Dit moet je doen voor groen!

#15

19.01.22 Indira van 't Klooster

Op 11 januari 2022 werden Arcam en Ballast Nedam gevraagd om een advies te geven aan de lijstrekkers van de vier grote Amsterdamse partijen over wat er in het coalitieakkoord 2022-2025 moet worden opgenomen om een natuurinclusieve, klimaatbestendige leefbare stad mogelijk te maken. Dit was ons advies aan Rutger Groot Wassink (GroenLinks), Reinier van Dantzig (D66), Marjolein Moorman (PvdA) en Claire Martens (VVD):

Aanbeveling Arcam
Om vanuit de rol als gemeente effectief invulling te geven aan de energietransitie en een klimaatneutrale stad, is het belangrijk om de invloedssfeer scherp te hebben. Waar kunnen het Amsterdamse College en de gemeenteraad werkelijk verschil maken? Wij zien drie kansen voor een groene, klimaatneutrale, eerlijke en leefbare stad:

– Er is politieke consensus voor groene daken, microparken, sportaccommodaties, nieuwe groenzones, meer publieke ruimte, volkstuinen, fietspaden, bomen en OV. Het antwoord op alle vragen en alle oplossingen begint in de Scheggen. Grijp de kansen die liggen in de Groene Vingers van Amsterdam. Hier kan het College vergroenen met draagvlak bij alle grote partijen, ook bovengemeentelijk, en niet te vergeten, de Amsterdammers.

– Formuleer sluitende en controleerbare ambities en resultaten. Definieer bijvoorbeeld ‘klimaatneutraal vastgoed’. En houd daar aan vast.

– Zoek de regionale en landelijke samenwerking voor bovengemeentelijke ambities.

 

Het hele betoog:
‘Groen’ is wonderolie. Wie werkt aan klimaatbestendigheid, krijgt duurzaamheid cadeau. Wie ruimte maakt om buiten te sporten, creëert niet alleen een gezonde stad, maar ook een leefbare stad. Biodiversiteit, lokale voedselproductie en goede publieke ruimte: allemaal mogelijk door een stevig groenbeleid. Als de pandemie ons iets geleerd heeft, is het dat ontmoeting, verbinding, publieke ruimte en ruimte voor bewegen cruciaal zijn voor gezond sociaal stedelijk weefsel. We zagen ook dat de behoefte aan groen toenam en dat er kansen ontstonden voor nieuwe stadsnatuur.

Dat staat ook allemaal in de verkiezingsprogramma’s van de vier partijen hier aan tafel. En een variant op het bovenstaande staat ook in het Coalitieakkoord van het huidige College. Toch moet er nog veel gebeuren.

Nu stoot Amsterdam jaarlijks 4,26 miljard kilo co2 uit. Cijfers verschillen een beetje per bron, rekeneenheid en jaartal (CBS, RIVM), maar ter vergelijking: In heel Nederland was dat circa 164,5 miljard kilo in 2020. In Rotterdam kwam de jaarlijkse uitstoot op circa 26 miljard kilo (inclusief de Maasvlakte).

Daartegenover staan manieren om al die uitstoot op te nemen. Via bomen bijvoorbeeld. Eén boom kan gemiddeld circa 25 kilo co2 opnemen per jaar. Voor volledige co2-opname door uitsluitend bomen zouden in Amsterdam dus ruim 170 miljoen bomen moeten staan. In Amsterdam staan ongeveer 1 miljoen bomen.

Er zijn ook andere manieren om co2 op te nemen of te reduceren, maar het beeld is helder. Hoe je ook compenseert, vermindert, draait en rekent – dit is het probleem in een notendop. Als we de co2-uitstoot niet kunnen compenseren, dan warmt de aarde op tot een niveau dat we de gevolgen daarvan niet meer kunnen controleren.

De enige echte vraag is dus: hoe gaan we de co2 uitstoot compenseren en reduceren?
Er zijn landelijke wetten en internationale klimaatverdragen, die worden ondersteund door de gemeente Amsterdam. Vaak is het Amsterdamse College zelfs ambitieuzer. Er is een Groenvisie, een Omgevingsvisie, een Circulaire Agenda, een Klimaatakkoord, een Duurzaamheidsfonds, er zijn meldpunten en overlegorganen. Het huidige College besteedt veel aandacht aan wat Amsterdammers zelf kunnen doen (hergebruik, afval inzamelen, repareren). En ook aan wat de gemeente kan doen (circulair aanbesteden, hergebruik, co2-reducerend beleid maken). De Donutdeals (burgerinitiatieven voor de circulaire stad) zijn daar een uitwerking van. En er zijn concrete beloften (in het coalitieakkoord), zoals:

– 3 volledige wijken van het gas af

– Amsterdam stoot in 2030 55% minder co uit dan nu

De Amsterdamse Rekenkamer heeft, onder andere op basis van onderzoek van CE Delft, het coalitieakkoord van het huidige college doorgerekend en geanalyseerd op effectiviteit met betrekking tot klimaatambities. Wat goed gaat:

– Er worden maatregelen genomen die passen bij de aard van het probleem. Het gaat hierbij met name om maatregelen die bestaan uit het vaststellen van plan- en besluitvorming, het oprichten van fondsen en/of subsidieregelingen.

