De tien genomineerden voor de Gouden AAP 2021

#5

17.03.21 Indira van 't Klooster 10 minuten lezen
Drie hoopgevende ontwikkelingen in de Amsterdamse architectuur

Afgelopen vrijdag maakte Het Parool de tien nominaties van de Amsterdamse Architectuurprijs bekend. De tien genomineerden* vormen een goede afspiegeling van het beste wat in 2020 is opgeleverd, waarbij kwaliteit breed wordt opgevat. Wij zien drie hoopgevende ontwikkelingen: de Multimix, de kracht van de kavelvorm, en opdrachtgeverschap met lef.

In het algemeen valt op dat alle gebouwen meer doen dan ‘gewoon mooi zijn’. Het creëren van waarde is immers minstens zo belangrijk als esthetiek. Dat verhaal is niet te vatten in een bouwbord, waarop – valt me op – architectenbureaus steeds minder vaak worden vermeld, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de ontwikkelaar en het marketingconcept. Is het wellicht daarom dat steeds meer nieuwe gebouwen een eigen website krijgen, waarin juist de architectuur zelf centraal staat? De selectie laat drie hoopgevende ontwikkelingen zien.

1. De MultiMix:

Breehorn IJdoornlaanPontkadeThe George en WestBeat

Deze woongebouwen representeren de ontwikkeling dat er gewerkt wordt aan programmatische vernieuwing en het opschalen van de woningbouwproductie. De vier projecten samen zijn al goed voor ongeveer 14% van de totale Amsterdamse nieuwe woningen afgelopen jaar. Dat het lukt om grootschalig en kwalitatief te bouwen in het topsegment – zoals The George van DOK Architecten – is misschien niet verrassend, maar daar zijn dan wel weer extra’s mogelijk, zoals regenwateropvang en een groensysteem, dat bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Dat het zelfs in sociale huur kan, bewees Harry Glück overigens al in 1975 in het vormverwante Alt Erlaa in WenenBreehorn IJdoornlaan van LEVS architecten laat zien dat ook in sociale huur (80% van de 290 woningen) mooie baksteendetails en energiezuinigheid overeind kunnen blijven. De variatie aan relatief grote woningen (van drie- tot zeskamerappartementen) zorgt hier ook voor sociale duurzaamheid. Met de Pontkade geeft de Architekten Cie. invulling aan haar eigen stedenbouwkundige plan, waarin een mix van wonen, werken en cultuur centraal staat. Afwisseling in materialisatie, heel veel balkons, en binnentuinen op verschillende niveaus lijken een trend te worden. Ook Westbeat zet in op de mix van wonen, werken en cultuur. Het begrip ‘Super Space’ anticipeert op de aanjagende functie die werk- en atelierruimten kunnen hebben voor een buurt. De begrippen ‘wereldburger’ en ‘gastvrijheid’ tonen dat daarin ook nieuwe waarden worden gezocht. Zou het mooie gedachtengoed van architect Frans van Klingeren (De Meerpaal Dronten, 1967) in dit soort projecten een nieuwe kans krijgen?

2. De kavel bepaalt de vorm:

ThonikFoeliestraat en Van der Valk Hotel Zuidas

Architectuurjournalist Jaap Huisman wees er eerder al eens op. Postzegelarchitectuur – gebouwen op (te) kleine restkavels – leveren behalve eindeloos veel hoofdbrekers vaak ook bijzondere gebouwen op. Het is een realiteit die hoort bij binnenstedelijk bouwen, schaarse grond en hoge grondprijzen. Dat geldt ook voor deze drie projecten. Het kantoor van Thonik staat eigenlijk op niet meer dan een windhoek(je) aan een vergeten stoeptegel. Het tonen van plattegronden is steeds zeldzamer, maar architect Ronald Janssen laat zien dat ook zijn zes appartementen aan de Foeliestraat bepaald niet op een vanzelfsprekend plot staan. Dit ontwerp heeft een soortgelijke radicaliteit als de Simonsz-appartementen die vorig jaar genomineerd waren, maar het eindresultaat oogt zachtaardiger. Het Van der Valk Hotel Zuidas staat op een locatie die eigenlijk niet meer dan een slootje langs de A10 was, aldus de familie Van der Valk. Meer een zeemeeuw, vindt architect Wiel Arets zelf. Weer een driehoek en weer op de Zuidas, maar wat een oogstrelende details. Eigenlijk zijn deze drie projecten ook een goed voorbeeld van goed particulier bedrijfsopdrachtgeverschap.

3. Opdrachtgeverschap met lef

VossiusAmsterdam Rechtbank en Top-up

Het valt niet zo op, want de uitbreiding van het monumentale Vossius Gymnasium zit vooral onder de grond. Tot op 9 meter diepte wel te verstaan. Alle ‘basement-wars’ (die ook Oud-West en Amsterdam-Zuid hebben bereikt) ten spijt, is hier een enorme gymzaal gekomen. Een huzarenstuk waarmee de ruimtebehoefte van de school kon worden opgelost, de bomen konden worden behouden (!) en het plein kon worden opgeschoond (ook de fietsen verdwenen in de kelder bijvoorbeeld). De Amsterdam Rechtbank (die net als Westbeat en Top-Up een eigen website heeft) is behalve een zorgvuldig gedetailleerd semi-toegankelijk overheidsgebouw ook een kleine revolutie in de aanbestedingswereld. Het consortium New Amsterdam Court House (NACH) is een samenwerkingsverband tussen Macquarie Capital (een Australische bank), ABT, DVP, KAAN Architecten, Facilicom en Heijmans. Het is voor zover bekend de eerste keer dat in Nederland een DBFMO-opdracht is gegund aan een partij die zelf geen bouwer is. Ook Top-up kent een bijzondere vorm van opdrachtgeverschap. Het project is ontwikkeld op initiatief, rekening en risico van architect Tom Frantzen en bouwmanager Claus Oussoren. Het is een gebouw met overmaat en hoge circulaire ambities (hernieuwbare grondstoffen zoals hout, demontabel). Bovendien wordt Top-Up gebouwd bovenop een voormalige betonnen kabelhaspel waarin de trans-atlantische kabels van de PTT getest werden.

Livecasts in Pakhuis de Zwijger

In mei 2021 bespreken we deze ontwikkelingen met de architecten, opdrachtgevers en gebruikers in drie Livecasts in samenwerking met Pakhuis de Zwijger. De bekendmaking van de winnaar van De Gouden AAP 2021 vindt plaats op 28 mei 2021 in het Trippenhuis (de winnaar van vorig jaar).

Achtergrondinformatie: Hoe is de selectie tot stand gekomen?
Gemiddeld worden in Amsterdam elk jaar ruim 100 nieuwe gebouwen opgeleverd, die we het hele jaar door verzamelen. Uit die lijst kiezen we 25 gebouwen die bovengemiddeld scoren op kwaliteit en innovatie. Daarnaast kijken we naar een brede vertegenwoordiging qua programma en functies, en naar een redelijke spreiding over de stad. De 25 gebouwen worden bezocht door de organisatie en door minimaal twee leden van de Programmaraad. Vervolgens bepaalt de Programmaraad – doorgaans na felle discussies – uiteindelijk de 10 genomineerde projecten, waarna een vakjury en een publieksjury een winnaar kiezen.

De Amsterdamse Architectuurprijs 2021 wordt financieel mede mogelijk gemaakt door Aberson, Qbiq en Tarkett.