Cutout database NONSCANDINAVIA

Gender, colour, queer, other

#3

01.02.21 Indira van 't Klooster 4 minuten lezen

Afaina de Jong merkte vorige week in Het Parool op dat de stad is gebouwd door een witte middelbare man zonder fysieke beperkingen. Dat betekent niet dat de stad alleen voor de witte man is ontworpen.

Vanzelfsprekend wordt in ‘zijn’ stad ook doelgroepgericht ontworpen voor andere gebruikers, op maat, en op basis van inspraak. Ook in ‘zijn’ stad zijn er inwoners, bestuurders, directeuren van woningcorporaties of architecten van andere kleur, ander geslacht of met andere behoeften. Maar de stad is wel grotendeels gebouwd volgens zijn normen en wereldbeeld. Afaina’s uitspraak laat zien dat momenteel onder invloed van feminist practice, queer theory en het gevoelde belang van meer inclusiviteit een nieuwe agenda wordt geformuleerd op basis van ruimteclaims die eerder onderbelicht bleven.

Dat de witte man de stad bouwde, betekent ook dat hij een zwaarwegende factor was in de architectuurgeschiedenis van de stad. Hij bepaalde wat architectuur is en hoe de stad gebruikt werd. Hij bemande (sic) het ruimtelijk beleid, de kwaliteitscommissies en supervisorenteams en bepaalde zo welke gebouwen en stedelijke ruimten wel of geen kwaliteit hadden, aan welke wetten en eisen een plattegrond moest voldoen, en wie hoeveel ruimte nodig had. Zijn uitgangspunten werden vervolgens op allerlei plekken herbevestigd: in de archieven van architectenbureaus, musea en gemeenten, in welstandscommissies, in Bouwbesluiten en in theoretische verhandelingen.

 

Dat besef leidt ertoe dat momenteel bewust wordt gezocht naar een geschiedschrijving op basis van andere bronnen. Niet door de bestaande te overschrijven, maar door deze te verrijken met nieuwe verhalen en nieuwe gezichtspunten. Voor ARCAM leidden deze overwegingen tot het besef dat ook onze Architectuurgids aan een herziening toe is. Jarenlang verzamelden we gebouwen (ruim 700 inmiddels) op criteria zoals stijl, stroming, oeuvre, materiaal en programma. Het werd een overzicht van bijzondere, maar wel top-down geselecteerde ma(i)nstream architectuur. We gaan nu op zoek naar een meerstemmig perspectief op de (urbane) Amsterdamse ruimte.

Sinds vorige maand werken we daarom aan Een Andere Atlas van Amsterdam. Geïnspireerd door bijvoorbeeld de Subjective Atlas zoeken we naar manieren om een stad te presenteren die niet alleen gebaseerd is op functionele criteria en bronnen, maar die van onderop wordt beleefd en gemaakt. Samen met onder andere IHLIA, Wouter Pocornie, Wellmade Productions, The Beach en Stichting NDSM-werf zoeken we naar kruisverbanden tussen subjectieve ervaringen, bottom-up verhalen en top-down ruimtelijke planning die onze Architectuurgids verrijken. Niet door vooraf criteria en uitkomsten op te stellen, maar door intuïtief samen nieuwe vormen te ontdekken.

We beginnen ons onderzoek op de Zeedijk. Ooit een sjieke buurt voor rijke koopmannen, voordat zij in de 18e eeuw naar de Grachtengordel trokken en matrozen er café’s, seks en drugs vonden. Op de Zeedijk komen verhalen over de Amsterdamse queer-community, de Chinese gemeenschap, Joodse middenstand, Surinaamse jazz, de criminele jaren ’70 en de huidige verzamelplaats voor vrijgezellenmassatoerisme samen. Maar ook nieuwe verhalen die vandaag worden gemaakt.

Daarna trekken we verder de stad in. Op zoek naar verhalen die er wel zijn, maar die niet zijn vastgelegd als onderdeel van een architectuurvertelling. We hopen zo de bestaande criteria uit te breiden met nieuwe bronnen, die structureel leiden naar een bredere classificatiewaaier van wat architectuur eigenlijk is. Dat zou over makers kunnen gaan (timmermannen, betonvlechters, schilders), communities, jonge moeders, over protest (krakersrellen, Occupy, We Are Here), over logo’s en symbolen, of over gebruikers met een lichamelijke beperking. Verhalen die misschien wel voorbij fysieke gebouwen gaan, maar ook voorbij stereotypen en blinde vlekken.