Superstructures

#7

13.05.20 Indira van 't Klooster 5 minuten lezen

Als de afgelopen weken iets duidelijk hebben gemaakt, is het wel hoe snel onze vaste waarden en ideeën achterhaald kunnen raken. Dat geldt ook voor architectonische begrippen. Arcam is begonnen met een inventarisatie daarvan en beschouwing daarop. 

De verontwaardiging is deze week groot. Ondernemers zijn boos op de overheid in afwachting van een nieuw noodpakketBoomers zijn boos op millennials en vice versa, waarbij termen als relationele apartheid niet worden geschuwdHeel Nederland is boos op Forum voor Democratie als vernietiger van het cultuurbeleid in Noord-Brabant. In Amsterdam is consternatie ontstaan over een terrassenplan van horeca-ondernemers, dat iVilnius al staande praktijk is. Architectonisch herijken #7 – Superstructures.

Een superstructure is een bovenliggend al dan niet fysiek stramien over een bestaande basisAnderhalvemeterstroken van duct tape zijn een superstructure. In de architectuur is het dat deel van het gebouw dat over een fundament is heen gebouwd. Het plan voor een groot terras op de Nieuwmarkt is door tegenstanders opgevat als een superstructure over de openbare ruimte in de binnenstad.

(Ook) in de Boomer-jaren zestig werd de consumptiemaatschappij kritisch bekeken. Waar Archigram het antigif tegen de commercie zocht in een nomadische beweging vatechnologisch spektakel, en de Metabolisten zich verschansten in capsulaire isolatieontwierp Superstudio (Adolfo Natalini en Cristiano Ronaldo di Francia ,1966) een gridstructuur dat de mensheid zou bevrijden. Zo zochten ze een weerwoord op de ‘commerciële instincten van de bourgeoisie die zich hun [de architecten van het Moderne Bouwen] theorieën onmiddellijk toe-eigenden en dienstbaar stelden aan hun eigen doel, het verdienen van geld.’

Zelfs met de beste bedoelingen is een grid directief en vatbaar voor uitsluiting. Een maximaal-efficiënt stramien van tafeltjes en stoeltjes is – architectonisch bekeken – te beschouwen als een dystopische manifestatie van de onvrije mens als speelbal van commercie en mondialisering. Superstudio ontwierp een Superstructure voor een nieuwe, vrije wereld die niet de functionele exploitatie van de ruimte beoogde, maar juist de bevrijding ervan. De ordening zou weliswaar ietwat dwingend zijn, maar het zou straten en pleinen – en zeker terrassen – overbodig maken. Elk knooppunt op het stramien van lijnen zou een (tijdelijk) epicentrum worden, waar de nomadische mens zich geestelijk zou kunnen ontplooien, vrij van de voorspelbare conditionering van het vermaak.

In diezelfde tijd verdiepte ook Constant Nieuwenhuys zich in de bevrijding van ‘de spelende mens’New Babylon (1956-1974)door Mark Wigley treffend omschreven als ‘de architectuur van de gastvrijheid’, bracht gruwelijke dilemma’s met zich mee, waarin elke ontworpen vrijheid een beperking of zelfs gewelddadige uitsluiting van de ander betekende.

Er zijn kleinschaliger alternatieven. Jeroen Beekmans (Pop-Up City) wees in Het Parool van 12 mei jl al op de talloze plekken buiten het centrum – niet te verwarren met de visie op toerisme van Zef Hemel  waar terrassen, vrijheid en zelfontplooiing uitstekend samengaan. Mediamatic ging deze week viral (no pun intended) met exclusieve kadecapsulesTussen vrijheid en gevangenis, commercie en creativiteit is de scheidslijn flinterdun.