Minervaplein

C. J. Blaauw, 1932

Monumentaal en vol allure
Het Minervaplein vormt een centrale plaats binnen het uit 1917 daterende tweede Plan Zuid van H.P. Berlage. De naam van het plein verwijst naar de Romeinse godin Minverva, godin van het verstand en de geest. Op de kruising van twee assen, de Minervalaan en de Stadionweg, stelde Berlage zich een plein voor dat zou worden omgeven door monumentale gebouwen met internationale allure. Naar een ontwerp van C.J. Blaauw uit 1929 werd het plein omgeven door gebouwen in een sobere variant op de Amsterdamse School-stijl. De symmetrie in de bebouwing, de grootte van het plein en de torenachtige hoekgebouwen geven gestalte aan het monumentale dat Berlage voor ogen heeft. De twee koppen aan de noordzijde van het plein zijn rijksmonumenten terwijl de overige zes koppen gemeentelijke monumenten zijn.

Voltooing in 1958
Ten gevolge van de economische crisis, gevolgd door de Tweede Wereldoorlog, ligt de aanleg van het plein een behoorlijke tijd stil. In 1932 is alleen de noordelijke pleinwand gereed en pas in 1958 worden de overige wanden van het plein voltooid onder toezicht van J.F. Berghoef en G.J. Rutgers, Blaauw is dan al overleden. Hoewel men Blaauw’s ontwerp tegen die tijd als ouderwets beschouwd, is er toch weinig weerstand tegen het afmaken van het ontwerp in zijn oorspronkelijke vorm. De ontwerpen van Rutgers en Berghoef kenmerken zich door het vele gebruik van natuursteen en met name graniet. Blaauw maakte veel gebruik van classicistische motieven zoals de massieve kroonlijst die gedragen wordt door de sterk verticaal werkende muurdammen, wat duidelijk terug is te zien in de bebouwing van het plein. Het geheel heeft geleid tot een plein dat door velen zeer wordt gewaardeerd om zijn monumentale schoonheid.

Lieke Haan