FOAM

Benthem Crouwel Architects, C. Outshoorn, 1861

Van pakhuis naar museum

Het grachtenpand Keizersgracht 609 functioneert bij zijn oplevering in 1716 als pakhuis. In 1801 koopt steenkolenhandelaar en kunstverzamelaar Carl Joseph Fodor het pand en brengt hier zijn kunstcollectie onder. In zijn testament stelt hij dat het pand aan de gemeente wordt nagelaten op voorwaarde dat het in de toekomst gebruikt wordt voor het tonen van zijn kunstcollectie. De gemeente stemt met die voorwaarde in en accepteert de erfenis. Een jaar na de dood van Fodor wordt het pand in 1861 verbouwd door architect Cornelis Outshoorn. Bij de verbouwing wordt de huidige lijstgevel gebouwd in eclectische stijl. Het Fodor Museum blijft tot 1948 in het pand. Hierna verdwijnt de collectie in een depot van het Stedelijk Museum. In 1993 trekt het Nederlands Vormgevingsinstituut in het pand.

FOAM – Fotografiemuseum Amsterdam

Kort daarna in 2000 verlaat het vormgevingsinstituut het pand, waardoor het beschikbaar komt voor het Fotografie Museum Amsterdam. Het FOAM is een internationaal opererende organisatie op gebied van fotografie. Het museum toont op verassende en kwalitatief hoogstaande wijze alle aspecten van het medium fotografie. Ze stellen hedendaags, historisch, autonoom en toegepast werk ten toon. Naast wereldberoemde fotografen krijgen jonge opkomende beeldmakers een plek. Het doel van de organisatie is om te informeren en te inspireren door middel van het tonen van alle facetten van actuele fotografie. FOAM organiseert meerdere soorten activiteiten, zoals tentoonstellingen, publicaties, debatten en educatieprojecten. Naast publiek in Nederland richt het museum zich ook op internationaal publiek en werkt het mee aan projecten in het buitenland.

Modern museum

Voordat het FOAM intrekt wordt het pand vernieuwd naar het ontwerp van Benthem Crouwel. De architecten trekken de twee naastgelegen panden bij het oude museum en verbinden ze door luchtbruggen, overkappingen en een ondergrondse passages. Hierdoor ontstaat er een logische museumroute. Deze wordt spannend gemaakt door de niveauverschillen en doorkijken. Daarnaast is in de overkapte binnenplaats een leeszaal gemaakt en in één van de souterrains het museumcafé. De wanden van het museum hebben een strakke witte afwerking die als neutrale achtergrond voor de foto’s dient. De witte kleur wordt gecombineerd met grijs metalen deuren, industriële trappen en looproosters. De vloeren van het trappenhuis zijn vervaardigd met blauwe glastegels waardoor een futuristisch sfeer wordt gecreëerd. In sommige zalen zijn nog delen van de historische lambrisering en haarden te zien. Het museum heeft door de grote open ruimtes, doorkijkjes, luchtbruggen en overkappingen een ruime, lichte en moderne uitstraling.

 

Tekst: Fieke de Groot