Universiteitsbibliotheek

Dienst Publieke Werken, 1967

Het lelijkste gebouw van Amsterdam?

Op de plek van de Sint Catharinakerk, die in 1939 wordt afgebroken, verschijnt in 1967 een nieuwe universiteitsbibliotheek. Het ontwerp zou een handreiking moeten bieden aan de gebouwen in de omgeving door een viertal gevelstenen en een daklijst met twee plastieken in de gevel op te nemen. De universiteitsbibliotheek was sinds 1881 gevestigd op Singel 421, in de jaren ’40 van de twintigste eeuw kwam hier nummer 423 bij. Door een groeiende collectie en de daarmee gepaarde behoefte aan ruimte ligt nieuwbouw op het naastgelegen, brakke buurtterrein dan voor de hand. Veel Amsterdammers beschouwen de ‘UB’ tegenwoordig als één van de lelijkste in de stad.

Poging tot aansluiting
Door de strakke, vlakke gevel van travertijn wijkt het gebouw sterk af van de bestaande, klassieke gevelwand die ook langs deze gracht in Amsterdam te vinden is. De ramen op de eerste verdieping doen een poging om bij de omgeving aan te sluiten. Deze zijn namelijk van onderen uitgebreid met een glazen borstwering om het verschil in raamhoogte na te bootsen dat gebruikelijk is bij grachtenpanden. Door het aanbrengen van reflecterende folie tegen de zon wordt dit effect echter weer ongedaan gemaakt. Critici waren indertijd niet onder de indruk van de pogingen om het geheel in de grachtenwand op te nemen. Vanwege de schaal zou het gebouw daarin volgens hen sowieso niet passen. Het voor deze plek zeer grote bouwwerk loopt van het Singel tot aan de achterliggende Handboogsteeg. Omdat de meeste ruimte wordt gebruikt voor de opslag van boeken, is een groot deel ervan niet toegankelijk voor het publiek. De uitleenbalie, enkele studiezalen en een kantine zijn dat uiteraard wel. In 1972 wordt de universiteitsbibliotheek uitgebreid onder leiding van architect B. A. J. Spängberg.

Een nieuwe bibliotheek
In 2019 is de Universiteit van Amsterdam begonnen aan de bouw van een nieuwe bibliotheek op het Binnengasthuisterrein.

Lieke Haan