Hudsons Bay Flagship

Rijnboutt, 2016

Een nieuw gezicht
Aan het Rokin zijn op de oude funderingen van het voormalig hoofdkantoor van Fortis twee nieuwe warenhuizen verrezen. Het nog geen dertig jaar oude Fortisgebouw was met zijn tachtig meter lange gevel stedenbouwkundig een rare eend in de bijt in het historische centrum van de stad. Door de kavel op te delen in tweeën ontstaat er een straatbeeld dat veel beter past in het historisch stedelijk weefsel.

Hudson’s Bay
In beide warenhuizen wordt uiteindelijk het Canadese Hudson’s Bay gevestigd. In eerste instantie zijn de panden aan het Rokin bestemd voor Marks & Spencer en Haussmann. Om de komst van Hudson’s Bay mogelijk te maken worden beide overeenkomsten met wederzijds goedvinden ontbonden. Al na 2.5 jaar vertrekt het warenhuis uit Nederland en is het complex na een flinke verbouwing getransformeerd tot kantoor. Op de begane grond behoudt een deel de functie van winkelpand.

Geïnspireerd op glorieus Amsterdam
Beide warenhuizen zijn een ontwerp van architectenbureau Rijnboutt. Ze grijpen terug op een glorieuze periode in de geschiedenis van Amsterdam: het laatste kwart van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. “Het was de tijd van cityvorming, van schaalvergroting en democratisering”, aldus architect Frederik Vermeesch van Rijnboutt. “De warenhuizen werden groter, zoals Maison de Bonneterie en Magazijn De Bijenkorf”. De gevels van Hudon’s Bay zijn aan de Rokinzijde transparant met grote raampartijen en kleiner van schaal aan de Neszijde.

Bijzonder vakmanschap
Er is bij de bouw van de warenhuizen gebruik gemaakt van traditionele materialen en technieken. Zo is de linker gevel opgetrokken uit bak- en natuursteen en bekroond met een dak van leibedekking. Er was vakmanschap voor nodig om de verschillende dakhellingen (75 en 60 graden) er optisch gelijk uit te laten zien en op de hoeken een techniek met Franse vlechthoeken toe te passen. De dakconstructie van het rechter warenhuis bestaat uit een gebogen ruitvormige staalconstructie voorzien van glas. Deze kapconstructie is eerst in een grote loods in Almelo opgebouwd, waarna de kap prefab, in zeventien delen, ’s nachts met speciaal transport op zijn plek is gehesen. Naast deze tachtig ton wegende constructie op het dak pronken in de gevel spectaculair gebogen glazen erkers. De twee panden zijn ondergronds met elkaar verbonden, sinds 2018 kun je vanuit de Noord-Zuid metro het complex instappen.

Flaneren op de boulevard
De voormalige warenhuizen grenzen aan het gemeentelijk project De Rode Loper. Deze loopt van het Centraal Station tot aan de Albert Cuyp. In deze nieuwe entree voor de stad worden verkeersstromen gescheiden en staan de wensen van de voetganger centraal. Wellicht komt dan nu de Amsterdamse negentiende eeuwse droom uit: een flaneerboulevard, zoals Antwerpen de Meir heeft.

Lieke Haan