Venserpolder

HWST Architecten, 1982

De begin jaren tachtig tot stand gekomen woonwijk Venserpolder in het noordwesten van stadsdeel Zuidoost, is de laatst gebouwde woonwijk van de Bijlmermeer.

Het stedenbouwkundig plan is een op de negentiende-eeuwse stedenbouw geïnspireerd ontwerp van architect Carel Weeber. Venserpolder telt ongeveer 5000 woningen in halfhoge bouwblokken van maximaal vier of vijf verdiepingen, gesitueerd rond binnentuinen aan lange lanen met bomen en omgeven door waterpartijen. Het ontwerp is een modernere visie van het gesloten bouwblok en breekt met de naoorlogse stedenbouw die wordt gekenmerkt door strokenbouw en open verkaveling. Daarnaast wilde Weeber een einde maken aan, zoals hij dan noemde, de ‘nieuwe truttigheid’ in de Nederlandse architectuur eind jaren zeventig. Venserpolder was dan ook een tegenreactie op de zogenaamde ‘bloemkoolwijken’ die sinds de jaren zeventig in Nederland werden gebouwd, te herkennen aan de kronkelige opbouw van straten met kleinschalige woningbouw.

De publieke ruimte als groots gebaar

Venserpolder bestaat uit een rechthoekig grid van brede straten met zestien rechthoekige gesloten bouwblokken. De binnenterreinen zijn publiekelijk toegankelijk gemaakt door poorten die in de gevelwanden geplaatst zijn. Weeber is van mening dat de openbare gebieden uiteindelijk bepalen wat men van een buurt vindt. Daarom heeft hij ervoor gekozen om elementen in de publieke ruimte binnen het stedenbouwkundige concept groots te maken zoals brede straten, de ruime openbare binnenhoven, grote parkeerplaatsen, en de prachtige singels. De vele bomen, vlakke gevels en verlichting bepalen het straatbeeld.

Het gebruik van eenvoudige geometrische vormen en herhaling van elementen kenmerken zowel de architectuur als stedenbouw van de woonwijk Venserpolder. Dit is terug te zien in de opzet van de wijk als grid en de gelijke bouwhoogte, typologie en afmetingen van alle zestien blokken. De woonblokken zijn door verschillende architecten ontworpen, zonder dat ze afwijken van het stedenbouwkundige concept van Weeber. Een element dat bijvoorbeeld bij ieder blok terugkomt is het gebruik van een donkere baksteen voor de plint en een lichte baksteen daarboven.

Het blok van Carel Weeber

Eén bouwblok in de wijk is ontworpen door Weeber zelf en is te herkennen aan de grote nummer 1 die op elke hoek van het gebouw is gezet. Dit accent wordt benadrukt door op de hoeken een extra verdieping toe te voegen. Het blok van Weeber is 250 meter lang en dubbelgroot ten opzichte van de andere woonblokken. De gevels waren oorspronkelijk versierd met een speklaag waarbij twee tinten baksteen is gebruikt, inmiddels is dit metselwerk wit geschilderd.

Het blok is het meest repeterend omdat er een patroon van vensters van dezelfde maat op gelijke afstand van elkaar geplaatst is. Soms wordt dit herhalende patroon in de gevels onderbroken door teruggelegde balkons of door een doorgang naar het binnenterrein. Deze hoge doorgangen fungeren als doorkijkjes naar het binnenterrein en de andere kant van het blok.

 

Over de architect

De architect Carel Weeber groeit voor een groot gedeelte van zijn leven op in Curaçao en keert in 1955 terug naar Nederland. Daar gaat hij bouwkunde studeren aan de Technische Hogeschool in Delft. Na zijn studie wint hij in 1966 de Prix de Rome voor Architectuur met een plan voor een nieuw Centraal Station in Amsterdam. Weeber heeft een indrukwekkend oeuvre en is in de jaren tachtig een van de meest uitgesproken en belangrijke architecten van Nederland.

Hij staat bekend om zijn controversiële houding en krijgt regelmatig kritiek over zich heen. Een bekend en spraakmakend voorbeeld van zijn werk is het woongebouw de Peperklip in Rotterdam. Ook het in 2007 gesloopte woongebouw de Zwarte Madonna in Den Haag en de omvangrijke Queen Towers in Amsterdam-West zijn bekende en grootschalige projecten van Weeber. Sinds 2003 noemt hij zich ex-architect en in 2005 keert hij terug naar het door hemzelf ontworpen woonhuis op Curaçao.