Donutstad

#11

07.07.20 Indira van 't Klooster 4 minuten lezen

Als de afgelopen maanden iets duidelijk hebben gemaakt, is het wel hoe snel onze vaste waarden en ideeën achterhaald kunnen raken. Dat geldt ook voor architectonische begrippen. Arcam is begonnen met een inventarisatie daarvan en beschouwing daarop. 

Amsterdam to embrace ‘doughnut model to mend post-coronavirus economy. Dat bericht in The Guardian is alweer drie maanden oud. Het leek destijds – tijdens de zwarte piek van de Coronauitbraak – logisch om het nieuws nader te bestuderen zodra het post-coronavirus-tijdperk zou zijn aangebroken. Al snel begrepen we dat dat een nogal naïeve gedachte was, en dus zijn we ermee aan de slag gegaan. Architectonisch herijken #11: Donutstad.

Het model van de Engelse econoom Kate Raworth beoogt een circulaire, duurzame, sociale stad, die niet gebaseerd is op het klassieke economische model van (financiële en ruimtelijke) groei, maar op (ecologisch) evenwicht en gelijkheid. En hoewel de rol van Kate Raworth groot is – als inspiratiebron en kennispartner – krijgt de Donutgedachte formeel gestalte in het gemeentelijk beleid voor een circulaire stad 2021-2025 dat op 7 april jl werd vastgesteld, met een doorwerking tot in 2050.

Maar hoe ziet Donutstad Amsterdam er uit? Momenteel is het een grote hoeveelheid goede voornemens, ambities, onderzoek, (kleine) samenwerkingspartnersdata gekoppeld aan een uitvoeringsagenda (al hebben we nergens een financiële paragraaf kunnen vinden). Wat nog ontbreekt, is een ruimtelijk langetermijnvisie, zoals het Algemeen Uitbreidingsplan dat was, of de Compacte Stadgedachte.

Een ruimtelijk model verankert en ondersteunt de gedragsverandering die Donutstad Amsterdam beoogt, maar kan ook helpen bij het maken van echt moeilijke keuzes. Hoe wordt de Donutstad gekoppeld aan de noodzaak tot een gezonde, betaalbare woningmarkt, representatie en inclusiviteit op elk niveau? En waar gaan al die bedrijven heen die wel willen groeien en nog niet zo circulair zijn, maar wel belangrijk zijn voor de stad?

Dat begint misschien bij een andere metafoor. Om het beeld van de vette, oer-Amerikaanse donut meer naar Nederlandse context te trekken, zouden we een andere lekkernij kunnen bedenkenBalkenbrij bijvoorbeeld: een goedkope, bijzonder voedzame vorm van ge-upcycled afval tot feestelijk volksvoedsel uit de tijd dat circulariteit nog gewoon wasOf de krakeling met zelfs twee gaten rondom een oneindig circulaire vorm.

Om de koppeling aan een ruimtelijk model te promoten, spreekt de falafelwrap wellicht het meest tot de verbeelding. In deze programmatisch gezonde, vegetarischeinternationaal-georiënteerde, maar lokaal-verankerde en veelzijdige maaltijd worden immers uiteenlopende ingrediënten stevig samengehouden door een neutraal, maar zeer effectieve envelopPrecies zoals de Donutstad-gedachte meer moet zijn dan beleid voor circulair voedsel en gebouwde omgevingmaar ook moet gaan over het daarbij horende overkoepelend ontwerp voor duurzame, groene, gezonde, veilige en sociaal sterke wijken.

De ingrediënten hebben we al. Dat is vooral een kwestie van verzamelen, wegen en af en toe een moeilijke keuze. Doen we echt afstand van ongezonde bedrijven? Mag echt iedereen meedoen in de stad? De basis voor de wrap ligt voor de hand en daar wordt momenteel hard aan gewerktHet gesprek met de stad daarover is momenteel in volle gang. Laat de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 de ruimtelijke basis zijn voor de Donutcity.