Woordpolitiek in de architectuur

#2

21.01.21 Indira van 't Klooster 4 minuten lezen

Leeswijzer: Geschiedenis is geen supermarkt met producten waarmee we naar believen ons ideologische winkelwagentje kunnen vullen. Rekenschap geven, verbanden leggen en niet-verdoezelen zijn van groot belang om de wereld te kunnen begrijpen en recht te doen aan de mensen daarin. Arna Mačkić liet onlangs nog zien hoe belangrijk dat is in The Architect of Destruction.

Maar sinds ook de kunst van het Britse tuinieren niet langer onschuldig is, vraag ik me af of er ook een tussenweg is. Of we geschiedenis soms niet beter kunnen behandelen zoals Bridgerton dat doet – de serie waarin een verhaal dat speelt in een hypergesegregeerd, vrouwonvriendelijk, racistisch en kolonialistisch tijdperk, met overduidelijk plezier en eigentijdse vanzelfsprekendheid wordt gespeeld door een zeer diverse cast. Ook wie Daveed Diggs als de rappende Lafayette in de musical Hamilton heeft gezien, weet hoe een losse interpretatie van de geschiedenis soms wonderen doet voor de inclusiviteitsdiscussie.

Het voordeel van geschiedenis is dat je kunt voortbouwen op bestaande begrippen, en alle kennis en ervaring die daarin ligt opgeslagen. Het evidente nadeel is de mogelijk negatieve connotatie. Zo dacht Ursula von Leyen in oktober 2020 dat ze met de lancering van The New Bauhaus als opmaat naar een Europese Green Deal voor de Europese bouwindustrie goed bezig was. Veel is er immers niet aan te merken op de ambitie voor ‘a collaborative design and creative space, where architects, artists, students, scientists, engineers and designers work together.’ Zeker niet als die New European Bauhaus zal zijn gebaseerd ‘on sustainability, accessibility and aesthetics to bring the European Green Deal closer to people and make recycling, renewable energies and biodiversity natural.’

Maar zo eenvoudig is het toch niet. Een aanzienlijke groep culturele denkers en wetenschappers plaatste kanttekeningen. Op 14 januari jl. vestigden Hicham Khalidi (Jan Van Eyck Academy) en Rolando Vázquez Melken (Universiteit Utrecht) nog eens de aandacht op de pijnpunten. ‘The school was deeply inegalitarian. Women were barred from most workshops and the institution paid little heed to care of the Earth. Over time, the Bauhaus became linked to an industrial capitalism that engendered social and ecological injustice across the globe.’

Sinds enkele weken komt in Afaina’s Feminist Spatial Practice Book Club een gezelschap samen om te onderzoeken wat de rol van feminisme is in de architectuur. Leslie Kern (wit, cisgender vrouw, alleenstaand, moeder) onderzoekt in haar boek Feminist City hoe de ruimte die haar wordt gegund in de stad zich verhoudt tot de praktijk van systemische uitsluiting op basis van ras, kleur en gender in een ‘man-made world’. Nuttig en inzichtelijk, maar soms blijft ze hangen in haar eigen hang-ups en privileges. Dat lijkt ook Ursula von Leyen te zijn overkomen.

De Bridgerton-benadering zag ik vorige week in de reader die architectuurstudenten aan de KHT Stockholm samenstelden op basis van het werk van Sara Ahmed. Ahmed, gespecialiseerd in feminisme, queertheorie en post-kolonialisme, formuleert een geheel nieuw vocabulaire om bestaande misstanden te ontmaskeren, maar gebruikt dat ook als gereedschap voor een nieuwe benadering. Begrippen als Aboutness, Feeling Fetishm, Desire Lines, Disorientation, Straightening Devices.

Onder leiding van Brady Burroughs – er zou een Pritzker Prize voor architectuurdocenten moeten bestaan – onderzochten studenten hoe zeer hun persoonlijke ervaringen hun architectuurpraktijk in wording zou kunnen bepalen. Haar vragen aan studenten zijn een geweldige opstap naar analyse van de architectuur als systeem en het bewust doorbreken van patronen. Ze kregen vragen voorgelegd als:

‘Als je iets moet ontwerpen voor minderbedeelden, begrijp je dan echt wat ze nodig hebben, of voelde je je vooral een heel goed persoon?’
‘Heb je er ooit over nagedacht of architectuuropleidingen erop gericht zijn om normatief gedrag in architecten te stimuleren?’
‘Ben je wel eens een architectuur-killjoy geweest door een kritische of ongemakkelijke vraag te stellen die de tevredenheid in een (homogene) groep verstoorde?’

Ik vind deze manier van denken enorm inspirerend, omdat relativering en creativiteit het mogelijk maken om, vanuit de evidente beperkingen van de geschiedenis (inclusief je eigen geschiedenis), een betere toekomst te construeren. Een vleugje Bridgerton in de discussie zou de kans kunnen bieden om vanuit het goede van het historische Bauhaus de toekomst te maken die we ons wensen.