Pak de ruimte! – wooncoöperaties in de versnelling

23.11.22 Indira van 't Klooster

Wooncoöporaties staan in de schijnwerpers. Er zijn symposia, werkgroepen, hulplijnen en handboeken, het aantal adviseurs, netwerken en platforms groeit snel, en zelfs het Rijk lijkt deze woonvorm te stimuleren. Desondanks zijn wooncoöperaties moeilijk te realiseren: ze vragen veel kennis, en kosten veel tijd en geld. Iedereen weet hoe dat komt: een beperkte hoeveelheid grond en gebouwen, gebrek aan geld, tijd en kennis. Iedereen weet waar de knelpunten zitten: banken zijn huiverig om te financieren, woningcorporaties hebben geen zin om hun voorraad te verkopen aan coöperaties, gemeentelijk beleid is stroperig en omslachtig. In het algemeen: we moeten de omslag maken van marktmechanisme naar woonrecht, en ruimte maken voor een nieuwkomer in het woonstelsel.

Desondanks lijkt aan werkelijk alles te zijn gedacht. De infrastructuur om een wooncoöperatie van de grond te krijgen ligt er (grotendeels). De gemeente Amsterdam heeft beleid voor wooncoöperaties geformuleerd, kan grond in erfpacht uitgeven en heeft subsidies en leningen beschikbaar gesteld. Er wordt gewerkt aan een Wooncoöperatie Solidariteitsfonds, waarin wooncoöperaties elkaar op termijn financieel kunnen ondersteunen. Woningcorporaties mogen hun voorraad afstoten ten behoeve van (beheer- of eigendoms)coöperaties. Er is een Handboek Wooncoöperaties gemaakt door Stichting Woon!, dat actief ondersteund en gepromoot wordt. En dat alles tegen de achtergrond van een felle discussie over het terugbrengen van eigenaarschap en betaalbaarheid in het volkshuisvestingbeleid in de stad.

Toch hebben dappere voorlopers grote moeite hun wooncoöperaties van de grond te krijgen. Prachtige projecten stuk voor stuk, maar daar kan en mag het niet bij blijven. Raumplan, Architect in Residence bij Arcam, zag dat allemaal met lede ogen aan, en stelde zichzelf drie vragen:

– Als de gemeente haar eigen ambities serieus neemt, waarom lukt het dan niet om wooncoöperaties op te schalen?
– Waarom blijft de wooncoöperatie een aangelegenheid voor overwegend witte, theoretisch geschoolde mensen met tijd
– Wat kunnen we daar, als ontwerpers, aan doen?

 

Allereerst ging Raumplan in gesprek met drie wooncoöperaties die diversiteit centraal stellen in hun proces: De Bonte Hulst, De Bundel en De Nieuwe Meent. Zij schetsten een beeld van een moeizame route naar een diverse woongemeenschap. Ze vertelden dat de bekendheid met het fenomeen van de wooncoöperatie heel laag is (onder andere omdat de traditionele communicatiekanalen van de gemeente Amsterdam de beoogde doelgroepen niet bereiken). Hoe regels het proces ingewikkeld maken (statuten, financiering, strak afgebakende kavelpaspoorten). Hoe moeilijk het is om sociale woningen te realiseren (voorwaarde om niet zelf onderdeel te worden van een gentrificatieproces in sommige wijken) en hoe de ongelijke toegang tot kennis, macht en geld die de stad zo ongelijk maakt, ook het traject van wooncoöperaties definieert.

Maar zij vertelden ook een verhaal van hoe het anders kan. Dat het streven naar gelijkheid, diversiteit en rechtvaardigheid centraal moet staan en blijven staan. Dat je actief op diversiteit kunt en moet blijven sturen. Dat je een ongelofelijke hoeveelheid geduld en vertrouwen nodig hebt, en absolute transparantie, eerlijkheid en incasseringsvermogen om een diverse wooncoöp te starten.

 

Maar de meest machtige factor in dit veld is de Amsterdammer zelf.

In een tweede gesprek stond opschalen en versnellen centraal. Hoe komen we aan die 50.000 woningen? Ook daar waren de oplossingen hands-on. Wooncorporaties zijn momenteel maar matig geïnteresseerd in de wooncoöperatie. Banken hebben moeite om wooncoöperaties op hun daadwerkelijke waarde te schatten, namelijk een maatschappelijke onderneming van burgers zonder winstoogmerk. De gemeente Amsterdam zou toeschietelijker en minder wantrouwend te werk kunnen gaan, passende juridische modellen kunnen aanbieden die aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van de Amsterdammers, en wooncoöperaties zien als partners voor een betaalbare stad. Ondertussen ontstaat een steeds groter onfinancierbaar deel, dat niet door toekomstige bewoners kan worden opgelost.

Maar de meest machtige factor in dit veld is de Amsterdammer zelf. Als alle systemen in de steigers staan, als beleid zowel politiek als ambtelijk is afgedekt, als fondsen en financiering in principe aanwezig zijn, dan is er nog maar een ding nodig: druk vanuit de maatschappij. Als 100.000 woningzoekenden zich laten horen. Als de hele ‘kaartenbak’ aandringt op versnelling in plaats met elkaar te strijden om diezelfde schaarse kavels. Als we ‘gewoon’ zelf op zoek gaan naar grond. Als er politieke druk vanuit de maatschappij ontstaat. Dan kunnen we raderen in beweging zetten!

Op 14 december gaan we met uiteenlopende deskundigen en belanghebbenden in gesprek. En we gaan tot actie over. Wil je daarbij zijn? Meld je aan via de eventpagina.

Met dank aan: Arie Lengkeek, Lars Mosman, Isanne Damen, en de genoemde wooncoöperaties.