Filmacademie

Koen van Velsen, 1999

Een doos in een doos

Het programma van de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam is tweeledig. Enerzijds bevat het gebouw studio’s die weinig daglicht nodig hebben, anderzijds is het gewenst dat het licht toegang heeft tot de lokalen en kantoren. De plattegrond van het gebouw heeft de vorm van een ruit waarbij de ingang zich bevindt aan een driehoekig plein aan de achterzijde. De kern van het gebouw is als een doos in een doos geplaatst, in deze tegen daglicht en geluid beschermde ruimte zijn de studio’s, de bioscoop en de regieruimtes gesitueerd. Deze ruimtes zijn de essentiële ruimten voor film en televisie en worden daarom symbolisch gezien als de kern van de opleiding. De ruimten die de kern omringen, liggen langs de gevels. Hier zijn de werkruimtes, toiletten en horeca te vinden die door hun situering aan lange galerijen optimaal van het daglicht kunnen profiteren. Loopbruggen verbinden deze omlopen met de kern van het gebouw. Door het kerngebouw een verdieping minder hoog te maken dan de schil eromheen, is op het dak een patio ontstaan. Deze heeft de vorm van een amfitheater en wordt gebruikt als terras.

Verschillende perspectieven op hetzelfde gebouw
De gevels bestaan uit verticale, betonnen ribben met daartussen rechthoekige panelen van verschillende tinten groen zonwerend glas. Door dit materiaalgebruik onderscheidt het gebouw zich van omringende gebouwen die merendeels zijn opgetrokken uit baksteen. De betonnen ribben zorgen er tevens voor dat het gebouw vanuit elk perspectief anders wordt beleefd. Het interieur wordt gekenmerkt door kale betonnen muren en minimaal kleurgebruik.

Het gebouw als reparatieproject
Het gebouw is in twee opzichten een reparatieproject. Het is deel van een strook bebouwing waar bij de aanleg van de IJ-tunnel een stuk tussenuit werd gesloopt. Het gebouw komt ook tegemoet aan de wens om het Mr. Visserplein te begrenzen door te dienen als een soort pleinwand waarbij de rooilijn van de voorliggende straat is hersteld. Een derde belangrijk aspect is dat het gebouw ruimte laat voor eventuele toekomstige bebouwing van het plein omdat de ingang aan, wat het lijkt, de achterzijde is gevestigd.

Tekst: Lieke Haan