Wim Quist (1930-2022) en zijn Amsterdamse projecten

13.07.22 Arcam

De in Amsterdam geboren architect Wim Quist (1930) is op woensdag 6 juli  op 91-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Amsterdam.

Na het volgen van de opleiding aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam en het winnen van de Tweede Prijs Prix de Rome Architectuur in 1958, begint zijn oeuvre in 1959 met een kleuterschool in Hardenberg. Vele ontwerpen en gebouwen volgen door heel Nederland, waaronder het Museon en Omniversum in Den Haag, opgeleverd in 1985, en Museum Beelden aan Zee in Scheveningen (1994).

Zijn bureau Quist Wintermans Architecten is in Rotterdam gevestigd in misschien wel zijn bekendste ontwerp: het kantoorgebouw Willemswerf (1988), gelegen aan de Maas. In 1960 richtte Quist zijn eigen bureau in Rotterdam op, dat in 1995 fuseerde met Architectenburo Wintermans.

Amsterdams Oeuvre

In Amsterdam variëren de ontwerpen van Wim Quist en Quist Wintermans Architecten van de werkkamer van de directeur van het Rijksmuseum in 1979 tot meer recenter de brug en sluis van Haveneiland in IJburg uit 2004 en het Collectiecentrum van het Amsterdam Museum in de Back-upstraat in Noord (2011) met uitzicht op het IJ. Natuurlijk zit er ook een rijtje tussen van Amsterdamse ontwerpen die niet zijn uitgevoerd, zoals een voorstel voor de uitbreiding van het Stedelijk Museum in 1992 of voor het Hoofdkantoor Philips International uit 1997.

J.P. Morgan Bank

Inmiddels gesloopt is de J.P. Morgan Bank aan de Apollolaan-Michelangelostraat. OMA vervangt daar het monolithische kantoor uit 1990 voor een ‘high-end’ kantoorgebouw. Leuk detail: het voormalige kantoorgebouw van de J.P. Morgan Bank stond in de publicatie ‘Lelijk Gebouwd Nederland: de 50 grootste missers’ van architectuurjournalist Jaap Huisman uit 1991:

 

Quist is de strengste, de zakelijkste, zeg maar gerust de meest calvinistische onder de Nederlandse architecten.
Jaap Huisman, 1991

We pakken een alinea uit de publicatie erbij: “ ‘Quist is de strengste, de zakelijkste, zeg maar gerust de meest calvinistische onder de Nederlandse architecten. Hij balanceert op het scherp van de snede, tussen onderkoeldheid en opperste functionaliteit. […] The Morgan Bank or a suitable case for murder’. De verleiding om de film(titel) te parafraseren is haast niet te weerstaan, want de bank wakkert moordlust aan. Hoe een moord te plegen op een gebouw? Gebruiken we de slopersbal of rijden we er met een cityjunglewagen tegen aan? Of kiezen we de querillamethode door de airconditioning defect te maken? In het laatste geval zal de diagnose van de patholoog-anatoom luiden: overleden aan het ‘sick-building syndrome’.

Jaap Huisman neemt zogezegd geen blad voor de mond! Zou hij er 31 jaar later nog zo over denken? In een mooi eerbetoon aan het werk van Quist, verschenen in Het Parool op 13 juli ‘22 naar aanleiding van zijn overlijden, lezen we een iets mildere Huisman: ‘Het zijn subtiele details waarin Quist excelleerde. Bij de bank van JP Morgan, tegenover het Hiltonhotel, is het een smalle spleet met een schuine muur in de voorgevel waarmee hij een gebaar maakte naar de Apollolaan. Oké, een gebaartje, want bepaald vriendelijk of open was en is dat bankgebouw niet.’