Pianola Museum

onbekend, 1905

Politiebureau
Het gebouw waar tegenwoordig het Pianola Museum in huist wordt in de twintigste eeuw ontworpen als politiebureau. Het Gemeentelijk Architectenbureau maakt het ontwerp. Dit valt onder de utiliteitsbouw en kenmerkt zich door een sobere en solide vormgeving met de nadruk op het functionele. In de gevelindeling en de ornamenten zijn de invloeden van het Rationalisme en de Art Nouveau zichtbaar. Begin twintigste eeuw werd het onder invloed van Berlage populair om zelfs bij functionalistische, gemeentelijke bouwwerken aandacht te besteden aan ornamenten.

Verlaten
Tot 1930 beschikt het politiebureau over vier politiecellen. Tot in de jaren zestig wordt het pand alleen nog gebruikt als kleine politiepost. In de jaren zeventig komt het pand leeg te staan en wordt voor korte tijd gebruikt als atelierruimte. Kort daarna wordt er een nieuwe potentiële huurder gevonden. Voor deze basisschool wordt het interieur van het pand volledig gestript. De plannen worden echter afgeblazen en het pand gekraakt.

Muziek 
In 1993 krijgt het Pianola Museum toestemming het pand te betrekken en in ouderwetse stijl te herbouwen. Het kleine museum opent in 1994 haar deuren en sindsdien toont het museum tal van pianola’s en orgels die zelf kunnen spelen. In het museum staat de pianola, de muziek en de werking van de instrumenten centraal. In het museum worden concerten en andere evenementen georganiseerd. Bovendien bezit het een archief met 30.000 muziekrollen die op de uiteenlopende instrumenten afgespeeld kunnen worden. In 2002 is er het plan om op de eerste verdieping het museum uit te breiden. Een van de verwezenlijkte ambities is de realisatie van de muziekkamer uit het landhuis Kareol.

Tekst: Fieke de Groot