwerpers om kunnen gaan met de meer organische en minder gereguleerde ingrepen die daarvoor nodig zijn.

Maar ook mensen verblijven steeds langer onder het maaiveld. Ze verplaatsen zich via ondergrondse metrolijnen, vermaken zich in subterrane winkelcentra en culturele instellingen, en ze beslaan steeds meer ondergrondse woonoppervlak. Daar zit ook een sociaal-politiek aspect aan. In steden die steeds drukker, duurder, viezer en gevaarlijker worden, heeft een welvarende elite zich naar boven en beneden verplaatst. Zo vindt een toenemende segregatie plaats, niet (alleen) op postcode, maar (ook) op hoogte, stelt Steve Graham in Vertical: From satellites to bunkers. Zijn wrange betoog is ook in Amsterdam realiteit, getuige het feit dat de beruchte basement wars, overgewaaid uit Londen, inmiddels ook in Amsterdam Zuid en Oud-West worden uitgevochten.

Voor ontwerpers in brede zin betekent de subterrane ontwikkeling een heel nieuw werkveld. Waar plinten, façades en daken het aanzicht van bovengronds gebouwen bepalen, ligt de nadruk onder het maaiveld op daglichttoetreding, oriëntatie, materialisatie en subterraan groen. Tegelijkertijd laat elke ondergrondse ingreep restruimte achter, denk aan de enorme loze ruimtes bij de Noord/Zuidlijn, bunkers en brugkelders die niet meer gebruikt worden, of – iets verder in de toekomst – parkeergarages die mogelijk overbodig worden.

Landschapsarchitecten doen al langer onderzoek naar welke ontwerpopgaven hieraan verbonden zijn, maar architecten bogen zich tot op heden sporadisch over die vraag. In 2014 maakte Dominique Perrault de tentoonstelling Groundscapes, waarbij in 2016 het gelijknamige boek verscheen. Deze week verschijnt Dig it! Building bound to the ground, dat een rijk overzicht biedt van gebouwen en hun relatie met de (onder)grond door de eeuwen heen. Beide benadrukken het belang van integraal ontwerpen en het belang van een ontwerphouding die het maaiveld en de ondergrond ook in cultureel, ecologisch en landschappelijk perspectief beziet. Maar wie echt wil weten wat ‘de grond’ er zelf van vindt, troeft op 19 oktober in bij het Rondetafelgesprek tussen Thijs de Zeeuw met Charlotte van der Woude en Marco Roos.