Stedenbouwkundigen Jacoba Mulder en Cornelis van Eesteren in 1958

De architect in doktersjas

#6

07.05.20 Indira van 't Klooster 5 minuten lezen

Als de afgelopen weken iets duidelijk hebben gemaakt, is het wel hoe snel onze vaste waarden en ideeën achterhaald kunnen raken. Dat geldt ook voor architectonische begrippen. Arcam is begonnen met een inventarisatie daarvan en beschouwing daarop.

De architect positioneert zich graag als genezer.

Nu het virus minder hevig rondwaart en het gevaar gestaag afneemtworden de anti-Corona maatregelen langzaam versoepeld. Kappers mogen weer aan het werk, musea en terrassen gaan weer open en zelfs rijscholen gaan weer aan de slag. In ontwerpersland klinkt juist relativering. Voor ontwerpers is Niets Doen zeker een optie, aldus Wouter Veldhuis in een breed onderschreven pamflet op StadslevenArchitectonisch herijken #6: de architect in doktersjas.

Kort samengevat stelt Veldhuis dat de anderhalvemetersamenleving niet het Nieuwe Normaal is, en bovendien geen goed idee. De bestrijding van een pandemie is geen ontwerptaak, en dus is er geen behoefte aan ‘een ruimtelijk medicijn’ tegen Corona. Hij spoort aan om eerst te gaan nadenken over wat er werkelijk nodig is. Veel van de ideeën die Veldhuis goed vindt (openbare ruimte, publiek domein, brede stoepen) – die overigens vaak onderdeel uitmaken van de ‘goede bedoelingen’ van de collega’s van Veldhuis – hebben betrekking op het publieke domein.

De architect positioneert zich graag als genezer. De witte doktersjas van Cornelis van Eesteren (Algemeen Uitbreidingsplan, 1935) wordt regelmatig in herinnering geroepen als het gaat om de idealen voor het vormgeven van de gezonde stad. Architecten kunnen ziektes vanzelfsprekend niet genezen, maar ze kunnen wel bijdragen met ‘ruimtelijke medicijnen’ aan het verhelpen of verzachten van gezondheidsvraagstukken – reagerend op de kenmerken en behoeften van de ziek(t)eTuinsteden zijn daar een voorbeeld van. Tuberculose maakte de architectuur modern, niet de architecten, aldus Beatriz Colomina in X-Ray Architecture (2019). Healing environments is een geaccepteerde specialisatie in de architectuur en stedenbouw. En architectuurhistoricus Charles Jencks kent het nuttige placebo-effect van Maggie Centers van dichtbij.

De anderhalvemetersamenleving is inderdaad geen blauwdruk voor de toekomst, maar een tijdelijke noodzaak. Ontwerpers willen dan ook vooral bijdragen aan een veerkrachtige, gezonde stad. Het toelaten van het vreemde en het onbekende hoort bij een sterke, open, stedelijke samenleving. Dat zijn Jane Jacobs, Richard Sennett en vele andere stadsdeskundigen met elkaar eens. Een stad dus die diversiteit, levendigheid en vernieuwing mogelijk maakt, óók wanneer er een virus heerst. Die stad kan en moet worden vormgegeven, onder andere door architecten en stedenbouwkundigen.

De voorstellen en ideeën van ontwerpers over hoe zo’n stad eruit zou kunnen zien, zijn soms goed, soms minder goed, soms bedoeld voor de korte termijn, soms voor de lange termijn. Het is allemaal nieuw terrein, maar als het (mede) vormgeven van een duurzameeerlijke, gezonde stedelijke ruimte een taak voor ontwerpers is, dan is het zoeken naar ruimtelijke medicijnen tegen Corona dat ook. Kritisch nadenken over wat er nodig is, is altijd raadzaam, maar ik hoop dat ontwerpers ook iets doen, en blijven zoeken naar oplossingen voor de toekomstbestendige stad. Desnoods in een doktersjas.