De Krijtberg

Alfred Tepe, 1883

Een verborgen kerk
Tussen de grachtenpanden aan het Singel, niet ver van het Spui, steken twee opvallende, ranke torens omhoog. Deze zijn van de Sint-Franciscus Xaveriuskerk, ofwel de Krijtberg. Deze neogotische kerk is de opvolger van een schuilkerk die hier sinds 1654 gevestigd was in drie panden, waarvan het grootste ‘De Crythberg’ heette. De twee aangrenzende huizen waren bedoeld als schuilplaats voor het geval er zich problemen voordeden in deze verborgen katholieke kerk, die sinds de Alteratie verboden maar wel gedoogd werd. In 1835 wordt het kerkgebouw vergroot en de oorspronkelijke Crythberg gesloopt. De huidige kerk in de vorm van een driebeukige kruisbasiliek verrijst tussen 1881 en 1883, naar een ontwerp van architect Alfred Tepe. De gevel is opgetrokken uit gebakken, in kruisverband gemetselde vormsteen in één kleur.

Slim bouwen
Zoals ook bij de eerder door hem ontworpen Sint-Willibrorduskerk in Utrecht, moest de Krijtberg op een klein, dit keer door grachtenpanden aan drie zijden beperkt, oppervlak gebouwd worden. De zijbeuken zijn hierdoor maar net wijd genoeg voor de processies, en voor een optimale lichtinval zijn de ramen in het kerkgebouw zo hoog mogelijk geplaatst. Verder is de kerk voorzien van galerijen. Het interieur valt echter met name op door de kleurrijke afwerking, die in twee fasen werd aangebracht. Eind 19e eeuw werd de kerk ingericht door beeldhouwer Friedrich Wilhelm Mengelberg, die net als Alfred Tepe broeder was van het Sint Bernulphusgilde. Goud, groen, rood en zwart overheersten in de inrichting, die grotendeels kwam van Mengelberg, aangevuld door het atelier van Cuypers, dat de kerkvloer, de preekstoel, het Jozefaltaar en de biechtstoelen verzorgde. In 1927 bracht de firma Hans Mengelberg’s Interieurkunst een tweede kleurenpalet aan, waarin groen, blauw, geel, violet, bruin en roodbruin de boventoon voeren. Er zijn een aantal decoratieve elementen op de pinakels en daken te vinden die in smeedijzer zijn vervaardigd, net zoals de hekken voor de ingangen van de kerk.

Inspiratie uit Duitsland
Alfred Tepe wordt, na P.J.H. Cuypers, gezien als de belangrijkste architect van de Nederlandse neogotiek. Hij werd geboren in Amsterdam als zoon van Duitse ouders. Voor zijn studie vertrok hij naar Berlijn, waar hij architectuur studeerde aan de Bauakademie. Hierna ging Tepe aan de slag voor architect Vincenz Statz in Keulen. Daar werkte hij mee aan de restauratie en afbouw van de Keulse Dom. Toen de architect enkele jaren later weer naar Nederland verhuisde, verwerkte hij zijn ervaring uit Duitsland in de vele kerken die hij voornamelijk in het gebied van het toenmalige aartsbisdom Utrecht bouwde. Door de jaren heen bleef zijn neogotische bouwstijl haast onveranderd, geïnspireerd door de ideologie van het Sint Bernulphusgilde, waarin katholieke handwerkslieden, architecten en geestelijken zich verenigden en waar ook Tepe deel van uitmaakte. Tussen 1871 en 1905 bouwde hij zo’n zeventig kerken.

Lieke Haan