De Oranjehof

Pot en Pot-Keegstra, 1942

Strokenbouw in Landlust

In 1942 werd de Oranjehof, een flatgebouw speciaal voor 148 alleenstaande, werkende vrouwen opgeleverd door architectenduo Koos Pot-Keegstra en Joop Pot. De flat is een toevoeging aan het uitbreidingsplan Landlust uit 1931, een deelplan van het Algemeen Uitbreidingsplan om de bestaande stad aan te sluiten op de nieuw te bouwen Westelijke Tuinsteden. In Landlust werd in de jaren dertig voor het eerst geëxperimenteerd met strokenbouw, in plaats van gesloten bouwblokken, waar de rechthoekige flat Oranjehof met zeven verdiepingen een voorbeeld van is.

Een hunkerbunker met toko

De Oranjehof bood vrouwen zelfstandige woonruimte, onafhankelijk van familie of een hospita. Het gebouw was voorzien van destijds hypermoderne faciliteiten, zoals centrale verwarming, warm water, moderne Bruynzeelkeukens, een conciërge en een winkel (de “toko”) waar zij na het werk boodschappen konden doen. De ontwerpopvattingen van Pot-Keegstra sloten aan bij die van de Nieuwe Zakelijkheid en Groep ’32 met hun nadruk op functionaliteit. Koos Pot-Keegstra deed uitgebreid onderzoek naar de meest efficiënte manier om een huis in te richten, zodat de vrouw niet langer ‘slaaf’ zou zijn van haar huis. De plattegrond moest zo praktisch mogelijk ingedeeld zijn, de gevels strak vormgegeven zonder overbodige ornamentatie. De woningen voor werkende vrouwen waren een succes, wat bleek uit de honderden vrouwen die zich al ruim voor de bouw begon aanmeldden voor de kleine goed geoutilleerde een- of tweekamerwoningen.

Koos Pot-Keegstra

Het ontwerp van het complex, in opdracht van Bouwbedrijf H. van Saane, was de eerste gezamenlijke opdracht van Jacoba (Koos) Pot-Keegstra en Joop Pot. Koos Pot was een van de eerste afgestudeerde, vrouwelijk architecten in Nederland. Het architectenbureau Pot-Keegstra specialiseerde zich in grootschalige woningbouw. In totaal heeft het echtpaar meer dan honderd woningbouwprojecten op hun naam staan, waarbij Pot en Pot-Keegstra zich in de loop van hun carrière hebben gespecialiseerd in woningen voor alleenstaanden, zoals bejaarden en werkende vrouwen. Het meest bekende project van Pot-Keegstra was de bouw van de Penitentiaire Inrichting Amsterdam Over-Amstel (Bijlmerbajes (1967-1978)). In dit project wilde Pot-Keegstra een humaner gevangenissysteem ontwikkelen, door het ontwerp te benaderen als een hotel, wat in die tijd zeer vooruitstrevend was.

Bezettingsjaren

De ingang van de flat bevindt zich, via een laag entreegebouw, aan de Korte Geuzenstraat. In dit gebouwtje bevonden zich de woning van de conciërge en de toko. Op de begane grond waren voornamelijk ruimten voor gemeenschappelijk gebruik zoals het restaurant, logeerkamers, toiletten en dergelijke. Ook bevonden zich op deze verdieping de voorzieningen voor de centrale verwarming en warmwaterinstallatie.

Door de oorlogsomstandigheden kon pas in mei 1941 met de bouw begonnen worden. Het verkrijgen van goede bouwmaterialen was in de bezettingsjaren niet eenvoudig en vereiste veel vindingrijkheid. Nog los van het feit dat de distributie en het transport van die materialen alles behalve vlekkeloos verliep, was er een tekort aan vakbekwame werklieden.

Het voeteneind als balkonhekje

Creativiteit in het vinden van oplossingen door bouwer en architecten was er de reden van dat de Oranjehof uiteindelijk toch, zij het met veel vertraging, in november 1942 kon worden opgeleverd. Die creatieve bouwwijze leidde soms tot onorthodoxe vondsten. Bij gebrek aan ijzer werd de oplossing voor de Franse balkonnetjes aan de kant van de Kostverlorenvaart gevonden in een beddenfabriek. Zeventig hoofd- en voeteneinden van ijzeren ledikanten, op de juiste hoogte aangebracht, deden dienst als balkonhekjes. Het complex bestaat nog steeds uit woningen, maar tegenwoordig niet meer exclusief voor vrouwen.

Safe Spaces

De Oranjehof was één van de projecten in de tentoonstelling Safe Spaces – Recht op ruimte in de stad (bij Arcam van 05-06 t/m 19-09-21). In deze tentoonstelling onderzocht Arcam hoe ontwerp kan bijdragen aan het creëren van zichtbaarheid, acceptatie en bescherming door de toe-eigening van stedelijke ruimtes. Met spandoeken, vlaggen of gebouwen maken uiteenlopende groepen zichzelf zichtbaar in de stad. Ruimteclaims kunnen een tijdelijke vorm hebben (demonstraties), semi-permanent zijn (kleuren, logo’s) of een permanente manifestatie zijn (architectuur, stedelijke ruimte). De Oranjehof was en is een fysieke en permanente plek in de stad waar destijds vrouwen een specifieke plek in de stad konden opeisen en zichtbaarheid bieden.

Website by HOAX Amsterdam