Turngebouw

Jonas Ingenohl, Karel Joan Muller, 1887

Nieuwe turnhal met woningen
De Maatschappij voor Turngebouwen gaf aan de architecten J. Ingenohl en K.J. Muller – de laatste zelf een turner – de opdracht een nieuw onderkomen te ontwerpen. Voor het ontwerp van plattegrond, inrichting en gebruik stonden Duitse turngebouwen model. Het ontwerp behelsde, naast de centrale turnhal, ook een open plaats in de achtertuin voor buitenoefeningen, en verschillende woningen in de gebouwdelen langs de Marnixstraat en de Leidsekade.

Gotische elementen
Het Turngebouw heeft drie straatgevels: twee hoge woonhuisgevels met erkers en trapgevels aan de Marnixstraat en de Leidsekade, verbonden door de lagere, langgerekte gevel van de turnzaal in de Nieuwe Passeerdersstraat. De gevels in rode baksteen hebben de kenmerkende renaissance-accenten als blok- en bandwerk in natuursteen. Op enkele plaatsen zijn aan de gotiek ontleende spits- en driepasbogen toegepast. De ijzeren muurankers van de gevel aan de Marnixstraat vormen tezamen ‘A 1887 O’, het jaar waarin de bouw werd voltooid. De schuine treden van de trapgevels zijn gedekt met dakpannen.

De Krakeling
De oorspronkelijke turnzaal (39 x 13 meter) is opgesplitst in een theaterzaal, een hal voor de jassen en een foyer. De foyer lijkt nog het meest op de oude situatie: de houten vloer bevat zelfs nog de bevestigingspunten van de gymtoestellen en de trekstangen van het gewelf eindigen in bijzondere drakenkoppen. In 1978 werd in het gebouw het theatercentrum van de Stichting Jeugdtheater Amsterdam ondergebracht; sindsdien staat het bekend als ‘De Krakeling’. Het gebouw behoort tot een selectie van tweehonderd nieuwe rijksmonumenten.