Jaarboek Architectuur

#13

15.09.20 Indira van 't Klooster 4 minuten lezen

Als de afgelopen maanden iets duidelijk hebben gemaakt, is het wel hoe snel onze vaste waarden en ideeën achterhaald kunnen raken. Dat geldt ook voor architectonische begrippen. Arcam is begonnen met een inventarisatie daarvan en beschouwing daarop. 

Volgende week wordt het Jaarboek Architectuur in Nederland 2019-2020 gepresenteerd. Traditiegetrouw is de grote vraag: Wie staat er op de voorkant? Het blijft leuk om een jaar lang het architectuurbeeld van het jaar te mogen zijn, maar één ding is zeker: het gebouw van 2020 covert niet de inhoud van de essays die er in staan. De reflecties van de redactie zitten dit jaar namelijk ongekend dicht op de tijdgeest. Architectonisch herijken #13: Jaarboek Architectuur.

Deze tijd vraagt om gevoeligheid en inlevingsvermogen, en soms sta je onbedoeld aan de verkeerde kant van het debat. Is de architect (m/v/x) in staat om alle veranderingen in de maatschappij waar te nemen en kan hij/zij/hen een werkwijze vinden die daarop aansluit?, vraagt architect Arna Mackic zich af.  Van alle geselecteerde projecten bevindt immers 70% zich in binnenstedelijk gebied, het deel van de stad deel waar verhoudingsgewijs veel mensen met een migratieachtergrond wonen. Toch heeft binnen de architectenbureaus die binnenstedelijk ontwerpen, slechts 4,6% van de ontwerpers een bi- of multiculturele achtergrond 

Architectuurcriticus Kirsten Hannema wijst op de aanstaande Omgevingswet, waarin gemeenten worden verplicht om gebruikers meer zeggenschap te geven over hun leefomgeving. Dat vraagt om een nieuwe benadering van de betekenis die architectuur kan hebben voor bewoners en gebruikers, en om nieuwe platforms die verhalen kunnen samenbrengen. Architect, onderzoeker en schrijver Teun van den Ende betoogt, in navolging van bijvoorbeeld Hugo PriemusHester van Buuren en Adri Duivesteijn, dat met name de verhuurdersheffing de woningmarkt ingrijpend heeft ontwricht. Hij pleit ervoor regels aan de verkoop te stellen in plaats van aan de bouw van woningen. Al deze invalshoeken bieden de juiste context voor het pleidooi van Adeola Enigbokan voor een nieuwe rol van de architect die opdrachtgevers en gebruikers op basis van gelijkwaardigheid en vertrouwen (als vriend of als burger) terzijde staat.  

Dat de geselecteerde projecten in het Jaarboek deze posities nog niet illustreren, heeft niet alleen te maken met het feit dat de bouw een trage discipline is. Het komt ook door de opzet van het Jaarboek, waarin alleen gebouwde projecten staan die in Nederland zijn opgeleverd door in Nederland gevestigde bureaus. Zo ontstaan hiaten in de weergave van de hedendaagse architectuurpraktijk. Om een breder beeld te laten zien, spraken Adeola Enigbokan en Laura Alvarez afgelopen week in Architecture Now over de nieuwe verantwoordelijkheden van de architect. Samen gaven zij daarvoor in onder andere Molenwijk (Amsterdam-Noord) een invullingDeze week praten Kirsten Hannema en Jarrik Ouburg over hoe verhalen en gedeelde geschiedenis als fundament kunnen dienen voor nieuwe betekenisgeving en betrokkenheid van bewoners bij hun leefomgeving. Volgende week sluiten Teun van den Ende, Pilar Balat en Lorna Gibson de trilogie af met een gesprek over woningbouw die meer is dan een droge afvinklijst op basis van het Bouwbesluit. 

Of dat alles ook breed beklijft zou dan vanaf volgend jaar zichtbaar kunnen worden in het Jaarboek. Nu representatie en inclusie op steeds meer manieren verankerd worden in beleid en praktijk, is het interessant om te zien of deze hernieuwde aandacht voor alle gebruikers door de bouwwereld wordt aangegrepen om ook de grip op de kwaliteit van woningen en publieke ruimte te verstevigen.