Koninklijk Paleis Amsterdam

Jacob van Campen, circa 1668

Voormalig stadhuis, nu koninklijk paleis
Midden in de Gouden Eeuw verrijst in Amsterdam een stadhuis in de stijl van het Hollands Classicisme naar ontwerp van Jacob van Campen. De bouw start in 1648 en in 1655 wordt het stadhuis officieel ingewijd, hoewel het pas tien jaar later geheel afgerond zou zijn. Het wordt gebouwd op een schaal die voor Europa ongekend is en daarmee het grootste niet-religieuze gebouw van het Westen. Om deze reden noemt men het destijds ook wel het ‘achtste wereldwonder’. Het gebouw moet de rijkdom en het aanzien van de stad Amsterdam weerspiegelen. Het stadhuis wordt gefundeerd op een legendarisch aantal (13.659) houten palen. In 1808 verandert koning Lodewijk Napoleon het stadhuis in een paleis. In 1936 verwerft de Nederlandse Staat het gebouw van de stad Amsterdam. Het blijft ter beschikking staan van het Staatshoofd, die het gebruikt als ontvangstpaleis. Het paleis is tegenwoordig zoveel mogelijk voor publiek opengesteld en er worden tentoonstellingen, symposia en andere publieksactiviteiten georganiseerd.

Simpel van buiten, uitbundig van binnen
De façade heeft eenvoudige vormen, een heldere opzet en is sober wat betreft versiering. Daarnaast is de gevel symmetrisch en voldoet het aan de ideale, klassieke verhoudingen. De middenpartij met het fronton komt, net als de hoekpaviljoens, iets naar voren. Ook de timpanen van het gebouw zijn opvallend en indrukwekkend. Modellen van de daarin opgenomen sculpturen door Artus Quellinus zijn te vinden in het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum. Vanuit de koepel, die boven de façade uitsteekt, kon men vroeger de aankomst van schepen op het IJ zien. Het geheel is opgetrokken uit zeer licht gekleurd Bentheimer zandsteen, tegenwoordig is door verwering echter een veel donkerder exterieur ontstaan. Het interieur, waarin veel marmer is gebruikt, is weelderiger. Het gebouw lijkt zeer massief, maar heeft twee binnenplaatsen met daartussen op de hoofdas de imposante Burgerzaal. De gebeeldhouwde decoraties in zaal en in de omliggende galerijen hebben een overkoepelend iconografisch programma dat o.a. vertolkt dat Amsterdam heerst over de wereld en het centrum van het universum is. Door deze kaarten lag de wereld als het ware aan de voeten van de Stedenmaagd Amsterdam, die boven de ingang van de zaal troont.

Geen monumentale ingang
Kenmerkend voor de burgerlijke cultuur van die dagen is het ontbreken van een monumentale ingangspartij. Aan de Damzijde bevindt zich de Vierschaar waar ceremonieel de doodstraf werd uitgesproken. Het publiek kon vanaf de Dam het schouwspel aanschouwen door de bronzen hekken. Tegenwoordig wordt bij officiële gelegenheden de ingang op de Dam nog steeds gebruikt.

Lieke Haan