Huize Lydia

J. Boterenbrood, 1927

Het hart van de buurt
Het van oorsprong rooms-katholieke tehuis voor vrouwen en meisjes op de hoek van het Roelof Hartplein heeft de voorbije eeuw verschillende functies gehad. Van een huis voor verpleegsters in opleiding tot een multifunctioneel buurthuis. Het gebouw van de tweede generatie Amsterdamse School-architect J. Boterenbrood wordt door critici na oplevering zeer verschillend ontvangen. Wat de één onsamenhangend noemt, is volgens de ander juist fantasierijk. Ondanks dit verschil in waardering is het een feit dat Boterenbrood met zijn ontwerp uit verschillende volumes één geheel heeft getracht te creëren, hetgeen deels is gelukt. Sinds 1996 heeft het gebouw de status van rijksmonument.

Generatiekloof met voorgangers
Het gebouw heeft een U-vormige plattegrond en bevat een binnentuin die zo is ontworpen dat licht en frisse lucht het gebouw goed kunnen binnendringen. Het gebouw is opgetrokken uit baksteen en bestaat uit afwisselend zes en zeven bouwlagen onder een plat en een zadeldak die zijn bedekt met zwarte pannen. Een aantal van de toegepaste elementen komt rechtstreeks van Michel de Klerk, de pionier van de Amsterdamse School. Met name het paraboolvormige raam en de met lood beklede dakruiter zijn onmiskenbaar ontleend aan gebouwen van De Klerks hand in respectievelijk de Rivierenbuurt en de Spaardammerbuurt. Het nagenoeg ontbreken van ornamenten en daarmee het verzwakken van het expressionisme dat eerdere architecten binnen de Amsterdamse School zo typeerde, vertoont een generatiekloof tussen Boterenbrood en zijn voorgangers. Samen met de andere bouwblokken aan het plein, van onder anderen de architect J.F. Staal, toont Huize Lydia een overgangsstijl tussen de Amsterdamse School en een meer orthogonale bouwwijze.

Lieke Haan