– Er is een concreet resultaat of concrete inspanning zichtbaar conform het gestelde doel.

 

Maar:
– Er zijn nauwelijks sluitende definities voor de te behalen doelen. Er zijn namelijk vooral langetermijndoelen gesteld (energieneutraal in 2050) zonder heel concrete, meetbare tussenstappen per jaar. Dat maakt het heel erg lastig om de effectiviteit te meten.

– Met de huidige maatregelen komt de co2-reductie uit op 37% ten opzichte van 1990. Het college zoekt naar mogelijkheden om alsnog uit te komen op 55%. (NB. desondanks willen D66 en GroenLinks respectievelijk naar een reductie van 60% en 65%)

– Participatie en draagvlak, mooie uitgangspunten, leiden tot vertraging, zoals te zien was in de processen rondom het aardgasvrij maken van wijken, het ter beschikking stellen van gemeentelijke daken aan zonne-coöperaties en de zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe windmolens.(NB. GroenLinks wil doorgaan met windmolens. VVD wil ze inmiddels afschaffen. ‘Ze komen er toch niet’)

– De ambitie van drie gasloze wijken is niet gelukt.

 

En ook:
De oplossing voor daadwerkelijke co2-reductie ligt grotendeels buiten de stad Amsterdam zelf, want het probleem houdt natuurlijk niet op bij de gemeentegrenzen.

– Schiphol stoot 13,6 miljard kilo co2 uit.

Tata Steel neemt 6,5 miljard kilo c02 voor zijn rekening in IJmuiden

Vattenfall net over de grens in Diemen, is goed voor 1,2 miljard kilo co2

 

Dat de bedrijven in en om Amsterdam meer uitstoten dan alle Amsterdammers bij elkaar, is geen geheim. Het blijkt allemaal uit een ranglijst die wethouder Marieke van Doorninck (Wethouder Ruimtelijke Ordening en Duurzaamheid) al in 2019 naar de gemeenteraad heeft gestuurd. En uit de cijfers van CBS, CE Delft en de Rekenkamer Amsterdam.

U voelt hem al aankomen.

– De echte vervuilers bevinden zich buiten de invloedssfeer van de gemeente.

– De echte beslissers bevinden zich op landelijk en internationaal niveau.

– De echte verschilmakers zijn organisaties zoals Urgenda en Milieudefensie, die de Staat en vervolgens Shell (goed voor 7 miljard kilo co2-uitstoot in NL) voor de rechter daagden (en daarmee indirect ook de sluiting van de Hemwegcentrale forceerden).

 

Dus:
Om vanuit de rol als gemeente effectief invulling te geven aan de energietransitie en een klimaatneutrale stad, is het belangrijk om de invloedssfeer scherp te hebben. Waar kan het College werkelijk verschil maken? Wij zien drie kansen voor een groene, klimaatneutrale, eerlijke en leefbare stad:

 

– Er is politieke consensus voor groene daken, microparken, sportaccommodaties, nieuwe groenzones, meer publieke ruimte, volkstuinen, fietspaden, bomen en OV. Het antwoord op alle vragen en alle oplossingen begint in de Scheggen. Grijp de kansen die liggen in de Groene Vingers van Amsterdam. Hier kan het College vergroenen met draagvlak bij alle grote partijen, ook bovengemeentelijk, en niet te vergeten, de Amsterdammers.

– Formuleer sluitende en controleerbare ambities en resultaten voor de bouwsector in Amsterdam. Definieer bijvoorbeeld: ‘klimaat neutraal’ vastgoed. En houd daar aan vast.

– Zoek de regionale samenwerking voor bovengemeentelijke ambities.

 

(Heeft Arcam wel recht wel van spreken eigenlijk?)
Arcam biedt een podium met een breed publiek voor de grote ruimtelijke ontwerpvraagstukken in de stad en de regio. Dat deden we aan de hand van ontwerpend onderzoek naar bijvoorbeeld het belang van de groene vingers in en rond Amsterdam en het toevoegen van kwaliteit (zowel rood als groen) aan de randen van de stad. De tentoonstellingen Sub terra en EndLESS Amsterdam gingen dieper in op respectievelijk de ontwerpvraagstukken van de ondergrond en biodiversiteit, en op hoe de circulaire stad er in 2050 er uit zou kunnen zien. Architect in residence Thijs de Zeeuw ging in gesprek met de paling als mede-Amsterdammer en medio 2022 openen we een grote tentoonstelling over de mogelijke gevolgen van het stijgende waterpeil voor Amsterdam. Eind 2021 onderzochten we in Holendrecht de mogelijkheden voor natuurinclusief en sociaal veerkrachtig ontwerpen. Momenteel bevragen we beleidsmakers en ontwerpers in de Winterlezingen over hoe de Sluisbuurt een eerlijke, betaalbare, groene en leefbare stadsdeel kan worden.

Kijk de uitzending terug